FTP Kennisbrief, FTP Kennisbrief
Miljoenennota 2021
 
Onderwerpen in dit nummer:
 

Woningmarktnieuws

 

CBS/Kadaster: woningmarkt

Gegevens woningmarkt februari 2020:

- prijzen bestaande koopwoningen: +6,6% j-o-j

- prijsindex (2015=100): 137,2 (februari 2019: 128,7)

- gemiddelde verkoopprijs: €320.889 (januari 2019: €298.717)

- verkochte woningen: 15.427 (januari 2019: 15.470)

De verkoopprijs in februari is iets lager dan de maand ervoor. Dat is een jaarlijkse trend. In maart veert de prijs normaliter weer op. Maar de invloed van de coronacrisis op de prijs is nog onduidelijk.

 

PBL-studie: Wonen en gevoelens van onbehagen?

Zolang er geen grote aantallen nieuwe woningen bij komen, zal een groot deel van de huishoudens problemen houden met het vinden van een passende woning of met het betalen daarvan. De huidige beleidsinstrumenten van huurtoeslag en inkomensplafonds dragen niet bij aan een echte oplossing van deze problemen, zo constateert het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in een studie.

‘Probleemgroepen’ op de woningmarkt: starters, mensen met urgente woningvraag, ouderen en de lage en middeninkomens. ‘Het gaat om zoveel verschillende groepen, dat het lastig is om via beleid ťťn oplossing te vinden’, stelt een PBL. ‘Betaalproblemen bij de laagste inkomens kunnen bijv. het best worden aangepakt met inkomensbeleid, en niet met woonbeleid. En als je ervoor kiest om de problemen wťl met woonbeleid aan te pakken, zullen op andere plekken in de woningmarkt weer nieuwe problemen ontstaan. Het oprekken van de inkomensgrenzen van de sociale sector is bijv. gunstig voor lagere middeninkomens, maar gaat ten koste van de mogelijkheden van de lagere inkomens. Meer bouwen is de belangrijkste structurele oplossing, maar dat is niet heel snel te realiseren.’

Voor lage inkomens is de betaalbaarheid van wonen een groot probleem. Ondanks de relatief lage huren van woningcorporaties hebben veel huurders moeite om rond te komen. Verhuizen naar een goedkopere woning kan vaak niet, en (meer) werken is ook niet altijd mogelijk of leidt door het wegvallen van toeslagen niet tot een hoger inkomen. Een stapeling van problemen zorgt ervoor dat veel huishoudens, vooral in de huursector, moeite hebben de eindjes aan elkaar te knopen.

De problemen waar middeninkomens tegenaan lopen laten zien dat meer geld het niet per se makkelijker maakt om een betaalbare woning te vinden in de Randstad of op andere gewilde plekken. Deze groep verdient te veel voor sociale huur, maar te weinig voor een hypotheek of voor een woning in de vrije huursector. Echter, ook met een hoger inkomen is toegang tot de woningmarkt niet zeker: een woning kopen met een tijdelijk contract of als zelfstandige is aanzienlijk lastiger dan met een vast contract.

Starters hebben last van de striktere normen die de overheid sinds de crisis oplegt aan hypotheekverstrekkers. Huishoudens kopen gemiddeld op hogere leeftijd hun eerste woning dan voorheen. Sparen om een eerste woning te kopen is bovendien lastig als de woningprijzen harder groeien dan het spaargeld. Als het lukt om een huis te kopen, lopen deze starters vervolgens wel minder risico in de schulden terecht te komen als ze hun huis weer moeten verkopen.

Het aantal ouderen neemt snel toe, en steeds vaker wonen zij in een ongeschikte woning, of past de woonomgeving niet meer, bijvoorbeeld door te grote afstanden naar voorzieningen. Vaak hebben ouderen lage woonlasten, doordat de hypotheek al lang is afbetaald of door hun lage huur, waardoor iedere verhuizing kostbaar is. Ouderen willen het liefst in de directe omgeving van de huidige woning blijven. Dat is goed voor het behoud van het (vaak broze) sociale netwerk en de bekende omgeving is hen vaak zeer lief. Deze eisen maken het realiseren van de verhuiswens wel moeilijker. Daarom blijven ouderen vaak veel langer in een te grote woning wonen, wat de doorstroming op de woningmarkt tegenhoudt.

Voor urgente gevallen – vanwege echtscheiding of nieuwe baan – is er weinig keus, al groeit het aanbod in de private huursector wel. Hun inkomen bepaalt de slagingskans voor een nieuwe woning: voor een sociale huurwoning komen spoedzoekers met een lager inkomen meestal niet in aanmerking omdat ze nog te kort staan ingeschreven, en alternatieven zijn vaak duur.

Deze PBL-achtergrondstudie is onderdeel van een bredere studie van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), dat ook onderzoek doet naar onzekerheid door: arbeidscontracten, het sociale vangnet, pensioenen, studiebeurzen/-leningen, de sociaal-culturele leefomgeving en ‘zelfredzaamheid’ van burgers.

PBL, Wonen en gevoelens van onbehagen? Een verkenning naar de relatie tussen onzekerheid, controle en het Nederlandse woonbeleid

 

EIB-studie: Woningbouw en huishoudensgroei

De maatregelen rond stikstof kunnen niet voorkomen dat de nieuwbouw van woningen op korte termijn terugvalt. Tegelijkertijd verwacht het CBS een sterke toename van het aantal huishoudens. In de periode 2020-2023 zullen naar verwachting netto 230.000 woningen aan de woningvoorraad worden toegevoegd, terwijl het aantal huishoudens met bijna 335.000 zal toenemen. De spanning op de woningmarkt zal de komende jaren hierdoor toenemen.

Dit concludeert het EIB in een studie over Woningbouw en stikstof-maatregelen.

In 2019 daalde de vergunningverlening van 70.000 naar 57.000 woningen en ook dit jaar wordt de vergunningverlening niet betekenisvol hoger. Stikstof speelt hierbij een belangrijke rol. Het overheidsbeleid om stikstofdeposities

rond Natura2000-gebieden te verminderen en hiermee ruimte te bieden voor woningbouw heeft tijd nodig om effectief te worden. Pas in 2021 kan de vergunningverlening naar verwachting weer sterk aantrekken tot 77.000 woningen en

vervolgens verder toenemen tot 80.000 in 2022 en 2023.

De beleidsdoelstelling om ieder jaar ten minste 75.000 woningen aan de woningvoorraad toe te voegen zal in de periode 2020-2023 niet worden gerealiseerd. Het hierboven beschreven patroon van de vergunningverlening werkt namelijk ook maar geleidelijk door in de oplevering van woningen. In totaal zal in deze periode de woningvoorraad met gemiddeld 57.000 per jaar kunnen toenemen, wat ver achter blijft bij de doelstelling van het kabinet. Bovendien is de beleidsdoelstelling zelf aan de lage kant gelet op de hogere huishoudensgroei in de nieuwe demografische prognose van het CBS. Het aantal huishoudens neemt in de periode 2020-2023 naar verwachting met bijna 335.000 huishoudens toe, terwijl het aantal opgeleverde woningen 230.000 bedraagt, waardoor het verschil tussen de groei van de woningvoorraad en het aantal huishoudens verder uiteenloopt.

Het kabinet voert 3 bronmaatregelen door om weer ruimte te bieden voor (voornamelijk) de woningbouw:

1) verlaging van de maximumsnelheid op snelwegen tot 100 km/u

2) een andere samenstelling van veevoer

3) een vrijwillige saneringsregeling voor varkenshouderijen.

Deze maatregelen hebben tijd nodig om effectief te worden. Hierdoor zal de vergunningverlening dit jaar nog maar weinig profiteren van de maatregelen.

Vanaf 2021 kan de volledige salderingsruimte van de snelheidsverlaging worden ingezet en komt ook de salderingsruimte van de andere 2 maatregelen richting de landbouw vrij. De snelheidsverlaging is de maatregel die als eerste extra ruimte oplevert, maar de maatregelen richting de landbouw leveren op termijn de meeste ruimte op. Stikstof is voor de vergunningverlening in de periode 2021-2023 dan gaandeweg geen wezenlijk obstakel meer. Uit indicatieve berekeningen van het RIVM blijkt dat alleen rond Den Haag en Zuid-Kennemerland nog sprake zal zijn van

restricties op grond van stikstofdeposities.

EIB, Woningbouw 2020-2023. Vooruitzichten op basis van maatregelen rond stikstof.

 

CPB-studie: verstoringen en woningmarkt

In de afgelopen 50 jaar gedroeg de Nederlandse woningmarkt voor koopwoningen zich in internationaal perspectief bijzonder. De huizenprijzen stegen 23 jaar lang aan een stuk en daarnaast waren er 2 korte fasen met neergaande prijzen. Omringende landen ervoeren vaker neergang en herstel van de woningprijzen. Over de hele periode is de stijging van huizenprijzen in Nederland veel groter geweest dan van andere goederen en diensten in de economie. Om de woningmarkt beter te laten werken zijn structurele maatregelen, zoals het aanpakken van verstoringen, veelal effectiever dan ad hoc maatregelen. Dit staat in een publicatie van het CPB.

Het is niet eenvoudig de ontwikkelingen op de woningmarkt te beÔnvloeden. Het meest effectief lijken maatregelen die de structurele werking van de woningmarkt verbeteren, zoals de afbouw van regels die de koop van woningen bevoordeelt t.o.v. vrije huur. Een andere mogelijkheid is om maatregelen te nemen die het aanbod van nieuwbouwwoningen beter laat aansluiten bij de vraag naar die woningen. Vergeleken met het buitenland blijft de nieuwbouw van woningen als reactie op prijsstijgingen namelijk achter. Tijdelijke maatregelen lijken minder effectief, m.u.v. maatregelen die de terugval van de bouwsector tijdens een zware crisis beperken.

Beleid kan zich in het algemeen het best richten op het verbeteren van de structurele werking van de woningmarkt, zoals het afbouwen van beleid dat koop bevoordeelt t.o.v. vrije huur. Door de complexiteit van de huizenmarkt en de veelheid aan bestaand beleid kunnen echter onbedoelde bijeffecten optreden, bijv. op betaalbaarheid en toegankelijkheid.

Een voorbeeld hiervan is een eventuele verdere aanscherping van de leennormen: dit zal leiden tot een minder sterke doorwerking van huizenprijsbewegingen op de financiŽle sector en macro-economie, maar tegelijkertijd ook tot een minder toegankelijke woningmarkt. Hierdoor is het meestal niet eenvoudig om aan te geven of een bepaalde maatregel wenselijk is: dat zal afhangen van hoe men de verschillende effecten weegt.

Een andere mogelijkheid is om beleidsmaatregelen te nemen die de prijselasticiteit van het Nederlandse aanbod vergroten. Vergeleken met het buitenland is de reactie van het aanbod op prijsstijgingen op de Nederlandse markt gering. Factoren die daaraan lijken bij te dragen zijn het restrictieve grondbeleid en de lange procedures. Of het wenselijk is om de prijselasticiteit langs deze weg te verhogen is een politieke afweging tussen verschillende beleidsdoelen die deels verder reiken dan alleen de woningmarkt.

CPB, Beweging op de woningmarkt: prijzen en volumes

 

Opmars tijdelijke huurcontracten

Reactie minister Van Veldhoven (BZK) op Kamervragen over de opmars van tijdelijke huurcontracten en de gevolgen daarvan. Bij reguliere verhuur is een huurcontract voor onbepaalde tijd de norm. Met de aanpassing van de Wet Doorstroming Huurmarkt 2015 is destijds niet beoogd afbreuk te doen aan de bestaande praktijk, maar een aanvullend instrument aan te bieden om zo in te spelen op de behoefte aan de mogelijkheid om tijdelijk te verhuren.

Woningcorporaties mogen geen tijdelijke huurcontracten van 2 jaar of korter aanbieden aan reguliere huurders, maar alleen aan een aangewezen groep huurders.

De norm bij woningcorporaties bij reguliere verhuur is verhuren voor onbepaalde tijd. Daarnaast kunnen woningcorporaties, net als andere verhuurders, gebruik maken van de zogenoemde doelgroepencontracten indien zij woningen voor die betreffende doelgroepen (bijv. studenten, jongeren of grote gezinnen) hebben bestemd en beschikbaar willen houden.

Dit zijn andere (tijdelijke) huurovereenkomsten dan huurovereenkomsten voor maximaal 2 jaar voor zelfstandige woningen (eengezinswoningen, appartementen) respectievelijk maximaal 5 jaar voor onzelfstandige woningen (kamers). Deze huurovereenkomsten kunnen worden opgezegd op het moment dat de huurder niet meer tot deze specifieke doelgroep behoort. Hiermee blijft de woonruimte beschikbaar voor de doelgroep waarvoor deze is bestemd.

Per 31-12-2018 verhuren particuliere verhuurders en bedrijven (≠ woningcorporaties) 880.000 woningen. Bij 72.000 van deze woningen gaat het om een vorm van tijdelijk verhuur. Hiermee is het aandeel tijdelijke contracten bij dat type verhuurders ca. 8%.

Van de 2,21 miljoen die door woningcorporaties verhuren, gaat het bij 61.000 om een vorm van tijdelijke verhuur. Hier betreft tijdelijke huurcontracten bijna 3% van het totaal.

De Wet Doorstroming Huurmarkt 2015 heeft als doelstelling de doorstroom op de huurmarkt te bevorderen en daarmee het aanbod te vergroten. Het vergroten van het aanbod en een mogelijkheid bieden om een huurcontract te sluiten voor (al dan niet) tijdelijke verhuur en de daarmee gepaard gaande doorstroming, kan voor huurders die snel op zoek zijn naar een (tijdelijke) woning een goede oplossing bieden. Verhuurders die voorheen niet de mogelijkheid hadden om tijdelijk te verhuren, hebben die mogelijkheid na de aanpassing van de wet wel. Hierdoor zouden zij eerder genegen kunnen zijn om over te gaan tot verhuur, waardoor het huuraanbod wordt vergroot en meer woningen beschikbaar blijven voor reguliere huurders. Bij tijdelijke huurcontracten geldt dezelfde huurprijsbescherming als bij huurcontracten voor onbepaalde tijd. Zo hebben alle huurders het recht om binnen de eerste 6 maanden van het huurcontract de huurprijs laten toetsen bij de Huurcommissie. Bij tijdelijke huurcontracten van maximaal 2 jaar mag dat zelfs tot 6 maanden na het einde van dat huurcontract.

 

Vakantiehuisje in Spanje

Voor het eerst sinds 2012 kochten Nederlanders minder vakantiehuizen in Spanje. Vorig jaar schaften zij 1708 huizen aan, een daling van 3%. De huizenprijzen zijn de laatste 5 jaar met zo'n 30% opgelopen. Betaald je vroeger ca. €100.000 voor een appartement, dan betaal je nu ca. €150.000. In de jaren na de financiŽle crisis was er een groot aanbod aan koopjes. Die tijd is voorbij.

een vakantiehuis in Spanje als investering is niet (altijd) de beste keuze.

