FTP Kennisbrief, Nr. 96
 
Onderwerpen in dit nummer:
 

 

24/7 webnieuws

Nu: €65 korting of…

Het webnieuws van FTP Communicatie: ťťn keer installeren en u heeft 24/7 nieuws op uw website. U kunt kiezen uit 3 rubrieken: 1) woningmarkt, 2) particulier, 3) zakelijk.

Prijs per rubriek: €250 per jaar (excl. 21% btw).

Actietarief:

eerste jaar €65 korting (€185)

of 3 maanden gratis (u beslist in 2019)

Bestel nu!

 

ZORGADVIESSPECIAL intermediair

Bemiddelt u in zorgverzekeringen? Speciaal voor u heeft FTP Communicatie een zorgadviesspecial gemaakt met artikelen over de veranderingen 2019, overstappen, tips om te besparen, uitleg zorgverzekering en veel meer. Te gebruiken voor uw nieuwsbrief, website en blogs. Ook krijgt u een ABC over de zorg, de zorgverzekeringsmarkt 2019 en marketingtips.

Special Zorgverzekering 2019: €89 (excl. btw).

Vandaag bestellen, vandaag in huis.

Bestel nu!

 

 


Huis & hypotheek

 

CBS / Kadaster: woningmarktcijfers augustus 2018

  • prijs bestaande koopwoningen:
    • +9,3% t.o.v. augustus 2017
    • +€33.000 t.o.v. piek 2008 (juli 2018: +€29.000)
    • +€85.000 t.o.v. dal 2013 (juli 2018: +€84.000)
  • verkochte woningen: 20.892 (juli 2018: 19.580; augustus 2017: 20.780)
  • gesloten hypotheken: 31.972 (juli 2018: 31.111; augustus 2017: 29.172)
  • gemiddelde hypotheeksom: €314.963 (juli 2018: €310.620; augustus 2017: €290.256)
  • gemiddelde koopsom: €294.203 (juli 2018: €290.731; augustus 2017: €268.452)
  • koopsom Q2-2018: Noord (€212.000); Midden (€259.00); West (€318.000); Zuid (€272.000)
  • prijsindex (2015 = 100): 125,4 (juli 2018: 123,7; augustus 2017: 114,6)
  • totale hypotheeksom: €9.880 miljoen (juli 2018: €9.449 miljoen; augustus 2017: €8.411 miljoen)
  • woningaanbod Q2-2018: 69.000 eenheden (Q1-2018: 73.000 eenheden) (bron: NVM)
  • aantal executieveilingen: 41 (juli 2018: 69; augustus 2017: 85)

 

Wijziging woningmarktcijfers

Het aantal executieveilingen is nauwelijks nog relevant. Er zijn ca. 50 executieveilingen per maand. Dat is ver weg van het recordaantal in januari 2011 (400) en het gemiddelde dat jaar van 235 executieveilingen per maand. We stoppen daarom met de cijfers over executieveilingen.

Verder publiceren we voortaan de koopsombedragen per regio per kwartaal. Dan blijkt dat een gemiddelde transactie in Noord-NL ruim 1 ton goedkoper is dan in West-NL. En dat een transactie in Noord-NL de laatste 5 jaar met €40.000 duurder werd tegenover €90.000 in West-NL.

 

Huurprijzen

De j-o-j huurstijging van woningen in juli 2018 is gemiddeld 2,3% (juli 2017: 1,6%). De huurstijging van de sociale corporatiewoningen was 1,7%, overige sociale woningen 3,3% en vrije sector woningen 3,0%. Dat meldt het CBS.

De hogere huurstijging komt vooral door de snellere stijging van de consumentenprijzen. De maximale huurverhoging is de stijging van de consumentenprijzen in het voorgaande jaar plus een inkomensafhankelijke opslag. In de afgelopen 6 jaren steeg de gemiddelde woninghuur met 18,5% en de consumentenprijzen met 8,5%.

Voor sociale huurwoningen geldt in 2018 een maximale huurstijging van 3,9% of van 5,4%, afhankelijk van het inkomen van de huurder. Voor verhuurders van gereguleerde huurwoningen buiten de woningcorporaties, stegen de huren in 2018 in ruim de helft van de gevallen met 3,9%, het maximale percentage voor de groep met de laagste inkomens. In totaal was de gemiddelde stijging 3,3%, net als in de voorgaande 3 jaren het hoogste percentage van alle categorieŽn.

Woningcorporaties worden extra beperkt door de maximale huursomstijging. De totale huurinkomsten van een corporatie mogen in het kalenderjaar 2018 niet meer dan 2,4% stijgen.

De huurstijging bij sociale corporatiewoningen per 01-07-2018 was 1,7% (2017: 1,1%). Voor huurders die niet verhuizen steeg de huur met 1,8%. De gemiddelde huurstijging kwam uit op 2,3%.

De grootste huurstijgingen waren in Amsterdam (2,9%), Den Haag (2,8%), Utrecht (2,8%) en Rotterdam (2,7%). In Drenthe was de laagste huurstijging: 1,1%.

 

Woningprijzen na de crisis

De gemiddelde verkoopprijzen van bestaande koopwoningen zijn terug op het niveau van 2008, maar buiten de Randstad liggen ze er nog onder. In de grote steden liggen ze er ver boven. Dit meldt het CBS. De financiŽle crisis en de daaropvolgende economische recessie hadden een grote weerslag op de koopwoningmarkt. Het aantal woningverkopen kelderde tot 110.000 verkochte bestaande woningen in 2013. In 2007 ging het nog om ruim 200.000. Na 2013 stegen de transacties weer met in 2017 het recordaantal van ruim 240.000.

Ook de prijzen van bestaande koopwoningen daalden sterk. Van 2008 tot 2013 daalden de verkoopprijzen met bijna 20%. Na 2013 stegen de prijzen weer, in 2017 zelfs met 7,6% j-o-j. In Q2-2018 evenaarden de prijzen het piekniveau van 2008.

In Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht liggen de prijzen ver boven die van 10 jaar geleden. Dat geldt ook voor de ‘Randstadprovincies’ Noord- en Zuid-Holland, Utrecht en Flevoland. In alle andere provincies zijn de prijzen onder het niveau van 2008.

Voor de periode 2008-2016 is ook prijsinformatie beschikbaar voor de 40 zogeheten COROP-gebieden waarin Nederland is opgedeeld. In het grootste deel van de COROP-regio’s daalden de verkoopprijzen na Q2-2008 met 15%-25%. In sommige regio’s lag het dieptepunt in 2013, in andere in 2014. Oost-Groningen kende met ca. 25% procent de sterkste daling, maar daar spelen de aardbevingen ook mee. Opvallend zijn de prijsdalingen in het Gooi en de omgeving van Haarlem met ca. 25%. In 4 regio’s bleef de afname beperkt tot minder dan 15%. Zeeuws-Vlaanderen kende de kleinste prijsdaling.

Later dit jaar komen recentere COROP-cijfers beschikbaar.

Meer info over de COROP-gebieden vindt u op de regioatlas.

 

Huurprijzen vrije sector

Door gebrek aan nieuwbouw en aanbod stijgen de huren in de vrije sector. Dit melden VGM NL en de NVM. In de 1ste helft van 2018 stegen de huren in het vrije segment (vanaf €710,68 p.m.) van:

  • appartementen met 3% per m2,
  • woonhuizen bij mutatie met 3,6% per m2.

Van de bijna 24.000 huurtransacties lagen er bijna 20.000 boven de liberalisatiegrens.

De gemiddelde m2-prijs van een huurwoning steeg naar €10,98.

De gemiddelde huur voor een woning is €1.031 p.m.

De gemiddelde m2-huurprijs voor gestoffeerde huurwoningen is €15,55. De gemiddelde huurprijzen per m2 stegen met 2,9% t.o.v. vorig jaar.

De gemiddelde m2-huurprijs voor gemeubileerde woningen is €19,55 het hoogst. Hier stegen de prijzen gemiddeld met 4,1%.

In de 1ste helft van dit jaar lag de gemiddelde m2-prijs voor grondgebonden woningen op €8,75 en voor appartementen op €12,39.

De gemiddelde oppervlakte van huurwoningen wordt steeds kleiner: 108 m2 in 2014 en 99 m2 in 2018. Vooral appartementen worden kleiner. Ook in de nieuwbouw worden steeds meer compacte woningen aangeboden om ze betaalbaar te houden.

De vrije sectorhuurmarkt kent grote regionale verschillen. De hoogste gemiddelde huurprijs is in Noord-Holland: €15,53 per m2 (zonder Amsterdam: €12,36). In Friesland, Drenthe, Flevoland en Limburg is de m2-huur aanzienlijk lager dan in de andere provincies. In Friesland is de gemiddelde m2-huur €8,31.

NVM, Marktrapportage ‘Transparantie in de huurmarkt’

 

Nieuwbouw stagneert

De groei van het aantal nieuwbouwwoningen stokt volgend jaar door tekorten aan arbeidskrachten en materialen en door een gebrek aan bouwvergunningen. Dat voorspellen ING-economen. De woningmarkt kampt met krapte die in sommige regio’s schrijnend is. De ca. 66.000 nieuwe woningen die er zowel dit jaar als in 2019 bijkomen, zijn onvoldoende. De stagnatie komt ook doordat de relatief eenvoudige projecten direct na de crisis zijn uitgevoerd, waardoor nu verhoudingsgewijs de meer complexe projecten overblijven. Die kosten meer tijd.

In de 1ste helft van 2018 is de bouwproductie met bijna 8% gegroeid. ING voorziet voor de rest van dit jaar en volgend jaar minder groei. In de utiliteitsbouw en de infrasector zit nog wel rek. Overheden investeren weer meer in bedrijfspanden en wegen.

 

Taxateurs onder druk

Taxateurs worden onder druk gezet om een bepaald prijskaartje aan huizen te hangen, aldus Trouw o.b.v. informatie van makelaarsverenigingen NVM en VBO Makelaars. Banken, huizenkopers en hypotheekadviseurs voeren druk op hen uit om de huizen zo hoog mogelijke te waarderen. Volgens een rondgang van Trouw komen kritische taxateurs, die lager taxeren dan gewenst, in de problemen. Zij worden daardoor bijv. niet betaald en kunnen daardoor opdrachten mislopen.

Taxateurs die wel naar wens taxeren, blijven in de race voor nieuwe opdrachten en stuwen zo de huizenprijzen verder op, stelt de krant. Volgens het Nederlands Woning Waarde Instituut (NWWI) komen hoge taxaties voor in en rondom de 4 grote steden. De afgelopen jaar werden 20-25% meer taxatierapporten om die reden afgewezen. Volgens VEH is dit een bekend verschijnsel op oververhitte huizenmarkten. Ook voor de financiŽle crisis was hier al sprake van. Toen is afgesproken dat alle taxaties door het NWWI gecontroleerd moeten worden.

 

Toetsrente Q4-2018

De AFM heeft de toetsrente voor Q4-2018 vastgesteld op 5%. De toetsrente geldt voor hypotheken met een rentevastperiode tot 10 jaar. De toetsrente staat al 5 jaar op 5%.

 

Bouwvergunning

In Voorschoten kost een bouwvergunning voor een gemiddelde nieuwbouwwoning (bouwkosten €130.000 excl. btw en grondkosten) ca. €9.000. In Hoogeveen kost dezelfde bouwvergunning €1.850. Dat meldt VEH. Ook bij verbouwingen zijn er grote verschillen in bouwleges. Een vergunning voor een kleine verbouwing van €10.000 kost in Voorschoten €938, terwijl Leiden daarvoor €40 vraagt.

VEH noemt de verschillen 'ontoelaatbaar groot'. Volgens VEH hebben gemeenten geen heldere onderbouwing van deze kosten terwijl ze hier sinds 2017 wel toe verplicht zijn. VEH wil dat het Rijk gemeenten dwingt om een uniforme en transparante kostprijsberekening te hanteren. Alleen dan kunnen de gemeentelijke bouwleges met elkaar worden vergeleken.

Een nieuwbouwkoper ziet de rekening van zijn bouwvergunning niet, maar betaalt deze kosten in de koopprijs van zijn nieuwe woning. Deze prijs bestaat ruwweg voor 40% uit grondkosten en voor 60% uit bouwkosten. In veel gemeenten zijn de laatste bepalend voor de prijs van de bouwvergunning. In zo’n situatie betaalt de koper ca. €3.700 voor de bouwvergunning van een nieuwbouwwoning t.w.v. €220.000.

 

Meer opties voor 'senioren-hypotheek'

Steeds meer partijen - o.a. SNS, Triodos, Obvion – bieden senioren een optie als ze vanwege financieringsproblemen niet naar een goedkopere woning kunnen verhuizen. De laatste is NN met de Senioren Verhuisregeling voor hypotheekaanvragers die binnen 10 jaar met pensioen gaan of al gepensioneerd zijn. NN beoordeelt de aanvraag op de werkelijke bruto maandlasten van de nieuwe hypotheek. Als die lager of gelijk zijn aan die van de oude hypotheek, dan is een nieuwe lening meestal mogelijk.

 

NVB campagne aflossingsvrij

De NVB is de campagne 'alossingsblij' gestart om woningeigenaren met een aflossingsvrije hypotheek bewust te maken van de betaalbaarheid als de looptijd voorbij is. De banken hebben de afgelopen jaren hun portefeuilles beoordeeld op risico’s met aflossingsvrije hypotheken en hebben ca. 160.000 risicovolle klanten benaderd. In de campagne krijgen huiseigenaren het advies om na te denken over de situatie aan het einde van de looptijd van hun aflossingsvrije hypotheek. Kunnen ze de hypotheek nog betalen na pensionering? Wat als ze geen hypotheekrente meer kunnen aftrekken?

De NVB verwijst op de website www.aflossingsblij.nl naar 'uw bank, hypotheekverstrekker of financieel adviseur' voor advies.

 

De NVHP roept consumenten op om pas na een schriftelijk advies over te gaan op (deels) vervroegd aflossen. De NVHP vindt dat de NVB-campagne de onjuiste indruk wekt dat vervroegde aflossing van de aflossingsvrije hypotheek voor iedereen op dit moment een goede beslissing is.
Veel consumenten met een aflossingsvrije hypotheek bouwen kapitaal op ter aflossing van de hypotheekschuld. Deze grote groep consumenten heeft geen speciale aanleiding om hun lening eerder dan gepland af te lossen. Vervroegd aflossen heeft fiscale consequenties en binnen samenlevingsverbanden ook aanvullend vermogensrechtelijke gevolgen. Ook is er bij het aangaan van de hypotheek een advies gemaakt wat voorziet in het gedeeltelijk niet aflossen van de hypotheek. Voordat een consument overgaat tot vervroegde aflossing doet hij er daarom goed aan deze consequenties nauwkeurig te inventariseren. Pas wanneer alle consequenties duidelijk in beeld zijn kan op een verantwoorde wijze worden besloten om wel of niet tot vervroegde aflossing van de hypotheeklening over te gaan. Daarbij past ook het opnieuw toetsen aan het oorspronkelijke advies, of het opnieuw inwinnen van advies.
NVHP adviseert consumenten:

  • Als een bank ongevraagd contact opneemt, vraag dan nadrukkelijk of de bank alleen informatie wil geven of ook advies.
  • Neem alleen een beslissing indien u hierover een advies heeft ontvangen.
  • Laat de bank dit advies op schrift zetten en aan u opsturen.
  • En in alle gevallen: bespreek dit met de adviseur die betrokken was bij de totstandkoming van de hypotheek of, als deze niet meer beschikbaar of in beeld is, met de ter zake kundige hypothecair planner”.

Het KifiD heeft bij herhaling uitgesproken dat degene die iets stelt dit in beginsel ook moet bewijzen. Gaat de consument vervroegd aflossen en blijkt dit in de toekomst voor hem nadelig te zijn, dan zal hij minimaal moeten bewijzen wie hem dit advies heeft gegeven en wat het advies precies inhield. Om bewijsproblemen te voorkomen adviseert de NVHP consumenten om altijd een schriftelijk advies te vragen, aan alle partijen die de suggestie geven om de bestaande aflosvrije hypotheek vervroegd af te lossen.

 

Starterslening

Het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn) wil dat meer gemeenten Startersleningen aanbieden. Met de Starterslening overbruggen kopers het verschil tussen de woningprijs (maximaal de LTV) en de hypotheek en betalen zij pas na 3 jaar rente en aflossing. De gemiddelde Starterslening bedraagt ruim €26.000; de gemiddelde aankoopprijs van een woning met Starterslening is ruim €168.000.

Door de lage rente, de verscherpte financieringseisen en het lage aanbod starterswoningen loopt het aantal Startersleningen terug. Van januari tot september 2018 passeerden 1.564 Startersleningen bij de notaris. In heel 2017 waren dit er 2.762 en in 2016 nog 4.400. Daarom roept het SVn gemeenten op tot actie, bijv. door de combinatie van kluswoningen met een Starterslening.

Op dit moment bieden 234 (van de 380) gemeenten en 5 woningcorporaties de Starterslening aan.

 

NHG-grens

De NHG-grens per 01-01-2019 is €290.000 en €307.400 voor woningen met energiebesparende voorzieningen. NHG berekent de maxima jaarlijks a.d.h.v. de prijzen van verkochte woningen in juni, juli en augustus. De minister van Binnenlandse Zaken moet nog goedkeuring geven.

Een NHG-lening geldt voor woningen tot maximaal de gemiddelde koopsom met een lening tot maximaal de wettelijk bepaalde LTV (100% of 106% incl. energiebesparende maatregelen).

 

Recreatiewoningen

In 2017 steeg de vraag naar recreatiewoningen met 15% en werden 4.330 recreatiewoningen verkocht. De gemiddelde verkoopprijs steeg met 6% naar €148.450. Dat is €20.000 lager dan de gemiddelde prijs in topjaar 2008. Er zijn grote regionale verschillen. Dat meldt de NVM. In populaire regio's (Zeeland, Wadden) wordt het dure duurder en wringen vraag en aanbod. Verder worden steeds meer recreatieparken gebruikt als tijdelijke of meer permanente woonbestemming.

Op toplocaties worden recreatiewoningen van €250.000 tot €500.000 steeds vaker als belegging ingezet. In andere regio’s kan o.b.v. recreatieve verhuur nauwelijks rendement behaald worden. De belangrijkste overwegingen bij de aankoop van een recreatiewoning als investering zijn - naast de specifieke verhuurmogelijkheden - de relatieve kwaliteit van het object en de locatie, de financiering en de jaarlijkse kosten. Deze bepalen de omslag van bruto- naar nettorendement, aldus de NVM.

De NVM verwacht in deze markt stijgende prijzen door groeiende vraag en dalend aanbod. Ook zijn er kansen voor herontwikkeling van verouderde parken, al dan niet in combinatie met herbestemming tot reguliere woningen.

NVM, De Nederlandse markt voor recreatiewoningen - 2018

 

Huurakkoord mislukt

Huurafspraken tussen de Woonbond en Aedes (sociaal huurakkoord) zijn stukgelopen. Steeds meer huurders kunnen de huur niet meer betalen ondanks dat de corporaties al jaren onder de wettelijk toegestane huurstijging bleven.

Aedes en de Woonbond sloten in 2015 het Sociaal Huurakkoord met afspraken de huren minder te laten stijgen dan de jaren daarvoor. Dit akkoord loopt t/m 2018 en is door de overheid overgenomen in wet- en regelgeving.

Aedes wil meer ruimte voor lokale verschillen, rekening houdend met de lokale woningmarkt en de inkomens van hun huurders. Volgens de Woonbond wilde Aedes de mogelijkheid dat de huren boven inflatie stijgen. Er zou een ‘inflatievolgend’ huurbeleid komen, maar niet bij verhuizingen. Hierdoor zou de ruimte voor huurverhoging voor zittende huurders ongeveer gelijk blijven, maar kunnen nieuwe huurders forse huurstijgingen tegemoet zien.

Beide organisaties hekelen de lastenverzwaringen voor de corporatiesector die het kabinet oplegt. Die staan de betaalbaarheid, nieuwbouw en verduurzaming in de weg.

 

Huizenprijzenstijging

De stevige huizenprijzenstijging zwakt de komende jaren af, zo stellen economen van ING en Rabobank. De stijging gaat door a.g.v. economische groei, bevolkingsgroei en achterblijvende nieuwbouw, maar het inhaaleffect van de crisis is uitgewerkt. ING verwacht dit jaar een plus van 8,5% en voor 2019 een plus van 4,4%. Rabobank houdt het op een plus van 7% voor 2019.

De huizenprijzen liggen sinds mei dit jaar hoger dan ooit.

 

Verduurzaming woning

Verduurzaming van de woning is geen prioriteit voor huiseigenaren, aldus ING. Zo heeft bijna de helft geen idee welk energielabel zijn woning heeft. Vooral bewoners van minder energiezuinige woningen weten dat niet of overschatten hun label. Slechts 10% denkt een onzuinige woning te hebben (energielabel D of lager), terwijl dit in werkelijkheid 44% van de woningen betreft.

De helft van de woningbezitters voelt verduurzaming als een eigen verantwoordelijkheid en stelt druk van buitenaf (overheid of hypotheekverstrekker) niet op prijs. Verder blijkt dat slechts 10% van de bewoners van plan is om op korte termijn actie te ondernemen. Zelfs als er voldoende spaargeld beschikbaar is, wordt er nauwelijks geÔnvesteerd in energiebesparende maatregelen.

 

Scheefhuurders

De regeringscoalitie wil dat mensen die te veel verdienen voor een sociale huurwoning fors meer huur gaan betalen. De huur voor een sociale huurwoning (tot €41.056 per jaar) mag nu met maximaal 5,4% per jaar stijgen. Het duurt daardoor jaren voordat een scheefhuurder de huur betaalt die bij zijn woning past. De regeringspartijen willen dit versnellen. Bij hoge inkomens moet de huur in ťťn keer naar het maximum.

De ca. 500.000 scheefwoners bewonen een sociale huurwoning waar zij eigenlijk geen recht op hebben. Door de hogere huur wordt deze groep geprikkeld om te verhuizen naar de vrije sector (huur of koop). De huur kan met deze maatregel meteen verhoogd worden naar de maximale huur van €710,68 per maand.

Woningcorporaties moeten jaarlijks minimaal 80% van hun vrijgekomen sociale-huurwoningen toewijzen aan huishoudens met een inkomen tot €36.798 (prijspeil 2018). 10% mag naar huishoudens met een inkomen tussen €36.798 en €41.056 (prijspeil 2018). En 10% mag naar de hogere inkomens.

De plannen zijn vanwege de vaagheid bekritiseerd. Ook de minister wacht de plannen af.

 

Gevolgen afschaffen ozb

De beperking van de ozb leidt niet tot een aanpassing van andere gemeentelijke heffingen. Sinds 2006 betalen woningbezitters minder ozb en huurders helemaal geen ozb meer. Dit leidde tot een substantiŽle daling van de gemeentelijke belastinginkomsten, maar niet tot grote aanpassingen van de belangrijkste andere gemeentelijke heffingen. Dit komt doordat gemeenten voor het verlies aan belastinginkomsten gecompenseerd werden door de Rijksoverheid. Dit blijkt uit onderzoek van het Centraal Planbureau (CPb).

De onderzoekers concluderen dat de rioolheffing sinds 2006 in enkele gemeenten wel is gestegen. Dit gebeurde in gemeenten waar het verlies aan ozb-inkomsten groter was dan de compensatie van de Rijksoverheid. De rioolheffing was voor de beperking van de ozb in deze gemeenten niet kostendekkend. Het CPb vindt geen aanwijzingen dat andere onderzochte heffingen aangepast zijn na het beperken van de ozb op woningen. Het gaat dan om de afvalstoffenheffing, de ozb die wordt betaald door huishoudens of bedrijven en de toeristenbelasting. Andere lokale heffingen, zoals bijvoorbeeld de parkeer- of precariobelasting, konden niet onderzocht worden. De resultaten uit het onderzoek doen vermoeden dat gemeenten voornamelijk hun uitgaven aanpassen na een verandering in de financiering van de Rijksoverheid en niet hun lokale heffingen. Deze uitkomst is in lijn met ander onderzoek naar de financiŽle beslissingen van gemeenten.