 

Airbnb dient 2 heren

Airbnb overtreedt de wet door zowel bij klanten als woningverhuurders bemiddelingskosten in rekening te brengen. Dat oordeelt de Amsterdamse kantonrechter. De uitspraak biedt mogelijkheden voor ruim 1 miljoen Nederlandse klanten om de servicekosten terug te eisen. Wel gaat het om een uitspraak in een specifieke zaak. Maar als veel klanten in actie komen, kan de uitspraak leiden tot een miljoenenstrop voor Airbnb.

In dit geval ging het om een klant die in enkele jaren 7 keer vakantiewoningen boekte via Airbnb. Airbnb rekende daarvoor €470 aan servicekosten. Maar ook verhuurders moeten een deel van de huursom afdragen aan Airbnb. Daarmee overtreedt Airbnb volgens de rechter het verbod op het 'dienen van 2 heren'. Airbnb stelt dat het bedrijf geen makelaar is, maar een onlineplatform en niet bemiddelt, maar "een service aanbiedt". Maar volgens de rechter geldt de wet niet alleen voor makelaars. Bovendien heeft Airbnb invloed op de manier waarop een overeenkomst tussen de klant en verhuurder tot stand komt - een vorm van bemiddeling, aldus de rechter.

Airbnb, met ruim 1 miljoen Nederlanders gebruikers, rekent gemiddeld 15% bemiddelingskosten. Daarmee verdient Airbnb miljoenen.

Airbnb kondigt aan in hoger beroep te gaan. Maar die mogelijkheden zijn, volgens de persrechter, beperkt. Vanwege het lage claimbedrag is normaal hoger beroep niet mogelijk. Cassatie wel, maar dan wordt de zaak niet inhoudelijk behandeld.

 

Zelfbewoningsplicht Utrecht

In Utrecht geldt nu een zelfbewoningsplicht en een anti-speculatiebeding voor nieuwbouw tot €307.400 op gemeentegrond. Dit moet beleggers en speculanten weren en de kans vergroten dat woningzoekenden een betaalbare koopwoning vinden. De maatregel kan in potentie gelden voor tienduizenden woningen.

De gemeente wil de regelingen ook opnemen in afspraken met ontwikkelaars wanneer de gemeente geen grondeigenaar is. De zelfbewoningsplicht en het anti-speculatiebeding worden al toegepast in projecten in Utrecht.

Bij een zelfbewoningsplicht mag een woning alleen door de koper zelf worden bewoond, verhuur is dus verboden. De zelfbewoningsplicht geldt zowel voor de eerste koper als ook voor eventuele volgende kopers. Om te ondervangen dat bepaalde groepen onbedoeld worden geraakt, maakt de gemeente wel een aantal uitzonderingen. Verhuur aan eerstegraads familieleden en gedurende tijdelijk verblijf in het buitenland blijft bijvoorbeeld wel mogelijk.

Het anti-speculatiebeding betekent dat een woning pas na 5 jaar mag worden doorverkocht. Als de koper binnen deze termijn de woning wil verkopen moet hij of zij een deel van de winst afdragen aan de gemeente. Voor beide regelingen geldt dat bij veranderende marktomstandigheden de toepassing kan worden heroverwogen.

 

Vertrouwen huizenmarkt

De helft van de Nederlandse huiseigenaren denkt dat de woningwaarde door de coronacrisis zal dalen. Driekwart verwacht minder belangstelling voor huizen die te koop staan. Bijna de helft denkt dat de woningmarkt helemaal tot stilstand komt. Dat meldt VEH o.b.v. een peiling onder 1.175 leden. Driekwart van de huiseigenaren denkt dat de gevolgen tijdelijk zijn.

Van de zzp’ers met een eigen huis is 14% bezorgd over de betaalbaarheid van de hypotheeklasten op korte termijn. Driekwart van hen is bang dat de inkomsten grotendeels of geheel wegvallen en ruim de helft vreest dat de eigen financiŽle reserves snel op zijn. Minder dan de helft van de zzp’ers denkt niet de inkomsten op het oude niveau te kunnen vasthouden.

Van alle huiseigenaren samen is 4% bezorgd over de betaalbaarheid van hun hypotheeklasten op korte termijn. 80% verwacht hun huidige inkomen te behouden. De helft heeft vertrouwen in de steunmaatregelen van de overheid en banken.

Begin dit jaar had 15% van de huiseigenaren verhuisplannen. Van deze groep zegt nu een kwart die plannen op te schorten tot na de coronacrisis.

 

Geen generieke maatregel huiseigenaren

Minister Van Veldhoven–Van der Meer (BZK) reageerde op de vraag of er maatregelen komen voor huiseigenaren. Ook is er een motie ingediend voor een versoepeling van de 'aflossingen' van hypotheken.

Vraag: Bent u bereid om huiseigenaren, die door de coronacrisis in financiŽle problemen komen, per direct te helpen door met banken afspraken te maken over het tijdelijk opschorten van betalingsverplichtingen voor hypotheken en het maken van betalingsregelingen zonder extra rentelasten of andere kosten voor de getroffen groep? Kunt u uw antwoord toelichten en daarbij ingaan op de noodwet in ItaliŽ waarbij hypotheekaflossingen tijdelijk worden opgeschort?

Antwoord: Het kabinet heeft in het noodpakket banen en economie een groot aantal maatregelen genomen waarmee o.a. ingezet wordt op het behoud van inkomen. De verwachting is dan ook dat een generieke maatregel voor alle huishoudens met een koopwoning, zoals een noodwet, niet nodig zal zijn. Wanneer een consument toch te maken krijgt met een terugval in het inkomen en zich zorgen maakt over de hypotheeklasten, kan deze contact opnemen met de kredietverstrekker. Maatwerk is dan van belang, de kredietverstrekker zal met de consument verkennen welke oplossing het meest passend is bij de situatie. Er zijn in dergelijke situaties verschillende manieren om maatwerk toe te passen, zoals het treffen van een betalingsregeling, het aanpassen van de hypotheekvorm, rentemiddeling, een rentepauze of tijdelijk uitstel van het betalen van de aflossing en rente voor de hypotheeklening. Het kabinet heeft met banken en verzekeraars gesproken, die hebben gemeld dat zij hier een sterke verantwoordelijkheid voelen voor de klant en dit juich ik toe. Ik vind dit van groot belang en het kabinet zal daarbij kijken of zij de kredietverstrekkers moet helpen om deze verantwoordelijkheid te kunnen nemen.

Vraag: Is het mogelijk om het WEW of de NHG aan te spreken om te zorgen dat huiseigenaren en hypotheekverstrekkers niet in de problemen komen?

Antwoord: Het WEW is uitvoerder van de NHG. Het NHG-instrument vormt een financieel vangnet voor huiseigenaren en biedt zekerheid aan hypotheekverstrekkers. Huishoudens met een NHG-hypotheek die door het coronavirus gedwongen werkloos worden of te maken krijgen met een substantiŽle inkomstenderving kunnen terugvallen op de zekerheden die NHG biedt. NHG is er voor kwetsbare groepen in kwetsbare situaties, ook in economisch slechtere tijden. Dat zijn niet alleen huishoudens die te maken hebben met gedwongen werkloosheid maar ook ondernemers en zzp’ers. Daarbij gaat NHG in eerste instantie voor woningbehoud. Zo heeft NHG een beheer traject om vroegtijdig huishoudens te helpen om woningbehoud mogelijk te maken. Op het moment dat er toch een gedwongen verkoop plaats moet vinden en er sprake is van een restschuld, dan kan NHG die restschuld onder voorwaarden kwijtschelden. Zo zorgt NHG ervoor dat huishoudens in de meeste gevallen in hun woning kunnen blijven wonen en ze, indien woningbehoud niet mogelijk is en ze aan de voorwaarden voldoen, niet te maken krijgen met een restschuld.

Daarnaast biedt NHG ook zekerheid aan hypotheekverstrekkers. NHG zoekt samen met de hypotheekverstrekker naar maatwerkoplossingen om woningbehoud te realiseren. Daarbij staat NHG onder voorwaarden borg voor het eventuele verlies na verkoop van een woning en keert dit verlies na verkoop van de woning uit aan de hypotheekverstrekker. Op deze manier draagt NHG er in tijden van crisis aan bij dat hypotheekverstrekkers minder snel in de problemen komen. Het kabinet is in nauw contact met NHG die overlegt met ketenpartners en andere stakeholders om te bezien of verdere passende maatregelen nodig zijn zodat zij bestaande klanten kunnen helpen die door de uitbraak van het coronavirus in betalingsproblemen komen.

 

Rabobank: huizenmarkt in coronatijd

De Rabobank over de gevolgen van de coronacrisis:

- De huizenmarkt ontkomt niet aan de gevolgen van het Covid-19-virus

- Dit kan leiden tot een lagere huizenprijsgroei, o.a via vraaguitval onder potentiŽle huizenkopers door een oplopende werkloosheid

- Maar ook een afkalvend vertrouwen in de koopwoningmarkt, en daarmee een lagere koopbereidheid, kan het aantal verkopen en de huizenprijsontwikkeling remmen

- Anderzijds is de hypotheekrente laag en heerst er grote krapte op de woningmarkt

- Bovendien beperken de aangekondigde overheidsmaatregelen de impact van het virus op de werkloosheid

- Deze factoren zwakken het negatieve effect van het coronavirus op het aantal transacties en de huizenprijzen (op den duur) af

- De economische groei slaat dit jaar naar verwachting om in een krimp door de ingrijpende maatregelen om het virus te bestrijden.

- Tal van grote en kleinere bedrijven komen in zwaar weer.

- Ook de woningmarkt is niet immuun voor het coronavirus.

- Het virus verzwakt de economie en resulteert in verlies aan inkomen en een oplopende werkloosheid.

- Onzekerheid en zorgen over de arbeidsmarkt en de gevolgen van het virus voor de koopwoningmarkt drukken de koopbereidheid en de bereidheid om bijv. te overbieden.

- Dit alles remt niet alleen het aantal verkopen, maar ook de huizenprijsontwikkeling. De huizenprijzen zullen dit jaar dan ook minder stijgen dan de 5,5% die de bank eerder had voorzien.

- Mogelijk wordt de huizenprijsontwikkeling de komende maanden ook volatieler (en minder betrouwbaar) met grote verschillen tussen maanden als het aantal transacties flink terugloopt.

- Vooralsnog gaat de bank niet uit van een daling van de huizenprijzen. Ook omdat het stevige pakket aan overheidsmaatregelen de impact van het virus op de werkloosheid beperkt. Bovendien zijn de fundamentele factoren die belangrijk zijn voor de huizenprijsontwikkeling nog altijd sterk: de hypotheekrente is historisch gezien erg laag en er heerst grote krapte op de woningmarkt. Deze factoren zwakken op den duur het effect van het virus op de woningmarkt af.

Rabobank, Ook de huizenmarkt is niet immuun voor het coronavirus

 

 


Hypotheeknieuws

 

Factsheet verduurzamen NHG

NHG heeft een factsheet over het financieren en financieringsmogelijkheden van verduurzaming. Ook is er een nieuwe Rekenhulp voor wat je klant extra kan lenen voor energiebesparende maatregelen, ook als je klant zijn hypotheek verhoogt of een nieuwbouwwoning koopt.

NHG, Rekenhulp

NHG, Factsheet verduurzamen met NHG 2020

 

Hypotheekaanvragen 55+

Het aantal hypotheekaanvragen onder 55-plussers stijgt, vooral om over te sluiten of te verhogen voor verbouw of verduurzaming. Dit meldde De Hypotheker voordat de coronacrisis uitbrak.

 

Knot wil huis in box 3

DNB-president Knot pleit in een lezing opnieuw voor het aanpakken van de Nederlandse hypotheekschuld: "Een belangrijke bron van volatiliteit voor de Nederlandse economie is onze woningmarkt. Huizenprijzen fluctueren in ons land sterker dan in de ons omringende landen en daarnaast is de verwevenheid tussen de woningmarkt en de rest van de economie hier groter dan in andere landen. Wanneer de huizenprijzen stijgen, neemt de consumptie relatief sterk toe en krijgt de economie een extra duw. En bij dalende huizenprijzen werkt het precies andersom.

De hoge cycliciteit komt mede doordat het fiscaal aantrekkelijk is om hypotheekschuld aan te gaan en dat de leennormen relatief hoge hypotheeksommen toestaan. Dit heeft eraan bijgedragen dat de Nederlandse hypotheekschuld tot de hoogste ter wereld behoort. Het is daarom wenselijk om de eigen woning fiscaal te behandelen in box 3. Dit draagt ook bij aan een gelijk speelveld met de huurmarkt. Het aandeel (midden-) huurwoningen is in Nederland nog steeds laag, terwijl huren verschillende voordelen heeft t.o.v. kopen."

 

Meer NHG-garanties

Het aantal NHG-garanties steeg in Q4-2019 met 10% j-o-j. 31.600 huishoudens sloten in Q4-2019 een NHG-hypotheek af, zo meldt NHG. In 2019 verstrekte NHG 8% meer garanties j-o-j, maar het aantal garanties voor woningaankoop steeg slechts met 0,5%. Er zijn dus vooral meer NHG-garanties door woningverbetering en oversluitingen. In Q4-2019 steeg het aantal huishoudens dat een woningverbetering financierde met NHG met 45% t.o.v. Q4-2018.

NHG, kwartaalbericht Q4-2019

 

V&N NHG 2020-2
Belangrijkste wijzigingen NHG Voorwaarden & Normen (2020-2):
> Introductie van de betaling verwachte verlies
De V&N 2020-2 treden in werking per 01-07-2020. Geldverstrekkers kunnen per 31-03-2020 al gebruik maken van het recht op een betaling verwachte verlies, voor zowel nieuwe als lopende leningen met NHG. In de V&N staan het recht op het verkrijgen van een betaling verwachte verlies en de exacte regels die daarvoor gelden, zoals het minimaal aantal maanden dat van een wanbetaling sprake moet zijn en in welke gevallen de betaling verwachte verlies moet worden terugbetaald. Door deze wijziging wordt voldaan aan de standaardvoorwaarden die worden gesteld aan een garantie om te kwalificeren als toelaatbare kredietprotectie voor banken (Capital Requirements Regulation; CRR).
Wijzigingen per 01-07-2020
> Beperking kosten oversluiten en aanvullende leningen
Wanneer er een lening aangevraagd wordt bij NHG en het gaat om een oversluiting of aanvullende lening, dan mogen de totale kosten niet hoger zijn dan de van toepassing zijnde kostengrens. De over te sluiten of bestaande leensom samen met de uit te voeren kwaliteitsverbetering mag dus niet meer bedragen dan de kostengrens. Aanvullende kosten als boeterente en advieskosten mogen wel buiten deze kostengrens blijven. De klant moet deze dan wel uit eigen middelen betalen omdat dit niet meegefinancierd kan worden. Oversluiten wordt dus meer in lijn gebracht met aankopen.
> Bij oversluiten is de maximale woningwaarde gelijk aan de gemiddelde koopsom en niet aan de kostengrens
Door een verkeerde terminologie is er tekstueel een verruiming ontstaan op de V&N. Hiermee wordt dit hersteld.
> Boeterente niet meefinancieren bij aanvullende lening
NHG kreeg vragen over de mogelijkheden om boeterente of renteherzieningskosten mee te laten financieren bij een aanvullende lening. Dit was al niet toegestaan, maar stond niet expliciet genoeg in de V&N. Dit hebben we dus opgenomen in de V&N.
> Bij oversluiten SVn lening via een aanvullende lening is geen borgtochtprovisie verschuldigd en is geen LTI- of LTV-toets nodig
NHG ziet het oversluiten van een SVn Starterslening naar de andere geldverstrekker als een zuivere oversluiting van een lening met NHG naar NHG en hiervoor gelden dezelfde (toets)voorwaarden.
Werkgeversverklaring
NHG heeft het model voor de werkgeversverklaring aangepast. Inhoudelijk is er geen verschil, alleen de opmaak is anders zodat het makkelijker is om de werkgeversverklaring automatisch uit te laten lezen door de verschillende systemen. De werkgeversverklaring mag per direct gebruikt worden.