Deze uitkomst is relevant omdat er voorstellen circuleren om gemeenten meer belastingen te laten heffen in ruil voor minder geld van de Rijksoverheid. Uit het onderzoek blijkt dat zo’n hervorming niet gepaard hoeft te gaan met hogere lokale lasten voor bepaalde huishoudens of bedrijven. Extra beleidsmaatregelen, die lastenverzwaring voor specifieke groepen beperken, lijken daarmee niet nodig.

CPb, Gevolgen van het afschaffen van de ozb voor gebruikers van woningen op de andere gemeentelijke heffingen

 

Aflossen doet sparen

Huiseigenaren met een aflossingsvrije hypotheek leggen minder vaak geld opzij vanwege hun relatief lage inkomens. Dat concludeert de Rabobank in maandblad ESB o.b.v. eigen onderzoek onder ruim 2.000 Nederlanders. 42% van de huiseigenaren met een aflossingsvrije hypotheek zet geld opzij voor de toekomst. Huiseigenaren die wel aflossen op hun hypotheek, sparen duidelijk meer. En zelfs huurders blijken vaker spaarzaam te zijn.

Een relatief groot deel van de groep huiseigenaren met een aflossingsvrije hypotheek is niet in staat te zijn om te sparen of af te lossen. Daarvoor ontbreken de financiŽle middelen. Ook blijkt dat de aflossingsvrije hypotheekbezitters relatief oud zijn en dat een groot deel hen geen rekening houdt met een schenking of erfenis. Andere verklaringen voor het ontbreken van spaarzin bij deze groep:

  • er is overwaarde op het huis, waardoor minder urgentie wordt gevoeld voor aflossen of sparen.
  • juist mensen met weinig spaarzin kiezen voor een aflossingsvrije hypotheek.
  • eigenaren met een aflossingsvrije hypotheek denken niet goed na over de mogelijke problemen in de toekomst, bijv. doordat:
    • ze geen rekening houden met het einde van de hypotheekrenteaftrek na 30 jaar,
    • ze minder doordrongen zijn van de risico's bij herfinanciering — zoals een hoger rentetarief — of
    • ze geen rekening houden met een minder florissante woningmarkt bij een eventuele verkoop van het huis.

ESB, Sparen door woningeigenaren met een aflossingsvrije hypotheek

 

Studielening en hypotheek
"Ook voor studieleningen zijn er explainmogelijkheden waarvan gebruik kan worden gemaakt", aldus het kabinet op Kamervragen over de moeite die ex-studenten zouden hebben om een hypotheek te krijgen vanwege hun studielening.
Dat banken bij het bepalen van de hypotheeklast niet werken met de actuele studieschuld, is volgens het kabinet niet van belang: "Bij het bepalen van de hoogte van de financiŽle maandlast van de studieschuld is de actuele hoogte van de studieschuld in principe niet relevant. De studieschuld wordt namelijk terugbetaald aan de hand van een annuÔtaire aflossing. Een kenmerk hiervan is dat de maandlasten gedurende de hele terugbetaaltermijn, bij gelijkblijvende rente, constant blijven. Het maakt, los van rentewijzigingen of extra aflossingen, dus geen verschil voor de maandlasten of een oud-student recent is begonnen met afbetalen of bijvoorbeeld al tien jaar aan het afbetalen is."
"Indien er tussentijds extra wordt afgelost op de studielening kan dat wel van invloed zijn op het bij de studielening horende maandbedrag. Naar aanleiding van de motie Koolmees-Schouten heeft Nibud onderzocht in hoeverre een overgang naar de actuele maandlasten wenselijk is. De conclusie van dit onderzoek was dat het beter is om gebruik te maken van wegingsfactoren, onder meer omdat dan ook rekening gehouden wordt met eventuele toekomstige rentestijgingen. Het is dus niet zo dat kredietverstrekkers die niet uitgaan van de actuele maandlast van de studieschuld, zich niet aan de gemaakte afspraken houden."
"In reactie op de uitkomst van het Nibud onderzoek heeft de regering aangekondigd dat bij vervroegde aflossing en bij nog maar korte resterende looptijd, gebruik kan worden gemaakt van de zogeheten explainmogelijkheden; Door gebruik te maken van een explain (een uitzondering) in de regeling hypothecair krediet kan een kredietverstrekker, indien verantwoord, een ruimer krediet verstrekken dan op basis van de hypothecaire leennormen is toegestaan. Wij hebben geen signalen dat aanbieders verkeerd omgaan met deze explain. Tijdens het volgende Platform Hypotheken in 2019, waar met de sector en de toezichthouder wordt gesproken over mogelijke knelpunten in de hypotheekverstrekking, zal worden geÔnventariseerd op welke wijze aanbieders gebruik maken van deze explainmogelijkheid en of hier knelpunten worden ondervonden."

 

Exit werkgeversverklaring?
Intersoftware rolt de nieuwe Inkomensbepaling Loondienst uit onder alle Adviesbox-gebruikers. "De eerste stap naar een digitale hypotheekketen is gezet met het gebruik van het UWV verzekeringsbericht i.p.v. de werkgeversverklaring. De werkgeversverklaring is nu echt verleden tijd voor consumenten met een inkomen uit loondienst.
Op dit moment kan bij 4 aanbieders een hypotheek met het UWV verzekeringsbericht worden berekend en aangevraagd: ING, Florius, ABN Amro en Rabobank.

 


www.ftpcommunicatie.nl

Branchenieuws

 

Verzekeraars IDD-proof

Verzekeraars zijn klaar voor de nieuwe Europese richtlijn voor verzekeringsdistributie (Insurance Distribution Directive, IDD) die sinds 01-10-2018 ingegaan is. Dat blijkt uit onderzoek van de AFM. De AFM keek ook of verzekeraars de Wft-normen naleven t.a.v. vakbekwaamheid, productontwikkelings- en reviewproces en beloningsbeleid. Dit onderzoek richtte zich op de collectieve AOV. De verzekeraars scoren gemiddeld een voldoende, maar er zijn verbeteringen mogelijk, vooral bij de samenwerking met intermediairs. De AFM constateert bij de distributie van collectieve AOV's dat verzekeraars de belangen van werknemers vaak alleen indirect via de werkgever onderzoeken. Verzekeraars zouden de werknemersbelangen ook rechtstreeks moeten onderzoeken, om er zeker van te zijn dat deze op evenwichtige wijze worden meegenomen.

De AFM ziet ook verbetermogelijkheden bij het verstrekken van het verplichte Insurance Product Information Document (IPID). De AFM verwacht dat verzekeraars het intermediair goed informeren over de juiste wijze van verstrekking van het IPID.

De AFM onderzoekt jaarlijks via het ‘Klantbelang Dashboard’ in welke mate verzekeraars en banken het belang van de klant centraal stellen in producten en dienstverlening. Zie hier de scores van het Klantbelang Dashboard 2018.

 

Meer verzekeringsfraude

Verzekeraars hebben in 2017 voor €101 miljoen aan fraude opgespoord: het hoogste fraudebedrag in de afgelopen 5 jaar. Dat meldt het Centrum Bestrijding Verzekeringscriminaliteit (CBV) van het Verbond. Ook blijkt dat de verhouding tussen het aantal opgespoorde fraudeurs en het aantal onderzochte incidenten is verbeterd: in 2016 leidde 1 op de 3 onderzoeken tot een aangetoonde fraude, in 2017 was de verhouding 1 op 2,5. In 2017 werden ruim 11.500 mensen betrapt op fraude (2016: 10.000).

Sinds 2016 kunnen verzekeraars een deel van hun onderzoekskosten via een vaste schadevergoeding van €532 verhalen op de daders. Hierdoor hebben fraudeurs in anderhalf jaar tijd €550.000 aan onderzoekskosten terugbetaald.

 

Onderzoek bijsluiters

FinanciŽle bijsluiters bij complexe financiŽle producten schieten aan hun doel voorbij, concludeert Carien de Jager van de Rijksuniversiteit Groningen in een promotieonderzoek. Mensen lopen daardoor nog steeds veel risico op financiŽle verliezen. Volgens De Jager zijn deze documenten ongeschikt om consumenten te beschermen en verwacht de overheid er te veel van. Ze onderzocht 10 verschillende Nederlandse, Duitse, Engelse en Europese informatiedocumenten bij complexe financiŽle producten, combinatieproducten met een beleggingscomponent. "Een groot deel daarvan is ongeschikt voor consumenten. Ook het leveren van informatie helpt daar weinig aan", stelt De Jager.

Daarbij zijn de bijsluiters vaak niet begrijpelijk vanwege te veel technische termen, lange zinnen en moeilijke woorden. Volgens De Jager kan de informatie begrijpelijker gemaakt worden, bijv. met eenvoudig taalgebruik en plaatjes in plaats van tekst.

Ze zet haar vraagtekens bij het middel op zich. “Je kunt consumenten niet veranderen. Voor een grote groep mensen speelt informatie helemaal geen rol bij het nemen van een beleggingsbeslissing. Ook blijken consumenten vaak niet gemotiveerd om zich in financiŽle producten te verdiepen. Daarnaast ontbreken vaak de kennis en vaardigheden om de producten te begrijpen.”

De Jager pleit echter niet voor het afschaffen van de financiŽle bijsluiters. “Ze kķnnen van toegevoegde waarde zijn. Anders dan marketingmateriaal zijn ze een objectieve bron van informatie. (…) Maar wetgevers moeten geen al te hoge verwachtingen hebben. Er moet niet onevenredig veel geld, tijd en energie besteed worden aan zo’n beperkt effectief middel. Dit wordt al meer dan dertig jaar op Europees en nationaal niveau zonder succes gedaan. Voor echte consumentenbescherming moet je verder kijken.”

RUG, Informatiedocumenten onder de loep: Juridische aspecten en de praktijk van precontractuele informatie over complexe financiŽle producten

 

Bijdrage toezichtskosten

Adviseurs en bemiddelaars gaan procentueel minder bijdragen aan de kosten van het toezicht. Een door minister Hoekstra (FinanciŽn) aan de Kamer gezonden uitwerking van de Wbft 2019 bevestigt dat het aandeel daalt van 21,2% tot 14,4% van het totaal.

In de Wbft 2013 was een verdeling in procenten over de verschillende toezichtcategorieŽn van de toezichtkosten vastgelegd. Deze verdeling moest de kosten zo voorspelbaar en stabiel mogelijk houden en moest ongeveer gelijk zijn aan de toezichtinspanningen. Daarom worden ze elke 5 jaar getoetst en herzien.

In de categorie adviseurs en bemiddelaars daalt het percentage. Minister Hoekstra: "Het toezicht op deze categorie is in de afgelopen jaren afgenomen, vooral onderaan de markt. Daarnaast is er minder toezicht nodig omdat het provisieverbod geÔmplementeerd is en minder toezicht vergt."

 

Effectiviteit no-riskpolis

Het ministerie van SZW en SEO Economisch Onderzoek hebben de bekendheid met en de effectiviteit van de no-riskpolis onderzocht. De belangrijkste conclusies:

1. in 75% van de gevallen komt al tijdens of voorafgaande aan de sollicitatie aan de orde dat een werknemer die onder de doelgroep van de no-riskpolis valt, een arbeidsbeperking heeft.

2. slechts 16% van de werknemers met een arbeidsbeperking weet dat ze onder de no-rikpolis vallen; 60% daarvan meldt dat aan de werkgever voor of tijdens de sollicitatie. M.a.w. in ca. 10% van de gevallen weet een werkgever op deze manier dat een sollicitant met een arbeidsbeperking bij ziekte recht heeft op ziekengeld.

3. in 25% van de gevallen heeft die wetenschap ertoe geleid dat een werkgever de betreffende sollicitant in dienst heeft genomen. M.a.w. zonder no-riskpolis zouden deze personen met een arbeidsbeperking de baan niet hebben gekregen. Driekwart van de sollicitanten met een arbeidsbeperking die wordt aangenomen, zou ook zijn aangenomen als zij geen no-risk polis zouden hebben.

De no-riskpolis kan alleen effectief zijn als de werkgever bekend is met dit instrument en weet of een werknemer onder de no-riskpolis valt. Uit het onderzoek onder werkgevers blijkt dat het instrument no-riskpolis behoort tot de meest bekende instrumenten onder werkgevers. Ca. 45% van de werkgevers kent dit instrument. De bekendheid neemt toe met de omvang van de werkgevers. De no-riskpolis kan alleen effectief zijn als de werkgever op het moment dat hij beslist welke sollicitant hij zal aannemen weet dat:

1. een bepaalde sollicitant een arbeidsbeperking heeft, en dat

2. deze sollicitant onder de no-riskpolis valt.