 

Tijdsverloop telt mee bij BKR registratie

De rechter toetst of de verwerkingsverantwoordelijke heeft aangetoond dat zijn dwingende gerechtvaardigde belangen in dit specifieke geval zwaarder wegen dan de belangen of de grondrechten en de fundamentele vrijheden van de betrokkene (overweging 69 AVG).

Deze afweging moet worden gemaakt a.d.h.v. de op het moment van de afweging bekende feiten en omstandigheden, zodat daarbij ook feiten en omstandigheden die zich pas na de registratie hebben voorgedaan kunnen worden betrokken. Bij een dergelijke registratie en handhaving daarvan moet zijn voldaan aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Dit brengt mee dat de inbreuk op de belangen van de betrokkene (verzoekster) niet onevenredig mag zijn in verhouding tot het met de verwerking te dienen doel (proportionaliteitsbeginsel), en dat dit doel in redelijkheid niet op een andere, voor betrokkene minder nadelige, wijze kan worden verwezenlijkt (subsidiariteitsbeginsel). Ook als de gegevensverwerking in beginsel is toegestaan en de verwerker zich aan het AR heeft gehouden, betekent dit niet dat de belangenafweging achterwege kan blijven.

De verwerkingsverantwoordelijke zal moeten aantonen dat in dit concrete geval aan zijn belangen meer gewicht toekomt dan aan de belangen van de betrokkene. Daarvoor volstaat niet om in het algemeen te wijzen op de wettelijke plicht tot het deelnemen aan een stelsel van kredietregistratie of op het maatschappelijk belang daarvan. Ook is het niet voldoende om zich op de regels van het AR (bijvoorbeeld dat een code 5 jaar zichtbaar blijft) te beroepen; het AR is geen wettelijke regeling en zij geldt in beginsel slechts tussen het BKR en de daarbij aangesloten financiŽle instellingen. Wel geven deze regels, die zijn gepubliceerd, aan eenieder inzicht in de wijze waarop het BKR en de aangesloten financiŽle instellingen uitvoering willen geven aan de aan hen in artikel 4:32 Wft opgedragen taak. In zoverre dragen zij bij aan de rechtszekerheid en kunnen kredietaanbieders deze tot uitgangspunt nemen, maar afhankelijk van de uitkomst van de hierboven genoemde toets zal een kredietaanbieder daarvan in voorkomend geval moeten afwijken.

[verzoekster] heeft tot de echtscheiding van haar ex-partner aan haar aflossingsverplichtingen uit hoofde van de hypothecaire geldlening voldaan. Zij heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat haar ex-partner na de echtscheiding in de woning is blijven wonen en dat zij de woonlasten daarvan is blijven voldoen. Uiteindelijk is de woning verkocht met een restschuld. Niet in geschil is dat [verzoekster] de met V. overeengekomen betalingsregeling voor de restschuld deugdelijk en tijdig is nagekomen en dat zij aan al haar verplichtingen uit hoofde van de betalingsregeling heeft voldaan. Geldverstrekker heeft na ontvangst van het overeengekomen bedrag van €45.000 aan [verzoekster] finale kwijting verleend. Met de ex-partner van [verzoekster] is geldverstrekker een betalingsregeling overeengekomen. Onder deze omstandigheden kan geldverstrekker [verzoekster] niet tegenwerpen dat zij een bedrag van ruim €90.000 af heeft moeten boeken op de hypotheekschuld. Geldverstrekker was niet verplicht om het aanbod van [verzoekster] te accepteren, maar heeft daarvoor kennelijk wel gekozen.

De rechtbank meent dat in deze omstandigheden de belangen van maatschappelijk verantwoorde dienstverlening op financieel gebied niet geschaad worden als de BKR-registratie met bijzonderheidscodering nu zou vervallen in plaats van over ruim 2 jaar. De conclusie is dan ook dat het belang van [verzoekster] bij verwijdering van deze registratie met bijzonderheidscodering zwaarder weegt dan het belang bij handhaving daarvan.

De rechtbank veroordeelt de geldverstrekker de bijzonderheidscodering 3 in het CKI van het BKR met contractnummer [1] op naam van [verzoekster] te (laten) verwijderen en verwijderd te houden.

Bron: Rechtspraak.nl

 

Toetsrente Q2-2020

De toetsrente voor Q2-2020 blijft 5%. De toetsrente geldt voor hypotheken met een rentevastperiode tot 10 jaar.

 

Ondergrens risicowegingen hypotheken

DNB stelt de invoering van een ondergrens voor de risicoweging van hypotheken uit en verlaagt de buffereis. DNB neemt deze maatregelen vanwege de coronacrisis. DNB onderzoekt ook maatregelen om de gevolgen voor verzekeraars en pensioenfondsen te beperken.

DNB: "Door deze twee maatregelen valt ruim €8 miljard aan kapitaal vrij. Hierdoor kunnen banken bij oplopende verliezen krediet blijven verstrekken aan de reŽle economie. Het totale effect op de kredietverlening kan oplopen tot maximaal €200 miljard. Het is dan ook nadrukkelijk de bedoeling dat dit vrijvallende kapitaal wordt gebruikt om de kredietverlening te ondersteunen, en niet voor uitbetaling van dividend of inkoop van eigen aandelen."

 

 

 

Overstappen van DSB-hypotheek

Wie nog steeds een DSB-hypotheek heeft, kan daar van af. Sinds 01-04-2020 mogen ze hun lening boetevrij aflossen. Dat ontdekte de Consumentenbond. Finqus, de opvolger van DSB, bevestigt dat de hypotheken boetevrij mogen worden afgelost. Dat kan met een nieuwe hypotheek, die elders is afgesloten. DSB ging in 2009 failliet waarop de hypotheken en leningen werden overgenomen door Finqus. Ca. 18.000 Nederlanders hebben nog een hypotheek bij Finqus.

 

Hypotheekproces

Het accepteren van een hypotheekaanvraag kost nu 4,5 werkdag, terwijl dat normaal 2 dagen duurt. Dat stelt Independer. Oorzaak: drukte bij geldverstrekkers vanwege hoge aantallen oversluitingen i.v.m. verhoging rente a.g.v. de coronacrisis. Sinds de start van de coronacrisis heeft 30% van de (kleinere) aanbieders de rente verhoogd, variŽrend van 0,03% tot 0,61%.

 

MoneyView coronanieuws

Hypotheekverstrekkers zijn tijdens de coronacrisis coulanter en bieden extra mogelijkheden aan hun klanten. MoneyView heeft deze maatregelen op een rij gezet.

Het overzicht geeft informatie over extra voorzieningen per geldverstrekker voor bestaande relaties, aanpassingen in het aanvraagproces en aanpassingen in het acceptatiebeleid. Denk aan uitstel van betaling, variŽrend van een standaardregeling van maximaal 3 maanden tot individuele regelingen. Maatregelen tijdens het aanvraag- en acceptatieproces betreffen vooral de identificatie en de mogelijkheid van digitale ondertekening van offertes.

MoneyView, Corona

 

Betaalregeling coronavirus en BKR-registratie

Vanwege het Coronavirus bieden banken en andere kredietaanbieders de mogelijkheid om tijdelijk geen rente of aflossing te betalen om financiŽle problemen te voorkomen. Bijv. als je door het coronavirus (tijdelijk) geen rente en aflossing van je hypotheek kunt betalen. Of als je als ondernemer of zzp’er je krediet (tijdelijk) niet kunt betalen. Bij een betaalregeling vanwege het coronavirus blijft de bestaande BKR-registratie gewoon staan. Als er al een betalingsachterstand bij Stichting BKR was gemeld, dan geven kredietaanbieders aan BKR door dat er aanvullend een betaalregeling is getroffen.
Als er nog geen betalingsachterstand bij Stichting BKR was gemeld, dan is er alleen een melding van de betaalregeling als het een regeling betreft voor de hypotheek en deze minimaal 4 maanden duurt.

 

 


Branchenieuws

 

AFM over turbobeleggen

Beleggers die handelen in turbo's verliezen gemiddeld vaak, en verliezen veel geld, concludeert de AFM o.b.v. eigen onderzoek. Turbo's zijn heffingsproducten: sneller grotere winsten versus grotere verliezen.

Bijna 70% van de beleggers die tussen juni 2017 en juli 2018 handelden in turboproducten, maakte verlies. Gemiddeld verloren ze €2.680 met de handel in het hefboomproduct.

Met een hefboomproduct kun je met een relatief kleine investering inspelen op een koersstijging of koersdaling. Waar je bijvoorbeeld een aandeel kan kopen voor €50, kun je in plaats daarvan ook een hefboomproduct zoals een turbo voor €10 kopen. De rest wordt dan geleend bij de aanbieder. In dit geval zou er een hefboom van 5 op het product zitten. Als een aandeel dan een euro meer waard wordt, stijgt de waarde van de turbo met de hefboom van het product.

En dus zijn deze producten risicovol, stelt de AFM die de turbo-industrie oproept om verantwoordelijkheid te nemen en de risico’s voor de belegger te verminderen.

AFM, Turbo's-risico

 

Beleggen zonder advies

Ruim 15% van de Nederlanders belegt. Bijna 60% van hen doet het zelf en handelt zonder advies. Daarnaast maakt ruim 10% gebruik van de diensten van een beleggingsadviseur en 30% van een vermogensbeheerder. Dit meldt de AFM. De AFM onderzocht ook de kosten van beleggen. 2/3 van de beleggers geeft aan in 2019 informatie over de kosten van beleggen te hebben gezien. 3/4 van deze respondenten vindt de informatie gemakkelijk te vinden. Het vergelijken van kosten van verschillende aanbieders, is vrij lastig.

Door MiFID II moeten beleggingsondernemingen aan klanten melden als hun hele portefeuille, of een specifiek instrument in de portefeuille, binnen een bepaalde periode 10% of meer is gedaald. 1/4 van de beleggers zegt een 10%-melding te hebben ontvangen. Op de vraag hoe zij op deze melding hebben gereageerd, zegt bijna 50% van deze groep actie te ondernemen n.a.v. de 10%-melding. De meeste van hen namen contact op met hun adviseur/vermogensbeheerder en een deel van hen verkocht (een deel van hun) beleggingen of legde juist extra geld in.

Andere uitkomsten:

- De helft van de beleggers kijkt wekelijks of vaker naar de waarde van hun beleggingen.

- Risicozoekende beleggers vinden zichzelf bovengemiddeld goede beleggers.

- Ervaren beleggers doen jaarlijks meer transacties dan beginnende beleggers.

De belangrijkste drempels om te beginnen met beleggen:

- Beleggen wordt als te riskant ervaren;

- Mensen zeggen onvoldoende kennis te hebben van beleggen;

- Mensen zeggen geen interesse te hebben in beleggen.

AFM, Consumentenmonitor Beleggen 2019

 

Maximum kredietvergoeding

Een motie verzoekt de regering om online winkels in het Besluit kredietvergoeding als aparte categorie op te nemen en de maximale kredietvergoeding voor hen te verlagen van 12% naar 2%. Minister Hoekstra (FinanciŽn) is bezorgd over het hoge percentage betalingsachterstanden bij kredieten die online door verzendhuizen zijn verstrekt. De verzendhuizen hebben enkele maatregelen getroffen om de achterstanden terug te dringen, maar de minister vindt de effecten daarvan nog onvoldoende zichtbaar in de cijfers. Hij laat onderzoeken met welke maatregelen de problemen nog verder effectief tegengegaan kunnen worden. Eind dit jaar bekijkt hij of maatregelen van aanbieders leiden tot een (structurele) verlaging van achterstanden.

 

Special item Consumptief krediet

MoneyView onderzocht consumptieve kredieten: 11 DK-en en 36 PL-en.

- 5 sterren DK voorwaarden: Rabobank DK

- 5 sterren PL voorwaarden: Rabobank PL, BNP Paribas PL (niet huiseigenaar), ING PL

- 5 sterren DK prijs: Freo DK

- 5 steren PL prijs: DEFAM PL Premium, Directa.nl PL, Freo PL

DK-en verdwijnen uit beeld en maken plaats voor doelgroepgerichte PL-en. Op de markt zijn nog 11 DK-en en ruim 40 PL-en. Doorlopende leningen zijn uit de gratie, mede door het ontmoedigingsbeleid van de AFM. in 2019 heeft de Vereniging Financieringsondernemingen Nederland (VFN) de gedragscode voor kredietverlening aangepast waardoor de looptijd van een DK maximaal 15 jaar is. Daarnaast hebben veel aanbieders de opnametermijn bij het DK beperkt, tot 2 of 3 jaar.

Nieuwe toetreders hebben alleen nog maar PL-en in hun assortiment. PL-producten richten zich steeds meer op specifieke doelgroepen en/of specifieke bestedingsdoelen. Van 2017 t/m 2020 zijn 18 nieuwe PL-en op de markt gebracht, waarbij ruim 80% gericht op een bepaalde doelgroep en/of bestedingsdoel.

Doelgroepen zijn:

- huiseigenaren (verbouwen, verduurzamen of restschuld aflossen)

- senioren

- zelfstandigen

MoneyView, Special item Consumptief krediet, nr 116

 

Besluit verzekeringskeuringen ex-kankerpatiŽnten

Er ligt ter consultatie een besluit over de vragen die een verzekeraar bij het aangaan of wijzigen van een orv mag stellen over iemands ziekteverleden als kankerpatiŽnt. Kern van het besluit: de verzekeraar mag slechts gedurende een bepaalde termijn vragen stellen over dat verleden, nadat iemand van kanker is genezen.

Doelgroepen die door de regeling worden geraakt

- ex-kankerpatiŽnten

- verzekeraars die orv'en aanbieden

- bemiddelaars in orv-en

- zorgverleners (oncologie)

Ex-kankerpatiŽnten hoeven na het verstrijken van een op basis van deze AMvB geldende termijn bij de aanvraag van een orv niet meer te melden die kanker te hebben gehad waarvan zij zijn genezen. Verzekeraars mogen daarnaar dan ook niet meer vragen zodat het niet meer speelt in de beoordeling van het risico en het acceptie- en premiebeleid. Bemiddelaars en zorgverleners kunnen ex-kankerpatiŽnten adviseren en informeren om ervoor te zorgen dat deze regeling correct voor hen wordt toegepast. Consultatie sluit op 09-04-2020.

Internetconsultatie, verzekeringskeuringen

 

Uitstel aflossing

Zakelijke klanten met een financiering tot €2,5 miljoen krijgen 6 maanden uitstel van aflossing op de lening, zo meldden ABN Amro, ING, Rabobank, de Volksbank en Triodos. Het moet wel gana om ‘kleinere ondernemingen die in de kern gezond zijn’.

De banken zijn nog in overleg over hypotheekklanten die door het coronavirus in financiŽle problemen komen. ABN Amro zinspeelde al op een tijdelijke rente- en aflossingsstop.

 

Handboek Ondernemen 2020

Op de site van de Belastingdienst staat het 'Handboek Ondernemen 2020': infomatief voor starters en ondernemers. Het handboek is vooral voor eenmanszaken, maar ook voor andere ondernemingen.

Belastingdienst, 'Handboek Ondernemen 2020'

 

Adfiz corona-informatie

Adfiz geeft informatie over de coronacrisis.

Antwoorden van Verbond en individuele verzekeraars

Informatieloketten ondernemers:

Regelingen voor ondernemers.

Belastingmaatregelen voor ondernemers.

Overheidsinformatie over financiŽle regelingen.

Rechten en plichten van werkgevers en medewerkers.

Cybergerelateerde onderwerpen.

Communiceren met klanten.

Adfiz, coronavirus

 

Nibud Geldkrant-special

Het Nibud heeft een coronacrisis-editie van de Nibud Geldkrant uitgebracht: Minder inkomen. Het bevat handvatten aan mensen die door de corona-uitbraak hun inkomen zagen dalen.

Nibud, Geldkrant-special

 

Knot bij Jaarverslag DNB

DNB-president Knot bij de presentatie van het jaarverslag 2019:

Het staat vast dat de mondiale economie hiervan een harde klap gaat krijgen. Ook het eurogebied en Nederland zullen te maken krijgen met een recessie. Over hoe lang en diep die zal zijn, tasten we nog in het duister.

We kunnen wel kijken naar wat er is gebeurd in China... Daar lijkt de economische impact fors. Bestedingen van consumenten en bedrijven daalden in januari-februari met ongeveer 20 tot 25% t.o.v. vorig jaar, de industriŽle productie daalde met bijna 15%. Eerste schattingen wijzen op een krimp van de Chinese economie in Q1 tussen de 4 en 9% op jaarbasis. Sommige analisten verwachten een sterk herstel in Q2, maar veel zal afhangen van ontwikkelingen elders in de wereld en ook de vraag of er al dan niet een 2de golf van besmettingen zou optreden.

Voor het eurogebied en Nederland zijn nog geen harde data beschikbaar, maar het is goed mogelijk dat de aanvankelijke krimp sterker zal zijn dan tijdens de kredietcrisis. ... Ook op de arbeidsmarkt gaan harde klappen vallen, en dat zal vooral werknemers met een tijdelijk contract raken...

Dit is in eerste aanleg een medische crisis. Er is daarom hoop op een relatief snel herstel zodra het virus eenmaal onder controle is. Er is geen reden te veronderstellen dat we na deze crisis hetzelfde taaie en pijnlijke proces van balansherstel bij banken, burgers en bedrijven hoeven door te maken als in de nasleep van de vorige crisis. Daarvoor is het essentieel dat we zoveel mogelijk permanente economische schade tegengaan door ervoor te zorgen dat banken niet in de problemen komen en bedrijven niet omvallen... Maar het betekent ook dat het monetaire en budgettaire beleid niet de oorzaak van deze in essentie exogene, medische schok kan oplossen en kan wegnemen.

Het kabinet is ... met een breed pakket maatregelen gekomen. ... Tegelijkertijd heeft DNB besloten om de banken extra ruimte te geven door de vereiste buffers tijdelijk te verlagen. Daarmee wordt het banken mogelijk gemaakt om hun kredietverlening in stand te houden... Het is nadrukkelijk de bedoeling dat dit vrijvallende kapitaal wordt gebruikt om de kredietverlening te ondersteunen...

Eveneens vorige week heeft de ECB besloten tot een omvangrijk pakket nieuwe maatregelen om financiŽle markten te stabiliseren en zo de doorwerking van het monetaire beleid veilig te stellen. Er is besloten tot zeer ruimhartige leenoperaties voor banken om ervoor te zorgen dat zij ... hun kredietverlening aan burgers en bedrijven kunnen handhaven. Een andere belangrijke maatregel is een nieuw en tijdelijk Pandemie-noodaankoopprogramma. De ECB zal voor €750 mld aan staats- en bedrijfsobligaties aankopen tot het eind van het jaar. Daarmee zorgt de ECB ervoor dat de financieringskosten voor huishoudens, bedrijven en overheden laag blijven. ...

Het is in deze tijden cruciaal dat de financiŽle sector goed blijft functioneren. Laat ik vooropstellen dat dat nu zonder meer het geval is, ook doordat banken en verzekeraars na de financiŽle crisis hun buffers hebben versterkt. De uitgangspositie nu is dus veel beter dan in 2008. ...

De toekomst is hoogst onzeker, want we weten niet hoe het virus zich verder gaat ontwikkelen. Wat we wel weten, is dat de economie een stevige klap oploopt. En ieder nadeel heeft ook zijn voordeel. Laten we deze crisis ook vooral gebruiken om het herstel in te richten die bijdraagt aan een duurzame groei. Dan denk ik bijvoorbeeld aan de noodzakelijke vergroening van onze economie, het verder bouwen aan innovatie en digitalisering – we doen hier nu veel ervaring mee op - en de noodzaak om de groei via publieke investeringen te versterken.

DNB, jaarverslag 2019

 

Coronacrisis in 4 scenario's

Het CPB schetst in 4 scenario’s de economische impact van het coronavirus in 2020 en 2021. Alle scenario’s resulteren in een bbp-krimp, van 1,2% tot 7,7%. In het lichtste scenario is er herstel in Q3-2020, in het zwaarste scenario komt de financiŽle sector in problemen, verslechtert het buitenlandbeeld en is er ook in 2021 een bbp-krimp van 2,7%. In 3 van de 4 scenario’s is de neergang dieper dan in de crisis van 2008/2009.

De werkloosheid loopt in het lichtste scenario slechts beperkt op, maar stijgt in het zwaarste scenario tot 9,4% in 2021. Door de noodmaatregelen om de economie te steunen verslechteren de overheidsfinanciŽn in alle scenario’s fors. De overheidsschuld komt niet direct in de gevarenzone, in het zwaarste scenario komt de schuld eind 2021 uit op 73,6% bbp, op ruime afstand van niveaus die in de literatuur als risicovol worden aangemerkt.

CPB, scenario's coronacrisis

 

Banken schorten dividend op

Rabobank, ING en ABN Amro keren voorlopig tot oktober geen dividend uit zodat ze het geld kunnen reserveren voor steun aan noodlijdende klanten. Beleggers (certificaten of aandelen) krijgen dus even niets uitgekeerd. De banken geven hiermee gehoor aan de oproep van de centrale banken.

 

 


Werk- en inkomennieuws

 

Noodmaatregelen kabinet
> Loonmaatregel bij omzetverlies
Ondernemers die 3 maanden lang minimaal 20% minder omzet verwachten, kunnen bij UWV met terugwerkende kracht per 01-03-2020 loonsubsidie aanvragen. De werkgever moet wel het volledige salaris doorbetalen en mag de werknemer in die 3 maanden niet ontslaan. Deze Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW) kan vanaf 06-04-2020 aangevraagd worden.
> Ondernemersondersteuning €4.000
Ondernemers die direct zijn getroffen door het coronavirus, kunnen t/m 26-06-2020 aankloppen bij een digitaal noodloket voor een eenmalig bedrag van €4.000. De Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren (TOGS) geldt voor de sectoren die hard worden geraakt door de 1,5 meterregel.
Dit zijn volgens het kabinet: eet- en drinkgelegenheden, non-food-sector (zoals winkeliers), bioscopen, haar- en schoonheidsverzorging (onder andere kappers, pedicures, visagisten), reisbemiddeling en reisorganisaties, rijschoolhouders, sauna’s, solaria, zwembaden, fitnesscentra, sportclubs en (sport)evenementen, casino’s, en bepaalde private culturele instellingen zoals musea, circus, theaters, schouwburgen en muziekscholen.
> Bijstandsregeling voor zzp'ers
Zzp’ers kunnen bij hun gemeente een uitkering aanvragen als het inkomen door de coronacrisis onder bijstandsniveau komt. De Tijdelijke overbruggingsregeling voor zelfstandig ondernemers (Tozo) is er voor de maanden maart, april en mei en kan tot 01-06-2020 worden aangevraagd.
Er wordt niet gekeken naar het eigen vermogen of naar dat van een eventuele partner of naar de levensvatbaarheid van de onderneming.
Voor alleenstaanden wordt het inkomen tot maximaal €1.050 netto aangevuld, voor gehuwden en samenwonenden tot maximaal €1.500 netto.
> Kinderopvang deels vergoed
Ouders die hun kinderen niet naar de opvang kunnen brengen, krijgen de eigen bijdrage vergoed. Dat is voor de periode van 16-03-2020 tot 06-04-2020, maar kan worden verlengd.
De regeling geldt voor de kinderdagopvang, de buitenschoolse opvang en de gastouderopvang.
De compensatie wordt overgemaakt aan de kinderopvanginstelling, die maken het weer over naar de ouders. Het bedrag dat ouders terugkrijgen is het verschil tussen de kinderopvangtoeslag en de betaalde factuur.
> Uitstel belastingen en schrappen van boetes
Ondernemers mogen hun belastingen later betalen. Het gaat om inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, omzetbelasting (btw) en loonbelasting. Uitstel kan worden aangevraagd als er aangifte is gedaan en de ondernemer een aanslag heeft ontvangen. Ondernemers krijgen van de Belastingdienst direct uitstel van het betalen van belastingen voor maximaal drie maanden.
Een eventuele boete voor betalingsverzuim wordt geschrapt. De invorderingsrente die je moet betalen nadat de betalingstermijn is verstreken gaat van 4% naar 0,01%. Dat geldt voor alle belastingschulden.
> Verruimde garantiestelling
Er is een verruiming voro leningen waar de Staat garant voor staat. Het gaat om leningen voor mkb en grote ondernemingen die gebruikmaken van de Garantie Ondernemersfinanciering-regeling (GO).
Dit instrument is normaal bedoeld voor leningen van €1,5 mln tot €50 mln. Dat plafond wordt tijdelijk verhoogd naar €150 mln. De overheid staat voor 50% van deze leningen garant.
> Later aflossen en rentekorting
Voor kleine ondernemers komen er gunstige leningsvoorwaarden. Het gaat om de microkredietenverstrekker van de overheid Qredits, bedoeld voor kleine en startende ondernemers die sowieso al moeilijk aan financiering komen.
Door de coronacrisis krijgen ondernemers uitstel van aflossing voor de komende 6 maanden en de rente wordt automatisch verlaagd naar 2%.
Rijksoverheid, noodpakket financiŽle regelingen

Loonmaatregel ondernemers per 6 april

Ondernemers die door de coronacrisis minder omzet hebben, kunnen vanaf 06-04-2020 bij UWV een aanvraag indienen om de loonkosten tot 90% vergoed te krijgen. Deze Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW) moet de werkgelegenheid veel mogelijk beschermen. Het kabinet verwacht hier €10 mld aan uit te geven. De maatregel betekent dat als de omzetdaling 100% is, er 90% van de loonkosten wordt betaald. Daalt de omzet 50%, dan wordt 45% van het loon vergoed. Zodra de aanvraag binnen is, duurt het 2 tot 3 weken voordat het geld op de rekening staat.

Voorwaarde is dat ondernemers de komende 3 maanden minimaal 20% omzetdaling verwachten en het reguliere salaris blijven doorbetalen. De regeling geldt met terugwerkende kracht per 01-03-2020.

Het maximale salaris dat wordt vergoed is €9.538 per maand.

Ook flexwerkers, uitzendkrachten en payroll-werkers komen in aanmerking voor steun. Het desbetreffende uitzendbureau of het payrollbedrijf moet dan wel de loonsubsidie aanvragen en voldoen aan de voorwaarden.

Het UWV controleert achteraf via een accountantverklaring het geleden omzetverlies.

Valt de omzetdaling uiteindelijk mee, dan moet de ondernemer het verschil terugbetalen. Is het juist hoger, dan volgt er een naheffing. Er worden in dat geval geen boetes uitgedeeld.

Ondernemers moeten zelf hun geschatte omzetverlies doorgeven. Dat doen zij door de totale omzet uit 2019 door 4 te delen en dat bedrag te vergelijken met de te verwachte omzet in maart, april en mei van dit jaar.

 

Beslagvrije voet (internetconsultatie)

Een goede en eenduidige vaststelling van de beslagvrije voet vraagt van alle beslagleggende partijen dat zij op een zelfde manier informatie m.b.t. de leefsituatie en de hoogte van het inkomen uit de geleverde data herleiden. Tevens wordt de grondslag van de rekentool uitgewerkt zodat er centraal voor de berekening van de beslagvrije voet noodzakelijke herleidingen kan plaatsvinden.

Doelgroepen die door de regeling worden geraakt: schuldenaren, beslagleggende partijen en bouwers van de aan beslagleggende partijen beschikbaar te stellen rekentool.

Verwachte effecten van de regeling voor de doelgroepen: een eenduidige herleiding van informatie uit de beschikbaar te stellen bronnen i.c.m. een correcte inregeling van de ter ondersteuning van verschillende partijen in te richten centrale rekentool.

Rijksoverheid, internetconsultatie

 

Werkloosheid

Het aantal mensen met betaald werk steeg in de afgelopen 3 maanden met gemiddeld 21.000 per maand en bedroeg in februari 9,1 miljoen. Het aantal werklozen daalde in die 3 maanden met gemiddeld 17.000 per maand naar 274.000. Het werkloosheidspercentage was in februari 2,9. Dat meldt het CBS. UWV registreerde in februari 240.000 lopende WW-uitkeringen. In februari hadden 4 miljoen mensen geen betaald werk. Naast werklozen gaat het om 3,7 miljoen mensen die niet recent hebben gezocht en/of niet direct voor werk beschikbaar waren. Zij behoren niet tot de beroepsbevolking. Hun aantal steeg in de laatste 3 maanden met gemiddeld 2.000 per maand.

Om de arbeidsmarkt internationaal te kunnen vergelijken, gebruiken we vaak de werkloosheidsindicator van de International Labour Organization (ILO). De ILO ziet mensen van 15 tot 75 jaar zonder betaald werk die hier recent naar hebben gezocht en direct beschikbaar als ‘werkloos’. In februari waren er 274.000 werklozen ofwel 2,9% van de beroepsbevolking. Voor het eerst sinds 2003 is het percentage lager dan 3,0.

UWV verstrekte in februari 240.000 lopende WW-uitkeringen: minus 33.400 j-o-j.