In verreweg de meeste gevallen is aan voorwaarde 1. voldaan. In 75% van de gevallen weet de werkgever al vůůr of tijdens de sollicitatie dat een sollicitant een arbeidsbeperking heeft. Dit hoge percentage geeft geen aanleiding om maatregelen te treffen om sollicitanten te stimuleren om vůůr of tijdens de sollicitatie de (potentiŽle) werkgever te melden dat ze een arbeidsbeperking hebben. Het is aan sollicitanten zelf om zulke privacygevoelige informatie wel of niet te verstrekken.

Aan voorwaarde 2. is in een klein aantal gevallen voldaan. Slechts 16% van de personen die onder de no-riskpolis vallen, weet dat. Dit lage percentage is als zodanig al aanleiding om maatregelen te treffen waardoor meer personen van hun rechten op de hoogte zijn. Bovendien is de sollicitant de belangrijkste bron waardoor de werkgever weet dat de no-riskpolis in een individueel geval van toepassing is.

Eindrapport effectiviteit no-risk-polis

Kamerbrief onderzoek effectiviteit no-riskpolis

 

Maatregelen kredietmarkt

Minister Hoekstra (FinanciŽn) wil de slogan ‘Geld lenen kost geld’ bij consumptieve kredieten vervangen door een effectievere waarschuwing. De leenomgeving van kredietaanbieders moet veranderen om kwetsbare mensen te beschermen tegen torenhoge schulden.

Uit AFM-onderzoek naar de risico’s voor consumenten op de kredietmarkt blijkt dat mensen met problematische schulden gemiddeld 15 schuldeisers hebben. Vaak zit daar een aanbieder van consumptief krediet bij. Het is volgens de minister echter moeilijk vast te stellen wat het directe effect van een consumptief krediet is op problematische schulden.

Zorgelijk zijn de betalingsachterstanden op kredieten bij postorderbedrijven. Ruim 1 op de 3 overeenkomsten kent achterstanden. Hoekstra noemt het onwenselijk dat bedrijven die ook kredietaanbieder zijn prikkels hebben om de leenomgeving zo in te richten dat de consument kiest voor een krediet i.p.v. directe betaling, of een hoger krediet, of een langer lopend krediet. Hierdoor betalen consumenten soms leenkosten terwijl dat niet nodig is of hogere leenkosten dan nodig.

De minister kondigt 3 beleidsdoelstellingen aan om te zorgen dat het belang van de klant op ťťn komt bij de inrichting van de leenomgeving:

1. In de leenomgeving is er geen sturing naar een hoger leenbedrag en/of een langere looptijd.

2. Aanbieders mogen niet het beeld geven dat lenen voor consumptieve uitgaven vanzelfsprekend is.

3. De leenomgeving moet zo zijn dat consumenten zich realiseren dat ze een krediet afsluiten met terugbetalingsverplichting en (rente)kosten.

Een van de maatregelen die hieruit voortvloeien is het schrappen van de leus ‘Geld lenen kost geld’. Uit onderzoek bleek dat die leus weinig invloed heeft op het leengedrag. Er komt een alternatief voor deze waarschuwing. De AFM onderzoekt met gedragswetenschappelijke experimenten de effecten van aanpassingen in de beslisomgeving.

Volgens de minister hebben kredietaanbieders al stappen gezet om klanten minder richting hoge en langlopende leningen te sturen. Van aanbieders van verzendhuiskredieten verwacht hij extra aanpassingen om het percentage achterstanden terug te dringen.

 

Werkloosheid

Het aantal 15- tot 75-jarigen met betaald werk steeg de afgelopen 3 maanden met gemiddeld 20.000 per maand. Er zijn nu 8,8 miljoen werkenden, meldt het CBS.

Ruim 4,1 miljoen mensen hebben geen betaald werk. Onder hen zijn 353.000 werkloos (wel werk zoeken, wel direct beschikbaar). Dit aantal blijft stabiel. Werklozen vormen 3,9% van de beroepsbevolking. De rest van de groep niet-werkenden, bijna 3,8 miljoen, zoekt geen werk en is ook niet direct voor werk beschikbaar. Hun aantal daalde de laatste 3 maanden met gemiddeld 16.000 per maand. UWV registreert nu 278.000 lopende WW-uitkeringen (een j-o-j-daling van 88.000). De daling begon in 2014.

 

Kassa over orv

TV-programma Kassa stelt in de uitzending van 06-10-2018 de dalende orv-premies aan de orde, evenals de moeite die consumenten hebben om over te stappen. Kifid bepaalde deze zomer dat adviseurs hun klanten er expliciet op moeten wijzen als de premies tijdens de looptijd dalen.

Kassa haakt met de oproep in op deze principe-uitspraak. Kifid bepaalde dat adviseurs hun klanten expliciet moeten informeren als de orv-verzekeraar de premie fors heeft verlaagd. Een adviseur die dat naliet moest ruim €3.200 aan te veel betaalde premie vergoeden. De vraag is of deze uitspraak een generieke werking heeft met massaclaims als gevolg. En wat adviseurs te doen staat, zeker als zij - bijv. in hun abonnementen - claimen de beste (en voordeligste) oplossing voor hun klant te hebben.

 

Verschillen orv-aanbieders
Financieel dienstverleners zien relevante verschillen in de kwaliteit van dienstverlening tussen de orv-verzekeraars. Zij gevebn Scildon, TAF, Dazure en Dela de hoogste waardering. Dat blijkt uit onderzoek van Bureau DFO. Het onderzoek geeft aan dat adviseurs vooral bij hypotheekadvies de orv met hun klanten bespreken (90%). Verder komt de orv naar voren bij een alimentatieregeling (30%), voogdijregeling (7%) en erfrechtbelasting (11%). Bij de keuze van een orv kijken adviseurs naar verschillende aspecten. Daarbij weegt de premiestelling het zwaarst en de grenzen voor medische keuringen het minst zwaar.

 


www.fintool.nl

Marktpartijen

 

Colibri in hypotheken

Nieuwkomer Colibri Hypotheken is gestart met directe online distributie. Er komt ook distributie via advieskantoren. Zelf een hypotheek afsluiten kost €495. Colibri richt zich eerst op starters en later ook op doorstromers en oversluiters. De funding is van Aegon en Stater doet de administratie.

 

Deck dekt grote pech

De nieuwe schadeverzekeraar Deck biedt een all-in verzekering voor schadeclaims vanaf €1.000 voor wonen en reizen en vanaf €500 voor auto’s. Deck is er alleen voor ‘grote pech.’ Het aanbod van Deck past bij de doelgroep 30- tot 50-jarigen met een koophuis en die zich ergeren aan veelclaimers.

Bij Deck heb je een all-in prijs voor alle verzekeringen (opstal, inboedel, reis, aansprakelijkheid, auto, motor, brommer). Voogd en Voogd doet de administratie, Deck de marketing en het klantcontact. Risicodragers zijn NN, Unigarant, ASR en Allianz.

 

Consumentenbond uit Advieskeuze

De Consumentenbond verkoopt alle aandelen aan de oprichters van Advieskeuze. Sinds 2013 was de Consumentenbond aandeelhouder en sinds 2016 had het een meerderheidsbelang. De bond gaf als reden voor het meerderheidsbelang de wens het platform onafhankelijk te houden en te voorkomen dat het in handen zou vallen van een marktpartij. “Inmiddels is het zo groot geworden en diepgeworteld dat we dat gevaar nu niet meer zien. Het blijft onafhankelijk.” De Consumentenbond wil voorkomen dat er doorklik- of leadvergoedingen komen.

 

Nuvema wordt Lifetri

Conservatrix Groep verkoopt Nuvema (Nederlandse Uitvaart Verzekering Maatschappij) aan de Lifetri Groep (eigendom van TPG). Nuvema, met ca. 185.000 polishouders, gaat verder onder de naam Lifetri Uitvaartverzekeringen.

Na de overname blijven de rechten van de polishouders overeind. De verkoop van Nuvema is weer een stap in de ontmanteling van de Conservatrix Groep. Vorig jaar werd levensverzekeraar Conservatrix noodgedwongen verkocht aan een Amerikaanse investeerder. De Conservatrix Groep omvat nu nog de Belgische uitvaartverzekeraar Hooghenraed en het onroerendgoedbedrijf Nijzoon.

 

Lloyds laat adviseur beoordelen

Lloyds Bank vraagt hypotheekklanten niet alleen om de eigen organisatie te beoordelen, maar ůůk de adviseur die heeft geadviseerd en bemiddeld bij de hypotheek. Lloyds Bank vraagt de hypotheekklant om een oordeel over het totale advies- en acceptatieproces, incl. de dienstverlening van de onafhankelijke adviseur. Tot dusver zit dat overigens wel goed. Volgens Lloyds waarderen klanten (o.b.v. 170 reviews) de dienstverlening van de adviseurs met 9,2. Bij het uitvragen van de waarderingen werkt Lloyds Bank samen met Advieskeuze.nl.

 

Menzis daagt farmaceut

Menzis voert een rechtszaak tegen farmaceut Astrazeneca voor het kunstmatig hoog houden van de prijs van een medicijn en eist €4,2 miljoen schadevergoeding. Het is de eerste keer dat een verzekeraar een dergelijke zaak aanspant tegen een farmaciebedrijf.

De zaak draait om het middel Seroquel (tegen psychoses) waarvan het patent in 2012 afliep. De farmaceut hield echter vol het exclusieve recht op de productie van het medicijn te behouden. In juni 2014 stelde de rechter het bedrijf in het ongelijk. Volgens Menzis bleek daarna dat het middel tot wel 90% goedkoper kon worden geproduceerd en dat Menzis daardoor €4,2 miljoen teveel heeft betaald tussen 2012 en 2014.

Een farmaceut kan een aflopend patent verlengen door bijv. aan te tonen dat het medicijn ook voor een andere aandoening helpt. Volgens Menzis misbruiken farmaceuten deze patentbescherming om langer een hoge prijs voor medicijnen te vragen.

 

 


www.hofstaete.nl

Kifid / rechter

 

Kifid over woonlastenbeschermer

Een consument die onvrijwillig werkloos werd, doet aanspraak op zijn woonlastenbeschermer. De verzekeraar weigert omdat de verzekerde geen WW-uitkering krijgt, maar een ZW-uitkering.

Het dienstverband van een consument is per 01-07-2014 gestopt. Vanaf die datum keert het UWV een werkloosheidsuitkering uit. Wanneer de consument diezelfde maand ziek wordt, wijzigt het UWV de WW-uitkering in een ZW-uitkering. De consument claimt het verzekerd maandbedrag van zijn woonlastenverzekering. De verzekeraar wijst de claim af, omdat de verzekerde volgens de Werkloosheidswet niet werkloos zou zijn.

Kifid oordeelt anders. Het is goed voorstelbaar dat de consument de verzekeringsvoorwaarden zo heeft begrepen dat hij aanspraak kan maken op de verzekering omdat hij werkloos was. En alleen omdat hij tegelijkertijd ook ziek was, kreeg hij een ZW-uitkering. Kifid volgt hier de voor de consument meest gunstige uitleg. De voorwaarden kunnen zo worden gelezen dat i.h.k.v. de werkloosheidswet een ziektewetuitkering in de plaats komt van een WW-uitkering. De Europese richtlijn ‘oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten’ vereist dat een consument voordat een verzekering wordt afgesloten, begrijpt hoe de verzekering werkt (het Van Hove-arrest van het Europese Hof, 23-04-2015). De consument moet de economische gevolgen, die de verzekering voor hem of haar heeft, kunnen inschatten. Voor deze consument was niet duidelijk dat de verzekering geen dekking biedt wanneer hij tegelijkertijd ťn werkloos ťn arbeidsongeschikt zou zijn. Kifid acht het niet uitgesloten dat de consument de reikwijdte van de verzekeringsvoorwaarden niet heeft begrepen.

Kifid concludeert dat de aanspraak terecht is. De verzekeraar moet alsnog uitkeren.

 

Kifid over zorgplicht adviseur

Een tussenpersoon die een bank vraagt om bevestiging van een hypotheekrentewijziging moet ook actie ondernemen als die bevestiging uitblijft. Dat stelt Kifid in een zaak waarbij een klant een offerte niet getekend retourneert. Daardoor betaalt hij een hoger rentepercentage wat vooral nadelig blijkt als hij later zijn hypotheek vervroegd aflost. Volgens Kifid (Geschillencommissie) had de adviseur die schade kunnen voorkomen. Hij moet daarom een deel van de boeterente betalen.

De consument sluit in 2009 via zijn adviseur een hypotheek bij ING: een spaarhypotheek en een hypotheek met levensverzekering. ING informeert de man in 2015 dat de rentevaste periode afloopt en stuurt een keuzeformulier voor een nieuw rentetarief. Daarop staat geen variabele rente. De man vraagt zijn adviseur. Na telefonisch contact met ING voegen adviseur en consument een keuze toe, namelijk ‘variabele rente 2,4%’. De adviseur scant het ondertekende blad en mailt dat naar ING met de volgende toevoeging: “Wij vertrouwen erop dat u voor de verdere afwikkeling zorg zult dragen en ontvangen graag een bevestiging”. Daarop reageert ING naar de adviseur en de klant met een offerte voor het omzetten naar een variabele rente van 2,48%. Het voorstel is 11 dagen geldig. De consument denkt dat dit de bevestiging is van de voorgestelde aanpassing en stuurt de offerte daarom niet met handtekening terug. ING stuurt kort daarop bericht dat de rente conform de leningvoorwaarden opnieuw voor 6 jaar wordt vastgezet, dan tegen een rente van 3,05%.

Pas 5 maanden later komt de adviseur erachter dat er iets mis is gegaan. “Helaas krijgen wij als tussenpersoon geen bevestiging meer van de renteverlengingen. Dat is heel vervelend, want nu komen wij er bij toeval achter dat de rente niet variabel is gezet”, schrijft de adviseur aan ING. Het kantoor wil de verlenging terugdraaien. ING weigert.

In augustus 2016 lost de consument de lening vervroegd af. ING berekent een boeterente van ruim €9.500. Opnieuw verzoekt de adviseur om de eerdere renteverlenging ongedaan te maken. ING weigert. Wel berekent ING de boeterente opnieuw en komt dan uit op krap €5.500. Dat bedrag plus de te veel betaalde rente in de periode november 2015 – augustus 2016 wil de consument via Kifid op de adviseur verhalen. Hij vindt dat de adviseur tekort is geschoten door niet bij ING te vragen wat de stand van zaken was t.a.v. de rentewijziging.

Kifid steunt hem daarin: “Van , die als hypotheekadviseur voor haar cliŽnt een verzoek had ingediend, had mogen worden verwacht dat zij toen de gevraagde bevestiging uitbleef bij de bank of Consument had nagevraagd of het verzoek om rentewijziging inmiddels was uitgevoerd. Bij gebrek daaraan is toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen jegens Consument.”

De consument draagt zelf ook schuld aan de schade. Hij heeft de offerte niet zorgvuldig doorgenomen en had aan brieven en afschrijvingen kunnen zien dat de rente voor 6 jaar was vastgezet. Daarom bepaalt Kifid dat de consument de helft van de schade moet dragen.

Die schade wordt berekend op bijna €4.000: de aflosboete en de te veel betaalde rente nadat die fiscaal zijn afgetrokken. De adviseur moet daarvan bijna €2.000 vergoeden aan de consument. De uitspraak is niet-bindend.

De consument daagde in dezelfde zaak ook ING omdat de bank geen gevolg heeft gegeven aan zijn verzoek om de rente op variabel te zetten. Volgens de man had ING toen reactie op de offerte van zijn kant uitbleef met hem of met de adviseur contact op moeten nemen. Kifid volgt deze redenering niet. Volgens Kifid was de tekst en de benodigde actie in de offerte voldoende helder. Bovendien was duidelijk dat de bank wijzigingen van rentepercentages rechtstreeks naar de consument stuurde “en dat met die werkwijze bekend was”. “Gelet daarop is niet gebleken dat de bank verplicht was haar brieven over de rentewijziging (ook) aan te zenden.” Kifid wijst de vordering af, ING is niet tekortgeschoten.

 

Kifid over extra aflossing

Consument heeft een hypotheek waarop hij per kalenderjaar 10% van de oorspronkelijke hoofdsom mag aflossen. Op 29-12-2016 geeft hij de opdracht om 10% af te lossen. De bank wil deze maximale boetevrije aflossing niet meer in 2016 verwerken omdat de bank de opdracht daartoe te laat heeft ontvangen. De bank verwijst daarbij naar de informatie hierover op haar website. Hieruit zou moeten blijken dat de opdracht tot een extra aflossing voor een bepaalde datum moet zijn ontvangen om verwerking daarvan voor het einde van het kalenderjaar mogelijk te maken.

Consument stelt dat in de voorwaarden alleen staat dat hij per kalenderjaar 10% boetevrij mag aflossen. Kifid geeft de Consument gelijk. Noch in de overeenkomst, noch in de relevante bepalingen van algemene voorwaarden wordt verwezen naar de website van de bank. Uit niets blijkt dat consument voor aanvullende informatie over het extra aflossen de website van de bank moet bezoeken. Consument was daarom gerechtigd om op 29-12-2016 extra af te lossen op zijn hypotheek en mocht ervan uitgaan dat de aflossing in het kalenderjaar 2016 zou worden verwerkt.

 

Rechter over aov-fraude

Het Gerechtshof Amsterdam heeft een stratenmaker in hoger beroep veroordeeld vanwege fraude met een aov-uitkering. Zijn verzekeraar Aegon werd achterdochtig na het zien van beelden waarop de man aan het werk was. Het Gerechtshof vond dit speurwerk in dit geval gepast.

De stratenmaker stelde dat hij sinds 2009 zijn werk niet meer kon doen vanwege rugklachten. Aegon stelde vast dat hij als eigenaar van het stratenmakersbedrijf nog 10 uur per week ondernemerstaken kon verrichten en 5 uur administratieve taken, maar volledig arbeidsongeschikt was voor uitvoerend werk.

Openbare publicaties riepen echter vragen op bij Aegon dat daarop een onderzoek instelde. Daaruit bleek dat de man actief was bij de renovatie van een schoolplein, een wedstrijd Street Golf, het plaatsen van zonnepanelen en een klusdag. De stratenmaker vond dat de berichten uit de context waren gehaald en nam het Aegon kwalijk dat zij daarop kozen voor een observatie i.p.v. een gesprek. Het Gerechtshof vindt het onderzoek proportioneel. De veronderstelde fysieke beperkingen en de handelingen op het aangetroffen fotomateriaal waren dusdanig tegenstrijdig, dat er voor het Hof voldoende aanleiding was voor een redelijke verdenking van verzekeringsfraude.

Volgens het Hof was het niet zinvol was om nogmaals bij de man navraag te doen naar de omvang van zijn beperkingen. “[A] had immers een reeks gesprekken met de deskundigen van Aegon gevoerd waarin zijn klachten en beperkingen centraal stonden en waarin gesproken was over de omvang van zijn werkzaamheden en andere activiteiten. Aegon was dus genoodzaakt zich op andere wijze een beeld te vormen van de activiteiten en mogelijkheden van [A]. Naar het oordeel van het hof heeft Aegon daarbij in het kader van de proportionaliteit in redelijkheid kunnen besluiten tot de door in haar opdracht uitgevoerde observatie. Daarbij geldt dat de observatie gedurende een beperkte periode en uitsluitend vanaf de openbare weg heeft plaatsgevonden.”

De rapporteurs hebben de man daarop enkele dagen gevolgd en zagen hem werkdagen maken van 04.00 uur tot 18.30 uur, op verschillende werklocaties, zand scheppen, een aanhanger duwend verplaatsen, een bulldozer besturen en een grondboor hanteren, ‘zonder daarbij enige blijk te geven van lichamelijk ongemak, belemmering of pijn.’

Tijdens die observaties is er opnieuw een gesprek tussen de stratenmaker en een arbeidsdeskundige. Ook daarin geeft de man aan dat hij alleen nog wat lichte onderhoudsklusjes doet op de werkplaats. Op werklocaties zou hij nog maar eens per week komen en voor maximaal een half uur. Tegen de deskundige zegt hij dat hij het er moeilijk mee heeft dat hij niet meer kan meewerken in zijn bedrijf. Als de arbeidsdeskundige daarna de observatiebeelden ziet, concludeert hij dat er een grote discrepantie bestaat met wat de stratenmaker hem verteld heeft.

Het Gerechtshof veroordeelt de man o.b.v. de bevindingen tot het terugbetalen van €58.368 aan aov-uitkeringen, gerekend vanaf de renovatie van het schoolplein in 2011. Daarbovenop betaalt hij €27.049 aan onderzoekskosten terug en wordt Aegon een bedrag van bijna €14.000 toegewezen vanwege ten onrechte verleende premievrijstelling. De gegevens van de stratenmaker zijn opgenomen in de diverse frauderegisters.

 

Kifid over ‘maand’

NN gaat de mist in bij een uitkering. Het geschil draait om het verschil tussen een reactietermijn van ’30 dagen’ en de wettelijke reactietermijn van ‘een maand’.

De eiser is de zus van een vrouw die bij NN een gemengde levensverzekering afsloot die ruim €88.000 uitkeert bij in leven zijn op 03-02-2028 of als zij eerder overlijdt. De zus is begunstigde van de polis.

Eind 2016 overlijdt de klant. De verzekering keert bijna €42.000 uit: nog niet de helft van de verzekerde som. De verzekering blijkt in september 2015 premievrij te zijn gemaakt vanwege een achterstand in de premiebetaling. NN heeft daaraan voorafgaand 3 herinneringsbrieven gestuurd. In de laatste brief geeft NN de klant 30 dagen de tijd om alsnog de achterstallige premie te voldoen. De betaling blijft uit, en NN zet de verzekering premievrij voort. NN verzendt een nieuw polisblad met een naar beneden bijgesteld verzekerd kapitaal.

De vraag is of NN voldaan heeft aan de waarschuwingsplicht door een reactietermijn van 30 dagen te stellen. Wettelijk geldt een termijn van ten minste een ‘maand’. NN stelt dat die wettelijke termijn van een ‘maand’ moet worden uitgelegd als een termijn van ‘30 dagen’.

Kifid is het daarmee oneens. Volgens Kifid wil de wetgever bij levensverzekeringen ook anderen dan de schuldenaar (de verzekeringnemer) beschermen. De begunstigde heeft immers ook belang bij het ongewijzigd voortzetten van de verzekering. “Gelet op deze beschermingsgedachte is het naar het oordeel van de Commissie niet aannemelijk dat de wetgever bij de formulering van onderhavig wetsartikel en de daarin genoemde termijn van ťťn maand een termijn van 30 dagen voor ogen had”, aldus de uitspraak.

NN stuurde de laatste herinneringsbrief op 01-07-2015 en gaf de verzekerde daarmee tot 31-07-2015 om de achterstallige premie te voldoen. “Indien Verzekeraar zou zijn uitgegaan van de maandtermijn, had zij tot 01-08-2015 om de premies te betalen”, stelt Kifid. En “ook indien aansluiting wordt gezocht bij de maanden van het jaar, kan de stelling van Verzekeraar geen standhouden.” Kifid berekent dat een gemiddelde maand 30,4 dagen telt. Dat zijn 30 dagen, 9 uur en 36 minuten. “Dit brengt mee dat de wettelijke term ‘een maand’ ex art. 7:980 BW dan ook ten minste 30,4 dagen moet bevatten. Het uitgaan van een termijn van 30 dagen kan in dit kader dan ook worden gezien als een afwijking ten nadele van verzekeringnemer, hetgeen op grond van art. 7:986 lid 3 BW niet is toegestaan.” Dat de verzekering pas op 03-09-2015 premievrij is gemaakt, maakt dit volgens Kifid niet anders. “Het niet voldoen aan de waarschuwingsplicht brengt immers mee dat het rechtsgevolg van niet-betaling niet intreedt en Verzekeraar in zijn geheel niet tot het premievrij maken van de verzekering mag overgaan.”

NN moet nog bijna €44.000 betalen. Dat is de verzekerde som van €88.000 met aftrek van het al betaalde bedrag en de niet betaalde premies (€2.636). Het Kifid-advies is bindend.