 

Eigen bijdrage kinderopvang

De ouders die hun kind(eren) vanwege de coronacrisis tijdelijk niet naar de kinderopvang of bso kunnen brengen, maar wel de rekening hebben betaald, krijgen hun geld terug. Dat geldt ook voor ouders die nu aan het werk zijn en cruciaal werk verrichten.

Voor recht op de kinderopvangtoeslag betalen ouders een eigen, inkomensafhankelijke, bijdrage. Het kabinet vindt het onwenselijk om ouders de kosten van een eigen bijdrage voor de kinderopvang te laten betalen terwijl ze daar geen gebruik van maken. Alle ouders worden gecompenseerd. Gebruik van de noodopvang voor kinderen van mensen in cruciale beroepen is kostenloos.

De compensatie wordt overgemaakt aan de kinderopvangorganisaties. Die kunnen dan rechtstreeks aan de ouders het te veel betaalde deel, dus het verschil tussen het factuurbedrag en de ontvangen kinderopvangtoeslag, over de periode 16-03-2020 t/m 06-04-2020 overmaken aan de ouders. Duurt de situatie langer, dan kan deze mogelijkheid verlengd worden.

 

 


Marktpartijen in Ďt nieuws

 

Yarden vs Consumentenbond

De Consumentenbond wil dat Yarden de versobering van zijn uitvaartverzekeringspakket terugdraait. Volgens de bond is de maatregel 'onrechtmatig'. Yarden wentelde medio 2019 de stijgende uitvaartkosten op de polishouders af. Sinds dit jaar is de waarde van het uitvaartpakket van bijna 400.000 verzekerden daardoor gemaximeerd. Gaan de uitvaartkosten omhoog, dan moet de verzekerde die zelf bijbetalen. Om die maatregel door te voeren, deed Yarden een beroep op de algemene voorwaarden om onder bepaalde omstandigheden eenzijdig de regels te veranderen. Volgens de bond mag dat alleen als de financiŽle nood heel hoog is en er geen andere mogelijkheden zijn. In oktober meldde Dela dat het Yarden wil overnemen.

 

Verkoop Klaverblad Leven akkoord

De verkoop van Klaverblad Leven aan Lifetri is definitief. Lifetri werkt aan een digitale klantbediening aan consumenten en adviseurs. Er is een nieuw polisadministratiesysteem en Lifetri verhuist naar Maarssen. Klanten worden geÔnformeerd over de gevolgen van de overgang.

 

Aon koopt Willis Towers Watson

Aon koopt Willis Towers Watson voor bijna $30 mld. In 2018 fuseerden Towers Watson en Willis Group. Met de megafusie wordt Aon/Willis marktleider als verzekeringsmakelaar, met een omzet van $19 mld en ook in HR-consultancy behoort de combinatie tot de grootste marktspelers. Als de deal wordt goedgekeurd, wordt de transactie in 2021 afgerond. Het merk Willis Towers Watson verdwijnt. Het hoofdkantoor van Aon blijft in Londen.

 

ASR wint Waerdye-zaak

De rechtbank Utrecht gaf ASR gelijk in een zaak tegen de Consumentenbond m.b.t. woekerpolissen van 200.000 klanten. Volgens de bond had ASR een torenhoge or-premie in rekening gebracht bij Waerdye beleggingsverzekeringen. De inleg in beleggingsfondsen werd verminderd met de kosten en de or-premie. De Consumentenbond eist dat polishouders een redelijke compensatie krijgen.

Volgens de rechtbank heeft ASR voldaan aan zijn informatieverplichtingen en was er geen sprake van een oneerlijk beding. De rechters plaatsten de verzekering in zijn tijd, toen de beleggingsverzekering nog zeer aantrekkelijk leek, dus voor de instorting van de aandelenkoersen rond 2008. “Beleggingsverzekeringen waren destijds populair vanwege de hoge rendementen op beleggen in verhouding tot de lage spaarrente, vanwege de gunstige fiscale behandeling en het feit dat in beleggingsverzekeringen een overlijdensrisicoverzekering is geÔncorporeerd. … Onder deze omstandigheden valt niet in te zien dat de consument een andere keuze had gemaakt als hij op de hoogte was geweest van de aard en omvang van de kosten van de overlijdensrisicopremie.”

 

iptiQ kiest voor Van Ameyde

iptiQ EMEA (SwissRe) kiest voor Van Ameyde voor het behandelen van haar claims. iptiQ is actief in leven, zorg en schadeverzekeringen.

 

Marsh in zee met CCS

Marsh, marktleider in verzekeringsmakelaardij en risicobeheersing, kiest voor het digitale platform van CCS.

 

Diks koopt Verzekervoordelig

Diks verzekeringen (Voogd & Voogd) heeft Verzekervoordelig overgenomen. In 2018 nam Diks ook al de bemiddelingsactiviteiten van Vandien Service Provider (VSP) over en begin dit jaar een deel van Logischverzekerd.

 

Veldsink breidt uit

Veldsink Advies heeft Van ’t Riet Verzekeringen (Heerhugowaard) en Rensen AssurantiŽn (Nijverdal) overgenomen. Veldsink telt 52 kantoren.

 

Overname Vivat akkoord

DNB keurt de overname van Vivat door Athora en NN goed. Athora neemt Vivat in zijn geheel over van Anbang en verkoopt daarna de schade- en inkomenstak door aan NN.

 

AFM-boete voor Goedkopehypotheek.nl

De AFM heeft bestuurlijke boetes opgelegd aan Goedkopehypotheek.nl omdat het bedrijf tussen 2015 en 2017 geen integere uitoefening van haar bedrijf waarborgde. De boete aan Goedkopehypotheek.nl is €200.000 en aan de 2 leidinggevenden respectievelijk €500.000 en €125.000.

Goedkopehypotheek.nl was tot eind 2017 actief als hypotheekadviseur en -bemiddelaar. De buitendienstmedewerkers waren freelancers die grotendeels beloond werden o.b.v. de omzet die zij behaalden. Ook nam Goedkopehypotheek.nl klachten van haar klanten niet in behandeling met de daarbij vereiste mate van zorgvuldigheid en objectiviteit.

De AFM heeft vastgesteld dat Goedkopehypotheek.nl structureel en stelselmatig de wet heeft overtreden. Die overtredingen vormden bovendien de kern van de bedrijfsvoering. Doel was primair het behalen van zoveel mogelijk omzet en het klantbelang was hieraan ondergeschikt.

 

Tulip Assist nieuw Verbondslid
Tulip Assist Insurance Limited, met de Tulip Assist verzekering van Belsimpel.nl, is het nieuwste Verbondslid.

 

 

 


Uitspraken Kifid / rechter

 

Uitspraken Kifid / rechter

U vindt hier een selectie van uitspraken van het Kifid en de (tucht)rechter die wij opvallend of juist typerend vinden voor de praktijk van de financiŽle dienstverlening. Wij anonimiseren de namen van de financials, tenzij vermelding van de naam toegevoegde waarde heeft.

 

Kifid over zorgplicht

Tussenpersoon (ATP) moet een klant bijna €8.000 vergoeden wegens schending van de zorgplicht. De klant vroeg adviseur per e-mail van 23-12-2011 of dekking bestond voor arbeidsrechtelijke geschillen in zijn hoedanigheid van statutair directeur, ook als hij wegens onjuist bestuur wordt aangesproken. Daarop antwoordde de adviseur dat een geschil over het uitoefenen van zijn functie als statutair directeur onder de dekking valt.

Kifid: “Deze informatie is onvolledig, omdat in art. 2.2 van de voorwaarden staat dat de medeverzekerde - in dit geval Consument - alleen met toestemming van de verzekeringnemer - in dit geval [naam werkgever] - een beroep op de rechtsbijstandverzekering kan doen. ATP kende deze bepaling althans had die moeten kennen door bestudering van de Voorwaarden of door navraag bij Verzekeraar. ATP had Consument dan ook moeten wijzen op het toestemmingsvereiste in geval van onderlinge geschillen. Door dit na te laten heeft ATP niet aan de op hem jegens Consument rustende zorgplicht voldaan en daarvan treft hem een verwijt. Het was immers aan ATP om als redelijk handelend en vakbekwaam ATP bij Consument de nodige informatie in te winnen over diens wensen en doelstellingen en Consument op de door hem gestelde vraag over de aard en de inhoud van de eventueel af te sluiten verzekeringsovereenkomst correct en volledig te informeren, zodat Consument een weloverwogen beslissing kon nemen.

Gelet op het feit dat Consument expliciet heeft gevraagd of hij als statutair directeur in geval van een arbeidsconflict aanspraak op rechtsbijstand kon maken, is aannemelijk dat Consument wetende van het toestemmingsvereiste zou hebben gezocht naar een particuliere rechtsbijstandverzekering die dekking biedt voor geschillen met zijn werkgever. Dergelijke verzekeringen bestonden toen en het was Consument zeer waarschijnlijk gelukt om een dergelijke verzekering af te sluiten. Rekening houdend met het feit dat Consument voor de afzonderlijke particuliere rechtsbijstandverzekering premie zou zijn verschuldigd, begroot de Commissie de door Consument geleden schade op de voet van art. 6:97 BW op €7.995.”

Kifid, Uitspraak-2020-257

 

Kifid over beleidswijziging geldverstrekker

Consument stelt dat de Tussenpersoon (ATP) en de Bank tekort zijn geschoten in hun zorgplicht:

- de ATP had wetenschap moeten hebben van de afwijking van de voorwaarden

- de Bank had de ATP (juist) over het gewijzigde beleid moeten informeren.

Het gaat om een tijdelijke afwijking van de voorwaarden, die ten voordele is van Consument. De Bank voert aan dat het om een uitzonderingssituatie gaat. Doordat de Bank heeft besloten om een hypotheekproduct niet meer aan te bieden, heeft zij vanwege een systeemtechnische beperking besloten haar klanten tijdelijk in een voordeliger regime te plaatsen. Het gaat om een beleidswijziging die de Bank niet heeft gecommuniceerd met haar klanten en andere stakeholders. Dus, ook de ATP kon niet weten dat er een afwijking was van de oorspronkelijke voorwaarden.

Door de ATP niet (juist) over het gewijzigde beleid te informeren, meent Consument verder dat de Bank haar zorgplicht heeft geschonden. Ook hierbij neemt Kifid als uitgangspunt de partijafspraken bij het aangaan van de hypothecaire geldlening. Nu het hier om een tijdelijke afwijking van de voorwaarden gaat, die ten voordele is van Consument, is het aan de Bank om te bepalen hoe zij hiermee omgaat.

Dit betreft immers de beleidsvrijheid van de Bank. Deze beleidsvrijheid kan worden beperkt door de maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Kifid ziet geen aanleiding om te concluderen dat de Bank met haar tijdelijke (voor Consument voordelige) beleidswijziging de maatstaven van redelijkheid en billijkheid heeft geschonden door Consument niet daarover te informeren. Dit geldt ook voor de keuze van de Bank om de ATP niet hierover te informeren. Kifid wijst de vordering van Consument af.

 

Kifid over NHG hypotheek en verhaal restsschuld

Consument heeft een NHG-hypotheek. Na verkoop van de woning heeft geldverstrekker een verliesdeclaratie ingediend bij het WEW, die een deel van de restschuld heeft vergoed. Consument vordert dat het WEW ook het overige deel van de restschuld vergoedt, waardoor geldverstrekker de restschuld jegens hem dient kwijt te schelden.

Op 01-04-2019 is de Woning van Consument verkocht: restschuld €23.382,72, verminderd met de afkoopwaarde van de verzekeringspolis van €10.331,60.

O.b.v de voorwaarden van de kwijtscheldingsregeling wordt de ontstane restschuld u niet kwijtgescholden.

Waarom komt u niet in aanmerking voor kwijtschelding?

Uw dossier is op 2 criteria beoordeeld. Aan beide criteria moet zijn voldaan om voor kwijtschelding van het verlies in aanmerking te komen.

1. Is sprake van te goeder trouw t.a.v. het niet kunnen betalen van de lening?

Dit is wel het geval als er sprake is van relatiebeŽindiging, arbeidsongeschiktheid en/of niet verwijtbare werkloosheid, waardoor de lening niet meer kon worden betaald.

Uit het dossier blijkt dat bij exploit van 22-11-2018 de Stichting W. de erfpacht heeft opgezegd wegens verhuur. Het WEW (oordeelt) dat hierdoor de woning moest worden verkocht, waardoor de restschuld is ontstaan. Het WEW beschouwt dit niet als een situatie die onder het criterium te goeder trouw valt.(...)”

“Ons besluit op uw verzoek tot heroverweging

O.b.v. uw bezwaarschrift, en de ... stukken hebben wij vastgesteld dat niet aan de gestelde criteria is voldaan. U komt daarom ook na uw verzoek tot heroverweging niet in aanmerking voor kwijtschelding van het ontstane verlies.

(…)

Uit het dossier blijkt dat u de woning alleen op uw naam en inkomen heeft gekocht. Bij het afsluiten van de lening was dat inkomen voldoende om de hypothecaire lening te verkrijgen. U bent de enige eigenaar van de woning gebleven en ook de enige schuldenaar van de hypothecaire lening. Het feit dat uw echtgenote werkloos is en geen uitkering ontvangt kan naar het oordeel van het WEW daarom niet de oorzaak zijn voor het niet meer kunnen betalen van de lening. Verder is niet aannemelijk gemaakt dat een van de genoemde oorzaken de reden is dat u de lening niet meer kon betalen.

Op basis van voorgaande aspecten stelt het WEW vast dat niet aan het criterium te goeder trouw is voldaan. Het feit dat uw burgerlijke staat niet correct is vermeld (geweest) door uw werkgever op uw loonstrook doet hier verder niets aan af.”

De Commissie stelt vast dat de garantie maandelijks daalt, waardoor het WEW niet de gehele restschuld vergoedt. Consument is hierover door geldverstrekker en het WEW geÔnformeerd en behoorde naar het oordeel van de Commissie dan ook te weten dat geldverstrekker het resterende deel op hem mocht verhalen. De Commissie oordeelt dat Consument ook het resterende deel van de restschuld aan geldverstrekker dient te voldoen. De Commissie wijst de vordering af.

 

Kifid over acceptatie

Een verzekeraar mag een aanvraag voor een schadeverzekering niet weigeren o.g.v. het schadeverleden in het Centraal Informatie Systeem (CIS). Zo oordeelt Kifid in een klacht tegen Promovendum.

Een consument vraagt een nieuwe autoverzekering aan bij Promovendum. In het aanvraagformulier wordt niet gevraagd naar het schadeverleden. Wanneer Promovendum vervolgens in CIS meerdere schademeldingen ziet op het adres van de consument, stelt zij aanvullende vragen. Wat was de oorzaak van de meldingen? Was er sprake van eigen schuld? Binnen een dag stuurt de consument een toelichting; van eigen schuld was volgens hem geen sprake. Toch weigert Promovendum deze aanvraag vanwege het schadeverleden van de consument. De consument stapt naar Kifid.