 

Rechter over onderverzekering

Een klant die zonder een tussenpersoon een opstalverzekering sluit, moet zelf controleren of hij bij prolongatie onderverzekerd raakt. Een verzekeraar moet hem daar jaarlijks voor waarschuwen, maar hoeft zelf niets te doen om tot een verzekering tegen de actuele herbouwwaarde te komen. Dat stelt het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een zaak over brandschade.

De man had zijn rietgedekte woning sinds 1984 tegen brand verzekerd bij een onderlinge verzekeraar. In 1993 en 1997 is de verzekerde som, na bezoeken door de verzekeraar, aangepast. Later wordt er alleen nog schriftelijk gecommuniceerd over de polis.

In 2012 is er brand in de woning met een schade van ruim €29.000. De verzekeraar vergoedt ca. €10.000 o.g.v. de verzekerde som. De man wil het resterende schadebedrag via de rechter opeisen. Hij vindt dat de verzekeraar hem niet voldoende heeft beschermd tegen onderverzekering.

Volgens de man had hij meer mogen verwachten vanwege de adviesrelatie. Hij wijst op een brief uit 2003. Daarin kondigt de verzekeraar aan bezoeken te gaan afleggen om een risicoanalyse te maken van met riet gedekte panden. “Aan de hand van deze analyse zal besproken worden of een aanpassing van de premie noodzakelijk is.”

Het Gerechtshof vindt dat de brief geen bewijs is voor een adviesrelatie. “Deze brief heeft niet de strekking dat eventuele onderverzekering onder de loep zal worden genomen.” Bovendien mocht de man er niet uit afleiden dat nadat bezoek van de verzekeraar uitbleef, de verzekerde som uit 1997 nog steeds in overeenstemming is met de actuele (herbouw)waarde.

Twee jaar later stuurt de verzekeraar bovendien een brief waarin de klant gewaarschuwd wordt. “Uw polis(sen) is/zijn sinds 1997 niet gewijzigd. Naar onze mening is sprake van onderverzekering. Om problemen bij een eventuele schade te voorkomen dienen de verzekerde bedragen te worden aangepast”, aldus de verzekeraar. De man wordt aangeraden contact op te nemen, maar doet dat niet. “Dat dient voor zijn eigen risico te blijven”, oordeelt de rechter.

Volgens de rechter mag bij een opstalverzekering worden verwacht dat de verzekeraar “bij aanvang en telkens bij de verlenging van de overeenkomst tegen het gevaar van onderverzekering waarschuwt”. In de polisvoorwaarden was opgenomen dat de verzekeringnemer zelf verantwoordelijk is voor de opgave van de verzekerde som en de hoogte daarvan. Dat ontslaat de verzekeraar echter niet van de waarschuwingsplicht, aldus de rechter.

De verzekeraar heeft hier aan voldaan, oordeelt het hof. Verder gaat de zorgplicht niet. De verzekeraar hoefde zich er niet van te vergewissen dat de man zich realiseerde dat hij in de loop van de tijd onderverzekerd raakt en zich bewust was van de risico’s daarvan. Evenmin kon van de verzekeraar worden verwacht dat die zou controleren of de verzekerde sommen nog juist waren en vervolgens stappen zou zetten om tot een verzekering tegen de actuele herbouwwaarde te komen. De klager draait zelf op voor de restschade.

 

Kifid over leidingbreuk

Als een afvoerbuis onverwacht losschiet van een koppelstuk, is dat dan leidingbreuk of een plotseling optredend defect van de leiding? Nee, aldus CB en wees de schade af. Volgens CB was de leiding die van de wasmachine afsprong immers niet kapot. Kifid geeft CB hierin gelijk.

Verzekerd is volgens art. 8 van de polis water ‘dat plotseling en onvoorzien uit een leiding komt als gevolg van breuk, springen door vorst, verstopping of een plotseling optredend defect.’ CB: “In uw geval is er sprake van een afgeschoten afvoer en is er geen sprake van een breuk of een defect van de leiding. De afvoer is namelijk niet kapot. Om deze reden valt de gevolgschade door de afgeschoten afvoer niet onder de dekking van de verzekering en kan ik uw claim niet vergoeden.”

De verzekerde: “Een wasmachine maakt in een gesloten circuit onderdeel uit van een waterleiding. […] Wanneer de leiding, buis of slang defect raakt, komt het water niet op de plek waar het behoort te komen. Het water komt dan buiten het gesloten circuit van het leidingnetwerk […]. De leiding vertoont op dat moment een gebrek, een fout, ofwel de leiding is niet in orde (definitie van een defect). Doordat de afvoer van de leiding is geschoten, is de samenhang van de leiding verbroken (definitie van een breuk).”

Volgens de verzekerde werkte de leiding al sinds de verhuizing in 2011 zonder problemen. Dat de koppeling ineens midden in de nacht losschoot, toonde volgens hem aan dat er sprake is van een plotseling en onverwacht voorval.

CB stelt dat een losgeschoten koppelingsstuk geen leidingbreuk is, noch een plotseling defect. “Uiteraard is het wel dat het leidingnetwerk uiteindelijk verbroken is geraakt, maar daarvan was in dit geval pas sprake nadat de afvoerleiding was losgesloten. Consument stelt ten onrechte dat de afvoerleiding is losgeschoten doordat het leidingnetwerk verbroken was geraakt.”

Kifid geeft CB gelijk en oordeelt “dat gelet op de objectieve lezing van art. 8 voldoende duidelijk is dat een verbroken leidingnetwerk a.g.v. een losgeschoten leiding van het koppelingsstuk, niet als een breuk zoals genoemd in art. 8 kan worden beschouwd. Naar het oordeel van de Commissie dient er sprake te zijn van een daadwerkelijke breuk in de leiding zelf en niet enkel van losschieten.”

Het argument dat het losschieten plotseling en onverwacht was, wees Kifid ook af. “Consument heeft ter onderbouwing van zijn stelling aangevoerd dat het leidingennetwerk van de wasmachine jarenlang zonder problemen heeft gefunctioneerd en dat de schade in de nacht is ontstaan. Deze argumenten zijn onvoldoende om te concluderen dat er sprake is van een plotseling optredend defect.” Kifid verwees hiervoor naar een zaak uit 2009 waarin een afvoerslang was losgeschoten van een verrijdbaar barmeubel.

De vordering van de klant werd afgewezen. De uitspraak is bindend.

 

Rechter over onderverzekering

Verzekeringsadviseur Aon moet ruim €43.000 betalen aan een verzekerde wegens niet uitgekeerde brandschade a.g.v. onderverzekering. Zo oordeelt de rechtbank Rotterdam omdat Aon haar klant niet heeft gewezen op het ontbreken van een juiste waardebepaling van het pand.

Het gaat om het verzekeren van 3 van de 9 opstallen op het terrein tegen o.a. brandschade. Aon geeft o.b.v. de eerder opgegeven vervangingswaarde in mei 2016 per mail bij de offerte aan dat de vervangingswaarde niet hetzelfde is als de herbouwwaarde die verzekeraars hanteren en stelt voor kosteloos een passend waardeverslag te laten maken.

In juli 2016 komt er een polis. Bij het vaststellen van de voorlopige dekking wordt uitgegaan van een herbouwwaarde van €200.000 voor het gebouw dat fungeert als technische ruimte. In de tussentijd geeft de klant volgens een interne notitie van Aon aan dat is ‘afgesproken om de waardebepaling nog even uit te stellen. Dit in afwachting van mogelijke verhuur van de overige paviljoens.’

In maart 2017 is er een brand in het betreffende gebouw. De schade is bijna €100.000, de herbouwwaarde is €380.000. Aangezien het gebouw was verzekerd voor een bedrag van €200.000 en de verzekeraars rekening hielden met de onderverzekering, bedroeg de uitkering ca. €52.000.

De eigenaar stelt Aon aansprakelijk voor de schade a.g.v. onderverzekering. Aon zou tekort zijn geschoten in haar zorgplicht door haar niet adequaat en juist te adviseren over de dekking van de opstalverzekering. Aon betwist dat en stelt de klant te hebben gewezen op het belang van een precies waardeverslag, maar dat deze daarvan heeft afgezien. Vanwege de korte periode tussen het sluiten van de polis en de schade heeft Aon de verzekerde hier niet aan herinnerd.

De rechter oordeelt anders. “Nu [eiser] had aangegeven een waardebepaling te willen laten uitvoeren en er geen sprake was van het definitief afzien daarvan, had het op de weg van Aon gelegen om op een later moment alsnog aan te dringen op een waardebepaling, dan wel bij [eiser] te verifiŽren of hij hiervan definitief wilde afzien. Gesteld noch gebleken is dat Aon dit heeft gedaan. Dit terwijl de periode van 9 maanden nadat tot uitstel werd besloten (op 03-06-2016) tot aan de brand (op 05-03-2017) daartoe meer dan voldoende gelegenheid bood.”

Ook wees Aon de verzekerde volgens de rechter onvoldoende op de risico’s van onderverzekering. “Dat aannemelijk is dat [eiser] hierop is gewezen omdat in een gesprek met de klant een checklist wordt gehanteerd waarop het risico van onderverzekering staat vermeld, is onvoldoende om te onderbouwen dat in dit specifieke geval op dit risico is gewezen. Daar komt nog bij dat Aon … in ieder geval [eiser] tijdens het gesprek over het uitstellen van een waardebepaling (te weten op 03-06-2016), niet heeft gewezen op de risico’s van het afzien daarvan. Gesteld noch gebleken is dat Aon dat op het later moment alsnog heeft gedaan. Aldus heeft Aon niet alleen nagelaten terug te komen op het uitvoeren van een waardebepaling van de verzekerde panden, maar staat – als onvoldoende gemotiveerd betwist – tevens vast dat Aon [eiser] niet op enige heeft gewezen op het belang van een juiste waardebepaling en op de risico’s van onderverzekering.”

 


www.letsbuildit.nl

Pensioen / Leven

 

Verzamelwet pensioenen 2019

Wijziging van o.a. de Pensioenwet vanwege wijzigingen m.b.t. pensioen (Verzamelwet pensioenen 2019). Het wetsvoorstel bevat o.a. wijzigingen in het kader van:

1. Waardeoverdracht

2. Gegevenslevering DNB

3. Overbruggingspensioen

4. Versterken medezeggenschap bij kleine ondernemingen

5. Premiebetaling op basis van feitelijk verloonde bedragen per maand

 

Aanpassing afkooptermijn waardeoverdracht klein pensioen

In de Wet waardeoverdracht klein pensioen is o.a. geregeld dat kleine pensioenen niet meer eenzijdig mogen worden afgekocht binnen 6 maanden na 2 jaar na einde deelneming. Er is in overgangsrecht voorzien voor kleine pensioenen die zijn ontstaan in het jaar 2017. De pensioenuitvoerder heeft voor deze kleine pensioenen op zijn vroegst 2 jaar nadat de deelneming is geŽindigd het recht op afkoop. Bij deze afkoop geldt dat de gewezen deelnemer moet instemmen met de afkoop. Er geldt voor de aanspraken uit 2017 geen 6 maandentermijn waarin de pensioenuitvoerder een eenzijdig afkooprecht heeft.

Vanuit de uitvoeringspraktijk is aangegeven dat dit overgangsrecht niet goed werkbaar is. Pensioenuitvoerders zouden hun (vaak geautomatiseerde) afkoophandelingen moeten aanpassen voor een zeer beperkte periode. Daarom wordt voorgesteld om de huidige eenzijdige afkoopmogelijkheid binnen 6 maanden na 2 jaar na einde deelneming nog volledig van toepassing te verklaren op alle kleine pensioenen die zijn ontstaan voor 01-01-2018.

 

Afkoop van heel kleine pensioenen ontstaan in 2017 en 2018

Vanaf 01-01-2019 zullen nieuwe heel kleine pensioenen van €2 of minder bruto per jaar van rechtswege komen te vervallen. De pensioenuitvoerder kan vanaf 01-01-2019 ook besluiten om reeds bestaande heel kleine pensioenen te laten vervallen. Dit is geregeld in de Wet waardeoverdracht klein pensioen.