Kifid wijst op het Gebruikersprotocol CIS, waar verzekeraars en volmachtkantoren zich aan moeten houden. Hierin staat duidelijk dat ‘de CIS databank niet mag worden gebruikt om te bekijken of het schadeverleden van betrokkene op zichzelf reden is om hem de gevraagde verzekering te weigeren. De informatie die CIS beheert, is bedoeld om te controleren of betrokkene naar waarheid heeft verklaard over zijn schade- of verzekeringsverleden’.

Bij de aanvraag is de consument niet gevraagd naar zijn schadeverleden. Het is aannemelijk dat de aanvraag was geaccepteerd, als Promovendum geen kennis had kunnen nemen van de schademeldingen in CIS. De verzekeringsaanbieder heeft geen andere bezwaren of redenen gegeven voor afwijzing. Uit deze zaak blijkt dat de aanvraag enkel en alleen is afgewezen vanwege de schademeldingen in de CIS databank. Dit is in strijd met het Gebruikersprotocol. De verzekeringsaanbieder maakt zo misbruik van haar contracteer- en beleidsvrijheid. Promovendum moet aan de consument €500 schade vergoeden.

Kifid, Uitspraak 2020-183

 

Rechter over falen klimaatregeling

Interpolis (Achmea) hoeft ook in hoger beroep de schade a.g.v. het uitvallen van de automatische klimaatregeling in een varkensstal niet te vergoeden. De varkenshouder eiste vergoeding nadat veel varkens stikten doordat de installatie uitviel. Achmea weigerde uit te keren, omdat geen alarmmelding was ontvangen en de oorzaak van het niet functioneren van het alarm op het moment van uitval onbekend was. De rechtbank gaf Achmea hierin gelijk. Volgens de rechtbank waren bovendien de in de verzekeringsvoorwaarden voorziene uitzonderingssituaties niet aan de orde.

Het Gerechtshof Den Haag volgt de rechtbank: "Achmea heeft ... verklaard dat haar ervaring is dat alarminstallaties nogal eens niet afgaan door menselijke fouten, en dus niet door een eigen gebrek. Het staat Achmea vrij om dergelijke situaties buiten de omschrijving van de dekking te houden. Tussen partijen staat niet vast of het niet afgaan van het alarm het gevolg is geweest van een eigen gebrek, dan wel van een onbewuste of bewuste menselijke handeling (uitschakelen; instellingsfout). Onder die omstandigheden mag Achmea zich erop beroepen dat niet vaststaat dat de schade ... onder de dekking valt. M.b.t. die dekking merkt het hof ten overvloede nog op dat die dekking mede omvat de situatie dat de alarminstallatie a.g.v. een (gebleken) eigen gebrek niet heeft gefunctioneerd en in zoverre ruimer is dan de dekking die aan de orde was in de door [appellant] vermelde zaak Hof Leeuwarden 13 april 2010, ECLI:NL:GHLEE:2010:BM1439."

Rechtspraak, uitspraak ECLI:NL:GHDHA:2020:283

 

Rechter over financieringsvoorbehoud

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden geeft nader invulling aan de uitleg van wat ‘schriftelijk en gedocumenteerd’ inhoudt en hoe ver dat strekt. Partijen hebben een koopovereenkomst met een koopprijs van €2.888.889. O.g.v. art. 8 van de koopovereenkomst hebben kopers een waarborgsom van €288.888 (10% van de koopprijs) gestort op de kwaliteitsrekening van de notaris.

"...onder de voorwaarden en bepalingen die bij de hiervoor bedoelde erkende en geldverstrekkende instellingen gebruikelijk zijn en Koper tevens uiterlijk op de eerste werkdag na laatstgemelde datum schriftelijk en gedocumenteerd met ten minste twee (2) afwijzingen van twee hiervoor bedoelde erkende en geldverstrekkende instellingen, aan Verkoper en aan de Notaris heeft verklaard, dat hij wegens het niet of niet tijdig verkrijgen van voormelden toezegging(en), de Koop wil ontbinden; (...)"

Partijen twisten er over wat tussen hen ‘schriftelijk en gedocumenteerd’ inhoudt. Het antwoord op die vraag is afhankelijk van wat zij zijn overeengekomen over de inhoud van de ontbindende voorwaarde.

Deze voorwaarden zijn noch in de tekst van (art. 7 sub a. van) de koopovereenkomst noch in de daarbij behorende algemene bepalingen toegelicht of uitgewerkt. Daardoor is niet de situatie aan de orde dat de eis van ‘gedocumenteerd met ten minste twee (2) afwijzingen van erkende en geldverstrekkende instellingen’ nader is ingevuld in die zin dat nadere eisen werden gesteld aan de afwijzingen zelf dan wel aan de onderbouwing van die afwijzingen door (bijvoorbeeld) te bedingen dat, naast de twee afwijzingen, nog andere relevante stukken, waarover kopers de beschikking hebben of redelijkerwijs moeten kunnen krijgen, aan verkoper overgelegd moeten worden.

Het hof ziet daarom vooralsnog geen reden om, mede gezien het feit dat partijen bij het sluiten van de koopovereenkomst hierover niet hebben onderhandeld, een verdergaande plicht tot het verstrekken van documentatie in het financieringsvoorbehoud te lezen dan wat tussen partijen is opgeschreven, te weten: het overleggen van twee afwijzingen van erkende geldverstrekkers.

Verkoper kan koper niet tegenwerpen dat de hen overgelegde afwijzingsbrieven van geldverstrekker X en geldverstrekker Z onvoldoende inzicht geven in hun beslissing om kopers geen financiering te verstrekken doordat daarin slechts een gelijkluidende standaardtekst is opgenomen. Om dezelfde reden kan verkoper zich niet gerechtvaardigd op het standpunt stellen dat kopers naast de afwijzingen ook de onderliggende aanvraaggegevens hadden moeten verstrekken, zodat verkoper kon beoordelen of kopers aan hun inspanningsverplichting om een financiering te verkrijgen, hadden voldaan.

Evenmin slaagt het betoog van verkoper dat kopers geen aanvraag mochten doen bij kleinere erkende geldverstrekkers en alleen ‘grootbanken’ mochten benaderen.

De verkoper wordt in het ongelijk gesteld en moet de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van kopers vastgesteld op €1.684 voor verschotten en op €11.757 voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief vergoeden.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Bron: Rechtspraak.nl

 

Rechter over nabetaling courtage

De verkopers van een woning in Amsterdam moeten alsnog courtage betalen aan hun 2de makelaar, zo oordeelde de rechtbank Amsterdam. Het geschil: moeten verkopers nog courtage betalen aan makelaar S. Vraag 1: is tussen hen, als opdrachtgevers, en S. en P., als opdrachtnemers, een overeenkomst tot collegiale verkoop tot stand gekomen? En zo ja, hebben verkopers deze overeenkomst opgezegd?

Makelaar S. heeft als eerste op 23-11-2016 een aanbod voor een overeenkomst gedaan. Verkopers hebben dat aanbod niet aanvaard, maar op 02-12-2016 zelf aangepaste en/of aanvullende voorwaarden voor een samenwerking voorgesteld. Dit bericht is daarom aan te merken als een nieuw aanbod (art. 6:225 BW). Uit de woorden “Wij zijn bereid jullie gezamenlijk opdracht te verlenen onder de navolgende condities” (2.6) kan niet anders worden afgeleid dan dat verkopers een aanbod doen tot collegiale verkoop door makelaars S. en P. Ook uit de e-mail van verkoper van 30-12-2016, waarin zij spreekt over ‘de makelaars’ blijkt dat verkopers uitgingen van collegiale verkoop.

Ook het verweer van verkopers dat geen overeenkomst tot stand kan zijn gekomen omdat collegiale verkoop niet is toegestaan, gaat niet op. Er is geen rechtsregel die verbiedt dat 2 makelaars gezamenlijk een bemiddelingsopdracht aanvaarden. Uit de enkele omstandigheid dat F. (kennelijk) in februari 2017 niet (meer) toestond om op haar website een woning in collegiale verkoop aan te bieden, kan niet worden afgeleid dat collegiale verkoop niet is toegestaan. De inhoud van de overeenkomst wordt immers niet bepaald door de regels van F., maar door wat partijen zijn overeengekomen.

Conclusie: tussen verkopers, als opdrachtgevers, en S. en P., als gezamenlijke opdrachtnemers, is een overeenkomst tot collegiale verkoop tot stand gekomen: een 3-partijenovereenkomst. Dat de overeenkomst niet op schrift is gezet, maakt dit niet anders. Voor deze overeenkomst geldt immers geen vormvereiste o.b.v. de wet of gewoonte.

Vraag 2: hebben verkopers met hun e mail van 16-0-2017 de overeenkomst rechtsgeldig opgezegd, zoals verkopers stellen. Zij wijzen erop dat zij leken zijn, tegenover de professionele makelaar S. Verkopers stellen dat zij volgens art. 6 lid 3 van de NVM-voorwaarden te allen tijde de overeenkomst eenzijdig konden opzeggen zonder opgave van reden. S. stelt dat het bericht van 16-03-2017 moet worden aangemerkt als een eenzijdige wijziging van de overeenkomst, dat eenzijdige wijziging in beginsel niet mogelijk is, en dat de overeenkomst dus ongewijzigd voortduurde.

Deze overeenkomst kan worden gekwalificeerd als een 3-epartijenovereenkomst. Partijen zijn het erover eens dat daarop de NVM-voorwaarden van toepassing zijn. In de NVM-voorwaarden wordt niet gesproken over ‘opzeggen van de overeenkomst’, maar ‘intrekken van de opdracht’. Dat komt echter in dit verband op hetzelfde neer. Uit de stellingen van verkopers blijkt dat zij met het bericht van 16-0-2017 enkel de samenwerking met S. hebben willen verbreken. Hoewel intrekking van de opdracht o.g.v. art. 6 lid 3 van de NVM-voorwaarden in beginsel mogelijk is, oordeelt de rechtbank dat een opdracht die is verstrekt aan 2 opdrachtnemers gezamenlijk, niet kan worden ingetrokken t.a.v. slechts ťťn van beide opdrachtnemers.

‘De opdracht’ is in art. 2 sub c van de NVM-voorwaarden gedefinieerd als ‘de overeenkomst van opdracht tot dienstverlening’. In dit geval is er ťťn overeenkomst van dienstverlening gesloten, namelijk de 3-partijenovereenkomst. De opdracht was dus aan 2 makelaars tezamen verstrekt. De opdracht was bovendien ondeelbaar. Er was immers in de overeenkomst geen onderscheid gemaakt tussen de werkzaamheden die S. zou verrichten en de werkzaamheden die P. zou verrichten. Integendeel, de makelaars zouden de verdeling van de werkzaamheden onderling afstemmen. Dat betekent dat verkopers, als zij de opdracht met een beroep op art. 6 lid 3 van de NVM-voorwaarden hadden willen intrekken, dit hadden moeten doen t.a.v. beide makelaars tegelijk. Dat hebben zij niet gedaan.

De rechtbank oordeelt dat verkopers de opdracht niet rechtsgeldig hebben ingetrokken. En dus is de overeenkomst tussen partijen ongewijzigd in stand gebleven.

Nu de overeenkomt tussen verkopers, S. en P. ongewijzigd in stand is gebleven, is de koopovereenkomst met koper tijdens de looptijd van de overeenkomst gesloten. O.g.v. de NVM-voorwaarden (art. 14) zijn verkopers dus courtage verschuldigd aan de makelaar. De rechtbank oordeelt dat onder ‘de makelaar’ in dit geval van een ondeelbare opdracht tot collegiale verkoop de gezamenlijke makelaars moeten worden begrepen. Dat betekent dat verkopers de volledige courtage verschuldigd zijn aan S. en P. gezamenlijk.

De rechter veroordeelt verkopers … om aan S. te betalen een bedrag van €47.371,50, te vermeerderen met de wettelijke rente ….

Bron: Rechtspraak.nl

 

Rechter over matiging boete

Een koper ziet af van een woning vanwege een burengeschil. Tijdens de ondertekening van de koopovereenkomst was niet bekend dat er met de buren van de te verkopen woning problemen zouden ontstaan. Zowel de verkoper als de koper claimen van de tegenpartij de contractuele boete (10% ofwel €23.500). Volgens koper is verkoper toerekenbaar tekortgeschoten omdat er ten tijde van de voorgenomen levering van de woning (11/12-09-2018) discussie was met de buren over de vraag of er wel een woning op het perceel mocht staan, over de wijze van invulling van de erfdienstbaarheid en over het door buren gestelde voorkeursrecht op de woning.

De rechtbank: Aangenomen kan worden dat het verkoper ten tijde van de ondertekening van de koopovereenkomst niet bekend was dat er met de buren problemen zouden ontstaan zoals hier aan de orde. Dat is pas daarna gebeurd. De buren hebben daarbij ook beslag gelegd op de te verkopen woning.

Koper is op enig moment van de geschilpunten tussen verkoper en buren op de hoogte geraakt. Vervolgens heeft er tussen de (toenmalige) advocaat van koper en (de advocaat van) verkoper overleg plaatsgevonden. Koper heeft daarbij, hoewel hij wist van de problemen met de buren, aanspraak gemaakt op levering van de woning.

Nadat het beslag op de woning was doorgehaald, hebben koper en verkoper afgesproken dat levering zou plaatsvinden op 11-09-2018. Kennelijk leverde het geschil tussen verkoper en buren voor koper geen reden op om af te zien van de levering dan wel aanvullende voorwaarden te stellen. Dat maakt dat koper de woning ondanks het geschil met buren diende af te nemen.

Uiteindelijk zag koper af van de levering en ontbond de koopovereenkomst omdat de buren aanspraken op de woning hadden en vorderingen betreffende de woning had ingediend, waardoor niet was voldaan aan art. 7.2. van de koopovereenkomst. Anders dan koper aanvoert, leveren de claims van de buren geen toerekenbare tekortkoming van verkoper op. Koper was immers op de hoogte van de claims van de buren en het feit dat daarover een procedure was gestart. Bovendien waren koper en verkoper overeengekomen dat alle risico’s wegens de claims van de buren door verkoper gedragen zouden worden, zo heeft verkoper onbetwist aangevoerd. Bovendien was het koper zelf die verkoper heeft gesommeerd tot levering over te gaan. Koper en zijn toenmalige advocaat wisten dat de buren op dat moment en op de dag van levering nog geen afstand had genomen van haar stellingen, hetgeen werd bevestigd door de advocaat van de buren in diens brief van 10-09-2018. (...)

Dat de partner van ‘buurtje 1’ op de dag van levering koper apart heeft genomen en (nogmaals) heeft gewezen op de geschilpunten en, mogelijk, koper heeft geadviseerd van de koopovereenkomst af te zien, levert dan ook geen nieuwe situatie op, op grond waarvan koper alsnog mocht afzien van de levering van de woning. Dat koper slechts met de levering heeft ingestemd omdat dit het advies van zijn toenmalige advocaat was, maakt dat niet anders.

Conclusie: verkoper is niet tekortgeschoten in de nakoming van de koopovereenkomst. De vordering van koper wordt daarom afgewezen.

Dan de vordering van verkoper. Voor toewijzing van die vordering is in ieder geval nodig dat koper toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de koopovereenkomst. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is daarvan sprake. Koper heeft immers ingestemd met levering onder de geschetste omstandigheden en daarvan op het laatste moment afgezien zonder geldige reden De gevorderde verklaring voor recht is daarom toewijsbaar.

Daarnaast maakt verkoper aanspraak op betaling van de contractuele boete. De rechtbank constateert dat op zich aan de voorwaarden voor het verschuldigd zijn van een contractuele boete door koper is voldaan. Koper heeft echter een beroep gedaan op matiging.

Ingevolge art. 6:94 lid 1 BW kan de rechter op verzoek van de schuldenaar een bedongen boete alleen matigen indien de billijkheid dit klaarblijkelijk eist. Deze maatstaf brengt mee dat de rechter pas als de toepassing van een boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt, van zijn bevoegdheid tot matiging gebruik mag maken. Daarbij moet de rechter niet alleen letten op de verhouding tussen de werkelijke schade en de hoogte van de boete, maar ook op de aard van de overeenkomst, de inhoud en de strekking van het beding en de omstandigheden waaronder het is ingeroepen. Deze maatstaf noopt tot terughoudendheid. Eerst onder bijzondere omstandigheden kan grond voor matiging aanwezig zijn.

De rechtbank: in dit geval is er aanleiding de hoogte van de boete te matigen. Vast staat dat koper hebben beoogd een woning te kopen zonder dat er potentiŽle claims of bezwaren van derden zouden zijn. Die claims waren er wel, zo bleek nadat de koopovereenkomst was getekend. Door die claim (en het in verband daarmee gelegde conservatoire beslag) was het voor verkoper niet mogelijk de woning te leveren op de beoogde leveringsdatum 02-08-2018, waarna koper verkoper heeft gesommeerd alsnog tot levering over te gaan. Weliswaar is daarna het beslag op de woning doorgehaald waarna levering op 11-09-2018 kon plaatsvinden, maar – hoewel verkoper anders wil doen voorkomen – vast staat dat het geschil tussen verkoper en buren nog niet was opgelost op het moment dat tot levering van de woning zou worden overgegaan. Weliswaar levert het bestaan van de claim van de buren geen toerekenbare tekortkoming van verkoper op, maar de dreigende claims van de buren om de woonbestemming van de woning aan te vechten en om “het hek op slot te doen” is wel een dermate bijzondere omstandigheid dat betaling van een boete aan verkoper naast eventuele schadevergoeding tot een buitensporig en onaanvaardbaar resultaat leidt. De slotsom is dat de boete wordt gematigd tot nihil.

Bron: Rechtspraak.nl

 

 


Pensioennieuws

 

Dekkingsgraad onderuit

De dekkingsgraden van pensioenfondsen zijn fors gedaald door onrust rond het coronavirus op de beurzen. ABP zag de dekkingsgraad 5,4%-punt dalen naar krap 89%. De dekkingsgraad daalt door gekelderde aandelen en de dalende rekenrente doordat beleggers 'vluchtten' in staatsobligaties. De dekkingsgraden van PMT is nu 92,3%, die van Zorg & Welzijn 90,4% en die van PME 92,3%. De koersdalingen van maart zijn in deze cijfers nog niet meegenomen.

 

Regels verdeling van pensioen bij scheidingen

Minister Koolmees (SZW) stuurde de Tweede Kamer de nota over het voorstel Regels verdeling van pensioen bij scheidingen 2021. Wat betekent het voor de verdelingsgerechtigde partner als een advocaat een echtscheidingsconvenant opstelt waarbij een regeling van de pensioenkwestie ontbreekt? Is de echtscheidingsadvocaat verplicht om de cliŽnt te wijzen op het eenzijdige recht tot behoud van het bijzonder partnerpensioen? Wat zijn de gevolgen als de advocaat in gebreke blijft?

Een advocaat moet voorlichting geven over de gevolgen van een scheiding. Het gaat hierbij ook om informatie over de pensioenwetgeving en de pensioenmaterie voor zover relevant voor de scheiding. Het wetsvoorstel creŽert een eenzijdig keuzerecht m.b.t. het partnerpensioen voor de verdelingsgerechtigde partner. Echtscheidingsadvocaten moeten dit eenzijdige recht kennen. En ook moet een echtscheidingsadvocaat de cliŽnt goed voorlichten over de gevolgen van een scheiding en de rechten die de cliŽnt o.g.v. de wet toekomen, ook dus voorlichting over dit keuzerecht. Bij gebreke hiervan kan sprake zijn van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen.

Een geconverteerde pensioenaanspraak is voor beide ex-partners, voor zover het hun eigen geconverteerde aanspraak betreft, zichtbaar op hun UPO en op mijnpensioenoverzicht.nl. De wet legt geen informatieverplichting op t.a.v. het UPO bij verevening. In de meeste gevallen is een verevening niet zichtbaar op het UPO, wat de financiŽle planning van beide ex-partners bemoeilijkt. De verdelingsgerechtigde partner ziet het voorwaardelijk recht op ouderdomspensioen niet, en de verdelingsplichtige partner ziet een te hoge pensioenaanspraak op zijn/haar UPO. De regering wil de informatievoorziening over verevende pensioenen verbeteren via mijnpensioenoverzicht.nl, omdat hier een integraal overzicht beschikbaar is van alle pensioenen en de gevolgen van een scheiding dan in ťťn keer inzichtelijk zijn. Ook is voorgeschreven dat op mijnpensioenoverzicht.nl d.m.v. bedragen inzicht moet worden gegeven in de gevolgen van een scheiding op zowel het ouderdomspensioen als het partnerpensioen. Dit voorschrift geldt zowel voor geconverteerde als verevende pensioenen. De verdelingsplichtige partner van wie een deel van het ouderdomspensioen verevend wordt, ziet daardoor dat zijn/haar ouderdomspensioen na de scheiding lager is geworden. De verdelingsgerechtigde partner ziet na de scheiding juist een hoger (voorwaardelijk) ouderdomspensioen.

Als mensen hun scheiding van tafel en bed niet melden bij de pensioenuitvoerder, dan kan deze er ook niet naar handelen. Pensioenuitvoerders worden niet geacht bij elke melding van een scheiding in het huwelijksgoederenregister te kijken of er een scheiding van tafel en bed aan de orde was. Het is mogelijk wel het onderzoeken waard of de meldingscode van scheiden in de BRP nader gespecificeerd zou kunnen worden zodat duidelijk is dat een scheiding volgt op een eerdere scheiding van tafel en bed. (Er zijn jaarlijks ca. 315 scheidingen van tafel en bed.)

Als mensen hun scheiding van tafel en bed niet melden bij de pensioenuitvoerder, dan geldt het recht op verevening met uitbetalingsplicht jegens de ex-partner vanaf de datum van scheiding van tafel en bed. Indien een scheiding van tafel en bed die niet is gemeld later wordt gevolgd door een ontbinding van het huwelijk en ex-partners niet melden dat zij afzien van verdeling via conversie, kan het ertoe leiden dat het opgebouwde ouderdomspensioen in de tussenliggende periode meegenomen wordt in de conversie, waarbij de verdelingsgerechtigde partner dus te veel krijgt (nl. het opgebouwde ouderdomspensioen over de periode tussen de scheiding van tafel en bed en de ontbinding van het huwelijk).

 

Waarde van pensioenen daalt met miljarden door coronavirus

De Corona-epidemie kost de pensioensector miljarden. Door grote verliezen op financiŽle markten dalen dekkingsgraden van pensioenfondsen in hoog tempo, zo melden Aon en Mercer. De dekkingsgraden worden berekend o.b.v.: 1) de waarde van de beleggingen (aandelen en obligaties), 2) het gewicht van alle pensioenverplichtingen (huidige en toekomstige pensioenen), 3) de rekenrente die gebruikt wordt voor het bepalen van deze waarden.

Een dekkingsgraad van 104% - 110% is ‘gezond’. Bij elk lager percentage zit een fonds in de gevarenzone. Door de sterk gedaalde rente en de grote verliezen op de beurzen zijn de gemiddelde dekkingsgraden gekelderd tot circa 95%. Als de situatie niet verbetert, moeten de fondsen korten en krijgen veel pensionado’s een lager pensioen. Eind dit jaar moeten pensioenfondsen met een dekkingsgraad van onder de 100% in principe hun pensioenuitkeringen verlagen, tenzij de fondsen de afgelopen 5 jaar langdurig ruim boven die 100% hebben gestaan.

Of er werkelijk gekort wordt, hangt af van de ontwikkeling van de rente en de aandelenkoersen dit jaar. Als de gevolgen van het coronavirus meevallen zal het sentiment waarschijnlijk omslaan, waardoor de beurzen weer snel een stijgende lijn kunnen inzetten. Maar waarschijnlijk niet naar de oude waarden, want er zat veel lucht in de koersen. Eventuele pensioenkortingen hangen ook af van het pensioenakkoord. Kabinet, vakbonden en werkgevers zijn nog altijd bezig met de verdere uitwerking hiervan. Mochten ze er voor de zomer uitkomen, dan hopen de pensioenfondsen dat het kabinet eventuele pensioenverlagingen uitstelt.

 

 


Zorg- & aov-nieuws

 

Voorstel STAR verplichte aov

De Stichting van de Arbeid (STAR) stelt in haar advies 'Keuze voor zekerheid' een verplichte aov voor zzp'ers voor. Zelfstandigen met personeel worden uitgezonderd van de verzekeringsplicht.

Vanwege de diversiteit van de zelfstandigenpopulatie, biedt het voorstel verschillende keuzemogelijkheden. Zo kan elke zelfstandige zelf bepalen welke verzekering passend is.

Elke zelfstandige verzekert zich standaard voor een uitkering van 70% van het laatstverdiende inkomen tot aan de grens van bruto €30.000 per jaar (143% Wettelijk Minimum Loon). De uitkering is maximaal €1.650 bruto per maand: 100% Wettelijk Minimum Loon. De premie voor de standaardverzekering is ca. 8% van het inkomen en is aftrekbaar.

De premie hangt af van een korter of langer eigen risico. Vanaf een inkomen van €20.000 bruto per jaar is de premie €120 tot €220 bruto per maand. De netto premie komt dan op €85 tot €150 per maand bij een inkomen vanaf €20.000 bruto tot maximale dekking van €30.000.

De uitkering kent een standaard eigenrisicoperiode van 52 weken met de keuze dit aan te passen naar 26 of 104 weken. De verzekering loopt tot de AOW-leeftijd.

Zelfstandigen kunnen zelf kiezen of ze zich bovenop de standaardverzekering nog aanvullend willen verzekeren. De toegankelijkheid van de bovenwettelijke aanvullingen zal in overleg met de sector verbeterd worden, met als mogelijkheid complementair een Onderling Waarborgfonds om te borgen dat iedere zelfstandige zich aanvullend aan de publieke basisverzekering, op betaalbare wijze, privaat kan verzekeren.

De verzekering wordt uitgevoerd door UWV: claimbeoordeling, uitkeringsverstrekking en re-integratie. De Belastingdienst is verantwoordelijk voor de premie-inning.

De verzekering hanteert het ao-criterium van de WIA: gangbare arbeid. Hierbij wordt rekening gehouden met alle werkzaamheden die de verzekerde nog uit zou kunnen voeren. De verzekering geldt zowel voor gedeeltelijk arbeidsgeschikten als voor volledig arbeidsongeschikten.

Re-integratie begint zodra de wachttijd ingaat. Hiermee komen zelfstandigen waar mogelijk weer snel aan het werk en worden uitkeringskosten voorkomen. Voor dit doel worden voldoende financiŽle middelen gereserveerd, te betalen vanuit de premie. De STAR adviseert om voor een effectieve re-integratie tevens een Arbocentrum voor zelfstandigen op te richten.

Zelfstandigen kunnen kiezen een andere passende aov af te sluiten bij een private verzekeraar, mits zij voldoen aan de gestelde voorwaarden. Hiervoor is een toetsingskader geformuleerd. Lopende private aov's worden geŽerbiedigd, als ze voor de peildatum zijn afgesloten.

De agrarische sector kent een specifieke positie. Het is uitvoerbaar de agrarische sector uit te sluiten van de verzekeringsplicht. Of het in de rede ligt deze sector uit te zonderen, is een politieke keus. Die is volgens de STAR aan het kabinet, de oppositiepartijen en de Stichting gezamenlijk.

Net als bij de huidige volksverzekeringen en werknemersverzekeringen, komt er een ontheffing van de verzekeringsplicht voor gemoedsbezwaren.

STAR, Keuze voor zekerheid : Zelfstandigen standaard verzekerd tegen langdurig inkomensverlies door arbeidsongeschiktheid.

STAR, Infographic

 

Geen slot op AOV-deur

Het is niet zo dat verzekeraars zelfstandigen vaak afwijzen bij een AOV-aanvraag, aldus minister Koolmees (SZW) in reactie op Kamervragen over een geval waarin een man zijn AOV kwijtraakte wegens een behandeling fysiotherapie.

De minister: "In de media wordt soms het beeld geschetst dat verzekeraars zelfstandigen frequent afwijzen voor een AOV. Van alle zelfstandigen die een aanvraag doen voor een AOV wordt met bijna 80% daadwerkelijk een AOV afgesloten. Bij bijna 15% van de kandidaat-verzekerden die een verzekering aanvragen is er wel een verzekeringsaanbod van de verzekeraar, maar komt de AOV om andere redenen niet tot stand. Bijvoorbeeld omdat de benodigde informatie niet wordt aangeleverd of omdat de kandidaat-verzekerde zelf besluit om de AOV niet af te sluiten. Zo’n 5% van de aspirant-verzekerden wordt geweigerd voor een AOV.

In 2011 heeft de AFM een onderzoek gedaan naar de claimbeoordeling bij de AOV. De AFM concludeerde toen dat er geen aanwijzingen waren dat verzekeraars structureel onzorgvuldig handelen bij de vaststelling en uitkering van claims. In 2018 heeft de AFM opnieuw een verkenning gedaan: volgens de AFM zijn er geen misstanden waar nader onderzoek naar moet worden gedaan."

De specifieke kwestie gaat om een verzekeraar die, bij kennis van het risico c.q. de medische informatie, bepaalde clausules, uitsluitingen of premieverhogingen zou hebben toegepast op de verzekering. Na onderzoek en advies van zijn medisch adviseur heeft de verzekeraar aan de verzekerde de optie gegeven om akkoord te gaan met een uitsluitingsclausule (t.a.v. aandoeningen van de wervelkolom), dan wel de AOV op te zeggen. De verzekeraar heeft vervolgens de claim van de verzekerde afgewezen omdat deze onder de uitsluitingsclausule zou vallen. De verzekerde kreeg bij Kifid geen gelijk

Kifid, uitspraak GC 2020-088

 

Verzekerdeninvloed Zorgverzekeringswet

Het voorstel strekt ertoe de invloed van verzekerden op het beleid van zorgverzekeraars te versterken. De Eerste Kamer heeft het voorstel op 03-03-2020 als hamerstuk afgedaan. De huidige wettelijke regeling wordt aangescherpt. De voorgestelde wettelijke eisen zijn zodanig dat zij enerzijds voldoende concreet zijn om de invloed van verzekerden op het beleid van de zorgverzekeraar te verbeteren. Anderzijds wordt voldoende ruimte gelaten voor zorgverzekeraars en verzekerden om invulling te geven aan de eisen binnen de huidige diversiteit van rechtsvormen van de zorgverzekeraars, de inrichting van de concerns waartoe zij behoren en de wijze waarop de vertegenwoordiging van verzekerden momenteel is geregeld.