Heel kleine pensioenen die zijn ontstaan in 2017 en 2018 kunnen o.g.v. het huidige art. 66 van de Pensioenwet en art. 78 Wvb niet worden afgekocht vanwege de in dat artikel genoemde termijn van 2 jaar na einde deelneming als vroegste moment van afkoop. Met dit wetsvoorstel wordt voorgesteld om hierop een uitzondering te maken i.h.k.v. de bovengenoemde eenmalige opschoonactie. Pensioenuitvoerders krijgen hierdoor de mogelijkheid om ook de heel kleine pensioenen, die zijn ontstaan in 2017 en 2018, af te kopen.

Wetsvoorstel Verzamelwet Pensioenen 2019

Bijlagen wetsvoorstel Verzamelwet pensioenen 2019

 

Kosten pensioenfondsen

De totale uitvoeringskosten van pensioenfondsen zijn in 2017 met 13% gestegen tot ruim €8,5 miljard. De stijging komt voornamelijk door prestatiegerelateerde vergoedingen en verbeterde verslaglegging van de kosten. Pensioenadviesbureau LCP onderzocht 222 pensioenfondsen incl. 16 kringen bij 5 algemeen pensioenfondsen.

Alleen de pensioenbeheerskosten kwamen in 2017 uit op €990 miljoen.

De kosten per deelnemer daalden van €115 naar €111 (alleen actieven en gepensioneerden).

LCP keek ook naar de ontwikkelingen van de afgelopen 5 jaar. Daarin valt vooral op dat fondsen met 1.000 deelnemers of minder hun pensioenbeheerskosten gemiddeld zag verdubbelen. Bij de 14 grootste fondsen (meer dan 100.000 deelnemers) daalden de kosten.

De transactie- en vermogensbeheerskosten lopen veel sneller op. Van €6,6 miljard in 2016 tot €7,6 miljard vorig jaar. De prestatieafhankelijke vergoedingen stegen met €488 miljoen naar €2 miljard. De gerapporteerde transactiekosten stegen met €331 miljoen. Deze stijging kan voor het grootste deel toegerekend worden aan aangepaste rapportagerichtlijnen en beter inzicht in deze kosten. Deze kosten werden volgens de onderzoekers voorgaande jaren ook gemaakt, maar niet beschouwd als transactiekosten.

Sinds 2015 onderzoekt LCP ook de wijze waarop de fondsen in het jaarverslag inhoudelijk verantwoording afleggen over de kosten die zij maken. De onderzoekers kijken o.a. of de kostenratio’s in het jaarverslag zijn berekend op de wijze die de pensioenfederatie aanbeveelt, en of er een toelichting wordt gegevens als de kosten verschillen met voorgaande jaren. Dat blijkt regelmatig niet het geval. “Het is jammer dat we hebben moeten constateren dat deze kwalitatieve kostenverantwoording in de afgelopen jaren nauwelijks vooruit is gegaan. Hier valt nog veel te winnen door de pensioenfondsen.”

 

AOW-leeftijd

De stijging van de AOW-leeftijd sinds 2013 bespaarde de staat bijna €4 miljard. Dat blijkt uit berekeningen van het CBS. Vorig jaar bracht de verhoging van de AOW-leeftijd naar 65 jaar en 9 maanden €1,7 miljard op voor de schatkist. Dat is het bedrag dat de staat extra kwijt zou zijn aan AOW-uitkeringen bij een pensioenleeftijd van 65 jaar. Het CBS becijferde alleen directe effecten en niet de indirecte effecten van de AOW-leeftijd op o.a. de werkgelegenheid, belastingen en de aanspraak op andere uitkeringen.

De uitgaven aan AOW-uitkeringen zijn in 10 jaar gestegen van €25 miljard naar €37,5 miljard. Dat is ruim 5% van het bbp. Dat is voor het eerst in jaren dat het procentuele aandeel van de AOW-uitkeringen daalde.

 

Levensverwachting AG

De levensverwachting in Nederland blijft stijgen, maar minder snel dan eerder geraamd. Dekkingsgraden van pensioenfondsen kunnen stijgen met 1%. Dat stelt het Koninklijk Actuarieel Genootschap (AG). Uit de Prognosetafel AG2018 blijkt dat de verwachte toename van de levensverwachting is afgevlakt t.o.v. de Prognosetafel AG2016. De levensverwachting van een in 2019 geboren meisje is 92,5 jaar en van een jongen 90,0 jaar.

Pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen kunnen de Prognosetafel AG2018 gebruiken voor het vaststellen en toetsen van hun technische voorzieningen en premies. De effecten zullen niet voor alle portefeuilles hetzelfde zijn. Met name de samenstelling naar leeftijd en geslacht bepaalt de effecten voor een specifieke portefeuille. Bij een rekenrente van 1% zullen, bij portefeuilles met relatief veel mannen, de technische voorzieningen eind 2018 ongeveer met 1,2% afnemen en bij portefeuilles met relatief veel vrouwen, de technische voorzieningen met ongeveer 1,6% afnemen. De afname van de technische voorzieningen zal een positief effect hebben op de dekkingsgraden van pensioenfondsen, waarbij de hoogte ook afhankelijk is van de daadwerkelijke marktrente.

Als de Prognosetafel AG2018 gebruikt zou worden voor de eerstvolgende vaststelling (eind 2018) van de AOW-leeftijd voor het jaar 2024, dan is o.b.v. de huidige wetgeving de verwachting dat de AOW-leeftijd in 2024 ongewijzigd 67 jaar en 3 maanden blijft, maar in de jaren erna door zal stijgen tot 68 jaar in 2029.

AG, Prognosetafel AG2018

 

Levensverwachting NL en EU

De levensverwachting bij geboorte steeg in EU-landen tussen 2011 en 2016 van 80 jaar en 2 maanden naar 81 jaar. In Nederland steeg de levensverwachting van 81 jaar en 1 maand naar 81 jaar en 6 maanden. Dat meldt het CBS. Sinds 1990 stijgt de levensverwachting bij geboorte in EU-lidstaten gemiddeld met ca. 11 tot 20 maanden per 5 jaar. Dat geldt ook voor Nederland.

In bijna alle EU-landen steeg vanaf 1990 de levensverwachting bij geboorte van mannen sneller dan die van vrouwen. Daarmee halen mannen hun achterstand deels in. De verschillen in levensstijl tussen mannen en vrouwen zijn kleiner geworden. Er is bijv. minder verschil in het percentage rokers.

In Nederland steeg tussen 1990 en 2017 de levensverwachting bij geboorte van mannen met 6 jaar en 3 maanden, en die van vrouwen met 3 jaar en 3 maanden. De levensverwachting van Nederlandse mannen bleef zo een van de hoogste in de EU. Nederlandse vrouwen vielen tussen 1980 en 2000 terug van een van de hoogste levensverwachtingen bij geboorte naar de Europese middenmoot. In vergelijking met andere landen hebben veel Nederlandse vrouwen gerookt, m.n. in de jaren '70 en '80. Dat heeft nog tientallen jaren later effect op de levensverwachting.

 

Flexibiliteit in pensioenuitkering

Een flexibelere pensioenuitkering biedt voordelen, vooral voor mensen die beperkt zijn in hun financiŽle keuzemogelijkheden. Maar meer flexibiliteit kan mensen sneller tot verkeerde financiŽle keuzes verleiden. Dit blijkt uit een Netspar-paper (CPb en Tilburg University). De leefomstandigheden in Nederland zijn steeds gevarieerder geworden. Veel mensen zeggen desgevraagd dan ook meer vrijheid te willen in de manier waarop het pensioen wordt uitgekeerd. Bijvoorbeeld door een deel van het pensioenvermogen in ťťn keer (lumpsum) op te nemen bij pensionering of de pensioenuitkering in de pensioenfase meer te laten variŽren. Aan meer flexibiliteit kleven wel risico’s, zoals het opnemen van te veel geld aan het begin van de pensioenfase.

Uit de paper blijkt dat de maatschappelijke baten van een betere afstemming van pensioeninkomen op individuele leefomstandigheden veel groter kunnen zijn dan de verliezen a.g.v. fouten bij de financiŽle planning. Deze voordelen zijn er vooral wanneer mensen naast het pensioen niet over andere financiŽle middelen beschikken om hun consumptie te verschuiven over de tijd. Deskundige begeleiding bij het maken van keuzes kan de nadelige effecten nog verder beperken, maar gaat met hogere uitvoeringskosten gepaard.

Netspar (Ed Westerhout, Marcel Lever), De effecten van meer flexibiliteit in de uitkeringsfase

 

CPB: AO-effect door hogere AOW-leeftijd

Bij een AOW-leeftijd van 70 jaar stijgt het aandeel arbeidsongeschikten onder de toekomstige 65- t/m 69-jarigen iets t.o.v. de huidige 60- t/m 64-jarigen. Deze stijging kan echter beperkt blijven. Dit meldt het CPb in een achtergronddocument.

Afgaande op de verwachte stijging van de gezonde levensverwachting hoeft het beroep op arbeidsongeschiktheid bij een stijgende AOW-leeftijd niet sterk toe te nemen. Voor de gezonde levensverwachting publiceert het CBS 4 verschillende maatstaven, te weten de levensverwachting 1) in goed ervaren gezondheid, 2) in goede geestelijke gezondheid, 3) zonder lichamelijke beperkingen en 4) zonder chronische ziekten.

De eerste 3 maatstaven ontwikkelen zich vrijwel even gunstig als de totale levensverwachting. Alleen de ontwikkeling van de levensverwachting zonder chronische ziekten lijkt hierbij achter te blijven, maar dit blijkt de indicator te zijn die het minst sterk samenhangt met arbeidsongeschiktheid.

Uit een regressieanalyse voor personen tussen 50 en 62 jaar blijkt dat het beroep op arbeidsongeschiktheid toeneemt met de leeftijd en samenhangt met medicijngebruik. Bij een AOW-leeftijd van 70 jaar zou het aandeel arbeidsongeschikten onder 69-jarige mannen kunnen oplopen tot ca. 26% als er helemaal geen gezondheidswinst geboekt zou worden. Dit is ca. 9% hoger dan onder de huidige 64-jarigen, maar blijft ruim onder de 33% arbeidsongeschikten in 2000 onder mannen van 55 tot 64 jaar. Als er – conform de verwachtingen – wel gezondheidswinst geboekt wordt, dan kan het aandeel arbeidsongeschikten onder de toekomstige 69-jarigen duidelijk dichter bij de 17% van de huidige 64-jarigen komen te liggen.

CPB, Achtergronddocument 'Effect-van-stijging-AOW-leeftijd-op-arbeidsongeschiktheid'

 

Keuzevrijheid

Pensioendeelnemers met keuzevrijheid over hun premie-inleg nemen niet altijd financieel verstandige beslissingen. Dat constateert de AFM o.b.v. onderzoek naar differentiatie in premie-inleg en de mogelijke gevolgen van keuzevrijheid.

In het onderzoek kiest 40% van de respondenten voor een tijdelijke premiestop van 1 tot 5 jaar. Zij kiezen voor een hoger besteedbaar inkomen nu, ten koste van inkomen na pensionering. Daar zitten ook mensen bij voor wie dat onverstandig lijkt, omdat zij nu al een ontoereikend pensioen hebben. In dit onderzoek lijkt bij keuzevrijheid geen verband tussen wat financieel verstandiger zou zijn en de keuze die mensen maken.

Differentiatie in premie-inleg kan door keuzevrijheid door de individuele pensioendeelnemer, maatwerk door de pensioenuitvoerder of een combinatie hiervan. Zo zou er tijdelijk meer of minder premie ingelegd kunnen worden tijdens de opbouwfase. Zulke differentiatie kan welvaartswinst opleveren, voor pensioendeelnemers met een pensioenoverschot ťn voor deelnemers met een pensioengat. Zowel keuzevrijheid als maatwerk kunnen een betere spreiding van inkomen over de levenscyclus opleveren.

Bij keuzevrijheid neemt het risico op individuele fouten echter ook toe. Zo kunnen deelnemers een pensioengat groter maken als zij voor een tijdelijke premiestop kunnen kiezen. Er zijn ook deelnemers die nu afstevenen op een hoger pensioeninkomen dan hun huidige inkomen. Een tijdelijke premiestop zou voor deze deelnemers economisch voordelig kunnen zijn. Toch kiest deze groep niet altijd voor een tijdelijke stop.