De verbeterslag wordt gemaakt door zorgverzekeraars te verplichten tot:

- a. het aan alle individuele verzekerden bieden van de gelegenheid om hun meningen en wensen kenbaar te maken (verzekerdeninspraak) t.a.v. de door zorgverzekeraar en vertegenwoordiging afgesproken onderdelen van het beleid, waaronder in elk geval het zorginkoopbeleid en het klantcommunicatiebeleid;

- b. het borgen van een adviserende permanente verzekerdenvertegenwoordiging, die bovendien als ‘hoedster’ van verzekerdeninspraak fungeert.

Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.

 

Ziekteverzuim stabiel

Het ziekteverzuim onder werknemers van bedrijven en de overheid was in 2019 4,4% (2018: 4,3%): van elke 1.000 werkdagen werden er 44 verzuimd wegens ziekte. In de zorg is het hoogste verzuim. Dit meldt het CBS. Sinds 2014 stijgt het ziekteverzuim in vrijwel alle bedrijfstakken. Alleen in de financiŽle dienstverlening is het ziekteverzuim afgenomen: 2,7%. Oorzaken ziekteverzuim: 44% griep of verkoudheidsklachten, 7,2% psychische klachten, overspannenheid of burn-out. Werknemers die verzuimen met psychische klachten blijven het langst thuis. In 2018 was dit gemiddeld 59 werkdagen. Met een klacht aan het hart of vaatstelsel is het verzuim gemiddeld 47 dagen, bij griep of verkoudheid werkdagen. Bij het totaal van alle klachten 14 werkdagen.

 

 


Schadenieuws

 

CBS: criminaliteit en cybercrime

Meldingen van burgers van traditionele vormen van criminaliteit, die van cybercrime nemen toe. Dat meldt het CBS.

In 2019 was bijna 14% van de Nederlanders vanaf 15 jaar naar eigen zeggen slachtoffer van criminaliteit. Het gaat dan om geweld (bedreiging, mishandeling en seksuele delicten), vermogensdelicten (inbraak, diefstal, zakkenrollerij en beroving), en vandalisme (vernieling aan voertuigen en andere persoonlijke bezittingen).

Het aandeel slachtoffers van traditionele criminaliteit was in 2012 nog 20%. De afnema betreft vooral vermogensdelicten (van 13% naar 9%) en vandalisme (van 8% naar 5%). Het aandeel geweldsslachtoffers daalde van 2,6% naar 2,0%.

De daling van de traditionele criminaliteit blijkt ook uit politiecijfers. Het aantal geregistreerde gevallen van diefstal, geweld en vernieling is in 2019 lager dan in 2017. Deze daling van de geregistreerde criminaliteit is vergelijkbaar met de daling van het aantal slachtoffers. Het aantal meldingen van stalking en bedreiging (geweldsmisdrijven) is in 2019 wel iets toegenomen.

Het aantal gevallen van diefstal en inbraak neemt al jaren af, het aantal woninginbraken is sinds 2012 zelfs meer dan gehalveerd. Niet alle vormen van diefstal daalden: zo steeg het aantal geregistreerde winkeldiefstallen met 1.000 t.o.v 2018.

In 2019 gaf 13% van de 15-plussers aan slachtoffer te zijn geweest van cybercrime. In 2012 was dit 12%, in 2017 11%. Cybercrime is digitale identiteitsfraude, koop- en verkoopfraude, hacken en cyberpesten (laster, stalking, chantage en bedreiging met geweld via internet).

In de politiegeregistraties valt cybercrime onder vermogensmisdrijven. Sinds 2017 is er een flinke toename van hacken (verdubbeling), identiteitsfraude (17%), en internetoplichting (39%).

In 2019 was het aandeel slachtoffers van traditionele criminaliteit volgens de Veiligheidsmonitor 31% lager dan in 2012. Het aantal door de politie geregistreerde misdrijven daalde in dezelfde periode met 41%. Bij andere vormen van criminaliteit, zoals drugscriminaliteit en verkeersmisdrijven (niet gemeten in de Veiligheidsmonitor) ziet de politie sinds 2018 een toename, na een jarenlange daling.

Steeds meer slachtoffers van traditionele criminaliteit geven aan dat zij het delict niet hebben gemeld of aangegeven bij de politie. Werd in 2012 nog 38% van de delicten gemeld bij de politie, in 2019 gebeurde dit in 32% van de gevallen. De aangiftebereidheid nam in dezelfde periode af van 29% naar 23%. Ruim 2/3 van de delicten die slachtoffers in 2019 ondervonden kwam dus niet in de politieregistratie terecht.

 

CBS: autobezit

In Nederland zijn nu bijna 8,7 miljoen personenauto’s: +1,7 j-o-j. Daarmee groeit het aantal auto’s sterker dan de bevolking van 18-plussers. Ruim 7,6 miljoen personenauto’s zijn eigendom van een particulier, 1 miljoen personenauto’s staan op naam van een bedrijf. Dit meldt het CBS.

Het aantal personenauto’s van particulieren steeg met 102.000 (1,4%) j-o-j, die van bedrijven met bijna 45.000 (4,5%). Voor het eerst zijn er meer dan 1 miljoen bedrijfsauto’s. Vergeleken met 5 jaar geleden zijn er 7,5% meer auto’s van particulieren en 19% meer auto’s op naam van een bedrijf.

Begin 2020 stonden ruim 7,6 miljoen personenauto’s op naam van particulieren. Daarmee waren er in Nederland 543 auto’s per 1.000 inwoners van 18 jaar of ouder. Begin 2015 waren dat er nog 528/1.000. Het autobezit is het hoogst bij 50- tot 65-jarigen: 679/1.000. Onder 18- ot 25-jarigen is het autobezit 172/1.000. Het autobezit van 80-plussers is 375/1.000. Het autobezit van jongeren tot 30 jaar is nu 283/1.000. Hoewel het autobezit in deze leeftijdsgroep in 2020 lager was, nam het aantal personen in deze leeftijdsgroep toe. Daardoor bleef het aandeel auto’s dat deze groep in bezit had nagenoeg gelijk. Zowel begin 2020 als begin 2015 was 10%p van de particuliere personenauto’s eigendom van een 30-minner. 80-plussers hebben 9% van alle particuliere personenauto’s in bezit. In 2015 was dit aandeel 7%. 30- tot 65-jarigen bezitten 65% van alle personenauto’s.

 

Toename diefstal e-bikes

Het aantal gestolen e-bikes is vorig jaar gestegen. De ANWB meldt een toename van 38% j-o-j ofwel ruim 3.800 gestolen e-bikes bij de ANWB. In 2019 werden 420.000 e-fietsen gekocht. Ook andere verzekeraars - waaronder Enra - zien deze trend. Daarbij geldt: hoe jonger de verzekerde, hoe sneller een e-bikediefstal. Allianz Assistance: "De e-bike van een scholier van 16-20 jaar wordt tot 3 keer zo vaak gestolen als van een 55-plusser." Dat komt doordat jongere gebruikers e-bikes vooral functioneel gebruiken en ouderen voornamelijk recreatief.

Volgens Enra worden gewone fietsen vooral door gelegenheidsdieven gestolen, terwijl e-bikes het terrein zijn van georganiseerde groepen criminelen. Dat e-bikes voor de georganiseerde misdaad interessant zijn komt door hun hoge waarde, aldus de Stichting Aanpak Fiets- en E-bikediefstal (SAFE), een samenwerking tussen fietsfabrikanten, verzekeraars en overheid.

Om diefstal tegen te gaan, hebben e-bikes steeds vaker een speciale chip. Dat verhoogt het opsporingspercentage. Van de gestolen e-bikes met een track-and-tracechip wordt 80% teruggevonden.

Het aantal gestolen e-bikes groeit even hard als de verkoop. Het is niet zo dat een hoger percentage e-bikes wordt gestolen.

Verzekerden in stedelijke betalen een hogere premie dan op het platteland, doordat het risico op diefstal in dunbevolkte gebieden kleiner is.

Om het risico op diefstal verder terug te dringen is SAFE in gesprek met accufabrikanten als Bosch en Shimano. De belangenclub wil dat de sloten waarmee de accu van e-bikes zijn beschermd beter worden. De accu is namelijk voor dieven ťťn van de interessantste onderdelen. In tegenstelling tot gewone sloten zijn accusloten niet gecertificeerd.

 

Directe autoverzekering?

De bron van dit artikel is AM.

Autoverzekeraars onderzoeken een directe verzekering. Dit ter vervanging van het huidige systeem waarbij je een WA-schade met de verzekeraar van de tegenpartij moet afhandelen. Volgens AM kan 2020 hierin een doorbraakjaar worden.

In september 2014 was er een kettingbotsing in Zeeland met 150 betrokken voertuigen. De aansprakelijkheid van een dergelijke kettingbotsing viel niet vast te stellen, o.a. vanwege de plotselinge en zeer dichte mist. Overmacht dus. De betrokken verzekeraars besloten om de schade van de eigen verzekerden af te handelen. Dus: alle WA-schades werden afgehandeld als een cascoschade. En dit is werken volgens het model van de directe verzekering of firstpartyverzekering (i.p.v. de huidige thirdpartypolis). Door zo te handelen, worden verzekerden niet de dupe van de omstandigheid dat aansprakelijkheid niet valt vast te stellen.

De directe verzekering is actueel vanwege de komst van de autonome auto waarin bestuurders steeds meer een bijrol krijgen. Daarbij past een verkeersverzekering die gekoppeld is aan de persoon, niet aan het voertuig.

Sindsdien kijkt het Verbond naar de directe verzekering. In Zweden bestaat deze verzekeringsvorm al ruim 40 jaar. Het Verbond verwacht nog in 2020 met een voorstel te komen.

Veel consumenten kloppen - tevergeefs - bij hun eigen verzekeraar aan na een aanrijding waarbij ze zelf geen schuld dragen. Uit onderzoek blijkt dat consumenten het zouden toejuichen als ze wel hun eigen verzekraar kunnen inschakelen. Voor de verzekerde is het vervelend en lastig om de verzekeraar van de tegenpartij aan te moeten spreken. Uit een pilot met een directe verzekering bleek ook dat de schadeafhandeling sneller ging: van gemiddeld 52 naar 42 dagen. Klanten kregen hun geld eerder, verzekeraars waren sneller klaar.

Hoe gaat een eventuele directe verzekering eruitzien? Nederlandse verzekeraars willen dat aansprakelijkheid een rol blijft spelen. Consumenten kunnen hun WA-schade direct afhandelen met hun eigen autoverzekeraar, maar achter de schermen verrekenen maatschappijen dat nog wel met elkaar.

Snel duidelijkheid over de toedracht van een schadegeval blijft daarom van belang. Of een schadeaangifteformulier met handtekeningen van 2 partijen daarvoor noodzakelijk blijft, is de vraag. In ieder geval moeten verzekeraars zo snel mogelijk weten wie er aansprakelijk is, of het om een gedekt evenement gaat en of de schade dus in behandeling kan worden genomen.

Naarmate de rol van de bestuurder in voertuigen kleiner wordt, kan wellicht aansprakelijkheid wel los worden gelaten. Net als dat het dan logischer wordt om een verkeersverzekering voor de persoon te ontwikkelen, die dan mogelijk ook gaat gelden voor bijvoorbeeld fietsers en voetgangers. Als autodelen toeneemt en bezit juist daalt, ligt dat voor de hand. Maar voor verzekeraars is dat voorlopig nog toekomstmuziek.

Verzekeraars lijken bovendien te gaan voor een gefaseerde introductie van een directe verzekering. Dus in stappen. Bijvoorbeeld beginnen met alleen materiŽle schades. En later ook letselclaims. Of beginnen met alleen particulieren en pas later ook zakelijke rijders.

Na toestemming van de Verbondsleden is nog minimaal 1 jaar nodig om de systemen van verzekeraars erop in te richten. Als alles volgens plan verloopt, kan 2022 het jaar worden waarin autoverzekeraars WA-schades rechtstreeks met de eigen klant afhandelen.

DNB laat weten geen voorkeur te hebben voor een firstparty- of een thirdpartyverzekering. In een systeem waarbij aansprakelijkheid een rol blijft spelen, hopen verzekeraars de politiek niet nodig te hebben. Wordt ook de aansprakelijkheid aangepast, dan moet wetgeving worden aangepast.

 

Aanpak stalbranden

Het Verbond ziet - in reactie op onderzoek door Investico - verbeterpunten voor de gezamenlijke aanpak van stalbranden. Uit dat onderzoek blijkt dat megastallen een verhoogd risico op brand lopen. Volgens het Verbond heeft de samenwerking tussen LTO Nederland, POV, Dierenbescherming, Brandweer Nederland en verzekeraars de afgelopen jaren veel opgeleverd, zoals elektrakeuringen bij pluimvee-, varkens- en kalverstallen.

Investico, artikelen

Investico, Stalbranden in cijfers

 

Hoge scooterpremie

Jongeren betalen een hoge premie voor hun scooterverzekering. Dat blijkt uit onderzoek van Vergelijkdirect.com. 16- tot 25-jarigen betalen 76% meer premie dan scooterrijders van 25 tot 49 jaar. De gemiddelde maandpremie tot 25 jaar is €13,75 en die voor bestuurders boven de 25 jaar €7,81. Het premieverschil blijkt bij WA, BC en VC.

Jongeren t/m 24 jaar veroorzaken veel vaker schades en ongelukken. Zo richt 1 op de 10 scooterbestuurders van 16 forse letselschade aan in het verkeer gedurende zijn 1ste verzekeringsjaar. Dit komt omdat ze minder rijervaring hebben dan volwassenen.

Voor jongeren wordt de keuze bij bromfietsverzekeringen steeds kleiner. Steeds meer verzekeraars ontmoedigen ook de trend om de verzekering op naam van een oudere bestuurder af te sluiten om een hogere premie te omzeilen. In de praktijk worden jonge bestuurders uitgesloten van dekking wanneer ze niet op de polis staan. Of er gelden veel hogere eigen risico’s bij schades die veroorzaakt zijn door toedoen van een jonge bestuurder. Vergelijkdirect.com viel op dat bij het maken van vergelijkingen in opdracht van klanten ouders de scooter vaak op hun naam willen verzekeren om de kosten voor hun zoon/dochter te kunnen drukken.

 

 

 
 
Redactie

De FTP Kennisbrief is samengesteld door de redactie van FTP Communicatie.

t. 0252) 68 31 00 - - e. info@ftpcommunicatie.nl - - i. www.ftpcommunicatie.nl

 

Website FTP Communicatie | Website FTP Nieuws | Contact | Afmelden