De AFM keek ook naar de risico’s die volgen uit differentiatie in premie-inleg en hoe deze beperkt kunnen worden. Dat wijst uit dat voor bepaalde doelgroepen keuzebegeleiding met een vorm van (bindend) maatwerk de enige werkende optie is die het risico op individuele fouten sterk kan verkleinen. Daarbij stelt de AFM wel dat het aanbieden van keuzemogelijkheden en maatwerk kostbaarder is dan gestandaardiseerde oplossingen. Uitvoeringskosten zijn dan ook een belangrijk aspect om mee te nemen in de discussie over keuzevrijheid.

Eerder kwamen Netspar en het CPb met een onderzoek naar de macro-economische doelmatigheid van keuzevrijheid in de uitkeringsfase.

AFM, Keuzevrijheid en maatwerk bij pensioeninleg

 

 


www.yellow-communications.com

Zorg / AOV

 

DSW First

DSW is opnieuw de eerste die de premies bekendmaakt. DSW verhoogt de premie met €4,50 p.m. naar €112 p.m. (€1.344 p.j.). Bij een extra eigen risico van €500 en een jaarbetaling is de premie bijna €1.100. De stijging komt volgens DSW door hogere loonkosten en prijzen, de overheveling van de wijkverpleging naar de zorgverzekeringswet, de verhoging van het lage btw-tarief en toegenomen gebruik van dure geneesmiddelen.

In 2018 verlaagde DSW het wettelijk verplicht eigen risico met €10 tot €375. Ook in 2019 handhaaft DSW deze korting op het eigen risico.

 

Zorgkosten 65-plussers

Vektis bracht de ouderenzorg in Nederland in kaart. Uit deze Zorgthermometer blijkt dat de zorg voor 65-plussers in 2017 €28 miljard kostte, gemiddeld €8.650 per persoon. Dat is de helft van de totale zorguitgaven vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet langdurige zorg (Wlz).

Enkele inzichten uit de Zorgthermometer:

  • Wlz is met ruim €11 miljard de grootste kostenpost in de ouderenzorg, gevolgd door ziekenhuiszorg (€8,4 miljard) en wijkverpleging (€2,8 miljard).
  • Van de 85-plussers met een Wlz-indicatie woont 84% in een instelling.
  • 85-plussers kregen in 2017 gemiddeld 9 uur per week wijkverpleging; 65-74-jarigen gemiddeld 7 uur per week.
  • 21% van 75-84-jarigen heeft diabetes, 14% heeft COPD/astma.
  • De meeste ouderen gebruiken 5 of meer medicijnen.
  • 75-plussers die het ziekenhuis bezoeken doen dit het vaakst vanwege een oogziekte.

Vektis, Zorgthermometer Inzicht in ouderenzorg

 

ZN over zorgkosten

ZN stelt dat we de zorg moeten vernieuwen om deze voor iedereen toegankelijk en betaalbaar te houden. De hoofdlijnenakkoorden remmen weliswaar de kostenstijging af, maar vormen nog geen trendbreuk. Het is op termijn onhoudbaar als de kostenstijging in de zorg niet in de pas loopt met de economische groei. Naast de zorgpremie betalen we via de belasting en via werkgevers gemiddeld ruim €5.700 per volwassene per jaar aan de zorg. ZN roept de vraag op of we die almaar stijgende zorgkosten met elkaar willen en kunnen blijven betalen.

 

ZORGADVIESSPECIAL intermediair

Bemiddelt u in zorgverzekeringen? Speciaal voor u heeft FTP Communicatie een Zorgadviesspecial gemaakt met artikelen over de veranderingen 2019, overstappen, tips om te besparen, uitleg zorgverzekering en veel meer. U kunt de artikelen gebruiken voor uw nieuwsbrief, website en blogs. Ook krijgt u een ABC over de zorg en marketingtips.

Special Zorgverzekering 2019: €89 (excl. btw)

Vandaag bestellen, vandaag in huis.

Bestel nu!

 

 

 


www.busken.nl

Schade

 

Winst schademarkt

De winstgevendheid van de meeste grote schadeverzekeringsmarkten is ondergemiddeld. Het verzekeringstechnisch resultaat moet fors verbeteren om het gewenste rendement te halen. Dat schrijft Swiss Re. Volgens de herverzekeraar moeten de premies omhoog.

De wereldwijde schadeverzekeringssector bevindt zich in een zwakke fase o.a. door zachte acceptatiecriteria en zwakke beleggingsresultaten. Het rendement op eigen vermogen (ROE) van de sector daalde van 7% in 2016 naar 6% in 2017. In de jaren ervoor bedroeg die nog 9%.

Investeerders wensen een rendement van 10%. Om dat te behalen moeten de technische resultaten in westerse verzekeringsmarkten en de Japanse met 5%-9% omhoog. De aantrekkende economie helpt wel iets, maar niet genoeg. De inkomsten van beleggingen stijgen wel, maar de langetermijnrente gaat niet substantieel omhoog. Premies moeten daarom fors omhoog. Alleen als de premie-inkomsten harder stijgen dan de claims, kan de winstgevendheid duurzaam verbeteren.

Door de grote verliezen in het orkaanseizoen 2017 liggen prijscorrecties in het verschiet. De premies zijn al gestegen en Swiss Re voorziet ook aanscherping van de acceptatiecriteria.

Swiss re, Sigma, ‘Profitability in non-life insurance: mind the gap’.

 

MoneyView: rechtsbijstand en AVP

MoneyView onderzocht rechtsbijstandverzekeringen en AVP's. Bij de rechtsbijstandverzekering onderzocht MoneyView 37 producten op prijs en 36 op de voorwaarden.

  • 5 sterren Prijs: a.s.r. Rechtsbijstandverzekering, Lancyr Rechtsbijstandverzekering, NN Rechtsbijstand (direct)
  • 5 sterren Voorwaarden: ABN AMRO Rechtsbijstandverzekering, Lancyr Rechtsbijstandverzekering, NN Rechtsbijstandverzekering

Marktontwikkelingen t.o.v. september 2017: Avťro Achmea en London Verzekeringen zijn gestopt, Zelf (Vivat) is nu nowGo, Generali is a.s.r., Delta Lloyd is NN, Aegon heeft 1 van de 2 varianten geschrapt, Centraal Beheer heeft scheidingsmediation geschrapt, ING heeft een product dat is afgeleid van die van NN. DAS heeft 2 nieuwe producten.

 

Bij AVP's onderzocht MoneyView 30 producten op prijs en 28 op voorwaarden.

  • 5 sterren Prijs: Aon Direct Aansprakelijkheidsverzekering, OHRA Aansprakelijkheidsverzekering, United Insurance Aansprakelijkheidsverzekering
  • 5 sterren Voorwaarden: ABN AMRO Aansprakelijkheidsverzekering, a.s.r. Aansprakelijkheidsverzekering, OHRA Aansprakelijkheidsverzekering

De AVP-premies (verzekerd bedrag €1,25 miljoen) liggen nu gemiddeld 17% hoger dan in 2014. Bijna de helft van de aanbieders verhoogde het afgelopen jaar de AVP-premies, gemiddeld met 9%. Er waren ook uitschieters van 30% - 40%. De duurste AVP is ruim 2 keer duurder dan de goedkoopste, bij gelijkwaardige voorwaarden.

 

Vanaf 01-01-2019 hebben nabestaanden van overleden slachtoffers en naasten van mensen met ernstig en blijvend letsel a.g.v. bijv. een (verkeers)ongeluk, geweldsmisdrijf of medische fout recht op smartengeld (immateriŽle schade). De nieuwe wet affectieschade geeft het recht om te claimen aan: de echtgenoot, geregistreerd partner of levensgezel; de ouders; de kinderen; degene die duurzaam in gezinsverband de zorg heeft; een ander persoon met een nauwe persoonlijke relatie. De vergoedingen variŽren van €12.500 tot €20.000, te betalen door de aansprakelijke partij. Deze wet zal de schadelast van verzekeraars verhogen.

MoneyView, Special Item Nr.98, September 2018

 

Assurantiebelasting weersverzekering

Het SGP-voorstel om de assurantiebelasting op de brede weersverzekering af te schaffen, vindt brede steun in de Tweede Kamer. Volgens de SGP maakt de assurantiebelasting de brede weersverzekering ‘onvoldoende aantrekkelijk’ voor boeren. O.a. zorgverzekeringen, aov's en levensverzekeringen zijn al vrijgesteld van 21% assurantiebelasting.

 

Verzekeren step
Guitjens Verzekeringen hielp een ondernemer aan een verzekering voor zijn elektrische step bij Unigarant. De step was volgens de RDW niet goedgekeurd om op de openbare weg te rijden. Partijen weigerden daarom dekking. Die weigering was o.b.v. het ontbreken van een Voertuig Identificatie Nummer (VIN) in het frame. Die VIN werd daarop aangevraagd bij de RDW en in het frame geponst. In overleg met RDW werd besloten om de step te registreren als een 'bromfiets zonder kenteken'. Dat betekent volgens de RDW niet dat de step daarmee op de openbare weg mag gaan.
Unigarant ging over tot dekking: “Minimale eis voor het verzekeren van een voertuig is dat het aan de wettelijke eisen moet voldoen. In dit geval de RDW-registratie. Vervolgens maakt onze afdeling Acceptatie een risicoafweging van het type voertuig. Als het oordeel is dat er geen verhoogd risico is, wordt het voertuig geaccepteerd en kan de step verzekerd de weg op.”

 

Gratis banden bij autoverzekering
Wie voor 31-12-2018 een all-risk autoverzekering bij HEMA Verzekeringen afsluit, krijgt 4 gratis all season banden onder zijn auto gemonteerd. Het is een gezamenlijke actie van HEMA Verzekeringen en Euromaster.
35% van het Nederlandse wagenpark rijdt in de winter op banden die daarvoor geschikt zijn. Aldus de BOVAG. Ook blijkt dat dit jaar zeker een half miljoen automobilisten doorreden op hun winterbanden.

 

 


www.ftpcommunicatie.nl

FTP Communicatie

 

Artikelen voor blogs en nieuwsbrief

Voor €250 per jaar ontvangt u elke maand 7 nieuws(artikelen) voor uw website, blogs en nieuwsbrieven. De artikelen van deze maand:

  • Maatwerkhypotheek voor senioren en starters
  • Uw huisdier verzekeren voor ziektekosten?
  • Overstapseizoen zorgverzekering weer van start
  • Gaan huizenprijzen stijgen of dalen?
  • Geld lenen? Wees verstandig en laat u adviseren
  • Herfst in aantocht. Wees u bewust van de risico´s
  • Praten over uitvaartwensen gebeurt te weinig

Per jaar: 84 artikelen voor €250 (excl. 21% btw).

Bestel nu! Of neem 1 maand op proef!

 

Dagelijks nieuws op uw site

Elke dag relevante nieuwsberichten op uw site: nieuws voor particulieren, voor ondernemers of over de woningmarkt.

Actietarief:

> eerste jaar €65 korting (€185)

> of 3 maanden gratis (u beslist in 2019)

Bestel nu!

 

Artikelen overnemen

U kunt zonder onze toestemming artikelen uit de FTP Kennisbrief overnemen. We vinden het wel prettig als u ons als bron vermeldt. De © berust bij FTP Communicatie.

 

Aanmelden collega’s

Bijna 7.100 professionals in de financiŽle dienstverlening ontvangen de FTP Kennisbrief. Onze capaciteit is 7.500. Verzeker ook uw collega’s van een gratis abonnement.

 

Wijzigen e-mailadres

Fusies, overnames, overstap op franchiseformule, nieuwe werkgever… Misschien verandert uw zakelijke e-mailadres. Geef de wijziging aan ons door via info@ftpcommunicatie.nl. U kunt ook meerdere adressen tegelijk doorgeven.

 

Afmelden

Geen behoefte meer aan de FTP Kennisbrief? Afmelden kan via de button onderaan de nieuwsbrief of per e-mail. Zodra wij de afmelding krijgen, verwijderen we uw gegevens (naam en e-mailadres) binnen 5 dagen.

 

 

 
 
Redactie

De FTP Kennisbrief is samengesteld door de redactie van FTP Communicatie. De nieuwsbrief wordt verstuurd naar 6.000 intermediairs en 1.000 professionals werkzaam bij financials. Voor meer informatie over onze nieuwsservice: (0252) 68 31 00, www.ftpcommunicatie.nl.

 

Website FTP Communicatie | Website FTP Nieuws | Contact | Afmelden